Motie geen vrij­stel­lingen


23 november 2016

De Staten, in vergadering bijeen op 23 november 2016, gehoord hebbende de beraadslaging;

constaterende dat

  • Met de nieuwe verordening veel vrijstellingen worden verleend, waar ook ontheffingen mogelijk zijn;

overwegende dat

  • Tegen vrijstellingen geen bezwaar mogelijk is, waar dit bij ontheffingen wel mogelijk is;
  • burgers hiermee een belangrijk democratisch recht ontnomen wordt;
  • hierdoor onafhankelijke toetsing door de rechter eveneens niet mogelijk is;
  • De vrijstelling onvoldoende maatwerk levert, zowel qua locatie als qua periode;
  • De vrijstelling een grofmazig instrument is dat ook ingezet kan worden als er geen dreigende schade is. Dit is niet te rijmen met het uitgangspunt van bescherming van individuele dieren;
  • Bij een ontheffing meer maatwerk kan worden geleverd en kunnen specifiekere voorwaarden worden gesteld;
  • De maatregel niet leidt tot inventief oplossen van problemen. Immers, als de bescherming van dieren opzij wordt gezet en afschot snel mogelijk wordt gemaakt, is er geen stimulans om tot innovatieve, slimme, diervriendelijke oplossing te komen;
  • Er bij een vrijstelling geen sprake is van een gerichte planmatige aanpak en bij een ontheffing wel;

verzoeken het college van Gedeputeerde Staten de verordening zodanig aan te passen, dat uit wordt gegaan van ontheffingen in plaats van vrijstellingen;

en gaan over tot de orde van de dag.

Indiener(s): Partij voor de Dieren, Rinie van der Zanden


Status

Voor

Tegen