Vragen over aanrij­dingen met reeën


De laatste dagen worden we geïnformeerd over de zeer vele ongelukken (honderden per jaar!) met overstekend wild. Hierbij gaat het met namen om reeën. Enkele provinciale wegen steken er significant uit. Denk aan de weg Wolvega - Oosterwolde bijvoorbeeld. Treffend is het dat op de Drentse Provinciale wegen er relatief minder of bijna geen ongelukken zijn. Dat komt omdat zij veel en veel meer `hekken' hebben geplaatst tussen weg- en bosgebied en/of bij potentiële oversteekplaatsen/weiland en weiland. Denk hierbij bijvoorbeeld ook aan de N381.

Het gaat hierbij niet alleen over dierenleed. Bij elke aanrijding zijn ook mensen betrokken. En zijn er menselijke en materiele gevolg.

  1. Is de gedeputeerde op de hoogte van het hoge aantal ongelukken met reeën?

Zo ja, wat voor maatregelen zijn er tot dusverre getroffen? Wat voor maatregelen zouden er nog meer genomen kunnen worden nu ze op bepaalde wegen filet afdoende zijn? Wie is hier verantwoordelijk voor? En is de gedeputeerde op de hoogte van de succesvolle maatregelen in Drenthe?

3. Zo nee, wat voor maatregelen zouden er genomen kunnen worden in Friesland? Kan de provincie hier een onderzoek naar instellen?

4. Wordt het Rijk door de provincie geattendeerd op dit hoge aantal incidenten op rijkswegen?

5. Op welke wegen zouden als eerste maatregelen genomen kunnen worden om het aantal aanrijdingen substantieel naar beneden te brengen en op welke termijn?

6. Welke invloed hebben menselijke activiteiten (zoals excursies of toneeluitvoeringen in bossen, loslopende honden, wandelaars, ruiters, jacht) op het gedrag van de reeën (bijvoorbeeld vluchtgedrag waardoor eerder wegen worden overgestoken door de dieren)?

Teus Dorrepaal, CDA

Rinie van der Zanden, Partij voor de Dieren



Uw schriftelijke vragen op grond van artikel 41 van het Reglement van Orde, binnengekomen op 29 juni 2018, beantwoorden wij als volgt.

Uw toelichting

De laatste dagen worden we geïnformeerd over de zeer vele ongelukken (honderden per jaar!) met overstekend wild. Hierbij gaat het met namen om reeën. Enkele provinciale wegen steken er significant uit. Denk aan de weg Wolvega - Oosterwolde bijvoorbeeld. Treffend is het dat op de Drentse Provinciale wegen er relatief minder of bijna geen ongelukken zijn. Dat komt omdat zij veel en veel meer `hekken' hebben geplaatst tussen weg- en bosgebied en/of bij potentiële oversteekplaatsen/weiland en weiland. Denk hierbij bijvoorbeeld ook aan de N381.

Het gaat hierbij niet alleen over dierenleed. Bij elke aanrijding zijn ook mensen betrokken. En zijn er menselijke en materiele gevolg.

Vraag 1:

Is de gedeputeerde op de hoogte van het hoge aantal ongelukken met reeën?

Antwoord vraag 1:

Ja, wij zijn hier van op de hoogte, ook van de cijfers zoals deze op 12 juni 2018 in de Leeuwarder Courant zijn gepubliceerd.

Vraag 2:
Zo ja, wat voor maatregelen zijn er tot dusverre getroffen? Wat voor maatregelen zouden er nog meer genomen kunnen worden nu ze op bepaalde wegen filet afdoende zijn? Wie is hier verantwoordelijk voor? En is de gedeputeerde op de hoogte van de succesvolle maatregelen in Drenthe?

Antwoord vraag 2:
De bevoegdheid van de provincie strekt zich enkel uit tot de provinciale wegen voor zover het gaat om aanrijdingen met reeën. Over de Rijkswegen en gemeentelijke wegen dragen respectievelijk Rijkswaterstaat en de gemeenten primair de verantwoordelijkheid.
Om de kans op aanrijdingen met reeën te verminderen, zijn meerdere type maatregelen mogelijk. Sommige daarvan zijn al toegepast langs provinciale wegen, zoals het plaatsen van wildspiegels en waarschuwingsborden voor overstekend wild. Het plaatsen van afrasteringen (of zoals u noemt hekken) die ook geschikt zijn om reeën te keren (dus met een redelijke hoogte van bijvoorbeeld 1,80m) is in bestaande situaties meestal lastig doordat hier vaak aanzienlijke aantallen private belangen (eigenaren) mee gemoeid zijn. Veelal zit men niet te wachten op een dergelijke afrastering. Daar waar dit slechts een eigenaar betreft (zoals in
Drenthe dat bijvoorbeeld Staatsbosbeheer is), is een afrastering veel eenvoudiger te realiseren.

Welke maatregelen nog meer mogelijk zijn en wat het effect daarvan zal zijn, is onderzoeken we momenteel. Daarin kijken we ook naar de bevindingen van bijvoorbeeld onze buren in Drenthe. Zodra de resultaten van dit onderzoek bekend zijn, gaan wij u hierover nader informeren. Naar verwachting zal dit in het tweede helft van 2018 zijn. Een en ander sluit ook aan bij de nog openstaande motie (met het registratienummer 1266), alsmede de toezegging die op 27
mei aan mevrouw Van der Zanden hierover is gedaan.

Vraag 3:
Zo nee, wat voor maatregelen zouden er genomen kunnen worden in Friesland? Kan de provincie hier een onderzoek naar instellen?

Antwoord vraag 3:
Zie het antwoord op vraag 2. Dit onderzoek zal vooral gericht zijn op provinciale wegen. Mochten hier bevindingen uit naar voren komen die ook voor andere wegbeheerders (Rijk, gemeenten) van belang kunnen zijn, zullen wij deze ook zeker delen.

Vraag 4:
Wordt het Rijk door de provincie geattendeerd op dit hoge aantal incidenten op rijkswegen?

Antwoord vraag 4:
Nee, dit is tot nu toe geen standaard procedure.

Vraag 5:
Op welke wegen zouden als eerste maatregelen genomen kunnen worden om het aantal aanrijdingen substantieel naar beneden te brengen en op welke termijn?

Antwoord vraag 5:
Hoewel het genoemde artikel in de Leeuwarder Courant al een voorzet doet, is het in onze ogen te voorbarig om hier al uitspraken over te doen; dit dient nader bekeken te worden. Zie ook het antwoord op vraag 2.

Vraag 6:
Welke invloed hebben menselijke activiteiten (zoals excursies of toneeluitvoeringen in bossen, loslopende honden, wandelaars, ruiters, jacht) op het gedrag van de reeën (bijvoorbeeld vluchtgedrag waardoor eerder wegen worden overgestoken door de dieren)?

Antwoord vraag 6:
Ook dit is nu niet te duiden en dient nader bekeken te worden. Zie ook het antwoord op vraag 2.