Inbreng 2e berap 2019 en begroting 2020


13 november 2019

Inbreng bij 2e Berap en Begroting 2020, 13 november 2019

Dank u wel voorzitter,

Wij hebben kennis genomen van de rapportage in de 2eBerap en de duidelijke toelichting daarop, waarvoor dank.

Het College van Gedeputeerde Staten verzoekt ons vandaag om € 1 miljoen extra in te zetten voor de Taskforce PAS voor het zo goed en snel mogelijk afhandelen van vergunningen, zodra dit weer kan.

De Partij voor de Dieren denkt dan, oh was het alvast maar 2025! Want, zo staat het in het bestuursakkoord: “In 2025 zal de landbouw duurzaam zijn en natuurinclusief. Dat is een landbouw die grondgebonden is en circulair, bijdraagt aan herstel van de biodiversiteit, maatschappelijk draagvlak heeft en duurzaam economisch renderend.” Einde citaat.

En weet u wat dat na 2025 dan gaat opleveren? Gigantische kostenbesparingen! Want een landbouw die in harmonie met de omgeving opereert wentelt geen milieukosten af op de samenleving. En wat het ook gaat opleveren? Meer waardering voor de boer.

Maar nu, met de huidige gangbare en verre van volledig grondgebonden landbouw zitten we opgescheept met steeds meer indirecte kosten. Milieukosten, waarvan het logisch zou zijn dat deze zouden worden doorberekend in de prijs van het product. Maar dat is niet zo. Die milieukosten worden afgewenteld op de samenleving.

Sinds het loslaten van het melkquotum op 1 april 2015, waarop met name vanuit Nederland bij Europa sterk is aangedrongen, gesteund door de gevestigde landelijke politiek, stapelen de milieuproblemen zich namelijk alleen maar op. Tot op de dag van vandaag.

En vandaag gaat het dan om € 1 miljoen extra voor de taskforce PAS, maar morgen en overmorgen zullen er nog miljoenen méér op het kleed moeten komen.

Wat met het loslaten van het melkquotum in 2015 op 1 april Bevrijdingsdag had moeten worden werd een ramp. Een ramp voor het milieu, voor de natuur, voor de dieren en voor de portemonnee van die boeren, die fors wilden uitbreiden en zich enorm in de schulden hebben gestoken.

Er kwam namelijk al snel veel te veel melk op de markt. Met als gevolg lagere melkprijzen, te veel mest, teveel fosfaat, teveel stikstofuitstoot in de vorm van ammoniak. Gevolg van dit alles: nóg meer ecosysteemschade dan er al was.

De eigen landbouwbodem is inmiddels ook al niet meer wat ie was, maar de schade aan het water en in de lucht in de naaste omgeving nemen ook steeds meer toe . En de Natura 2000-gebieden, waar beschermde soorten aan flora en fauna al jarenlang veel schade ondervinden, kregen na 2015 fors meer te verduren.

En hoe zit het met de kosten van het herstel van al die milieu- en natuurschade? Wie betaalt al die kosten?

Die kosten worden niet door de veroorzakers betaald, maar door ons allen, belasting betalende burgers. En de meeste burgers weten dat niet eens. Ze weten niet dat ze op de keper beschouwd twee keer betalen voor dat literpak gangbare melk in de winkel. Eenmaal in de winkel en nog eens een bedrag van zo’n 20 eurocent via de belastingen voor bijvoorbeeld het noodzakelijk gebleken afplaggen van Natura2000 gebied, de extra waterzuiveringskosten, herstel van de biodiversiteit, kosten van schade door bodemdaling etc.

Wat wij burgers de laatste jaren juist steeds vaker te horen krijgen is de bewering dat we als consument niet méér willen betalen voor die liter melk en dat dàt dus de reden is waarom een boer helaas nog steeds niet dier- en natuurvriendelijker kan produceren.

Die alsmaar gehoorde bewering klopt dus niet. Consumenten betalen namelijk al veel méér dan het bedrag voor het pak melk in de winkel.!

Vanaf vandaag gaan alle Friese burgers gezamenlijk dus nòg eens één miljoen euro neertellen, namelijk voor de Taskforce PAS. Dit miljoen komt voorlopig eerst uit de Friese portemonnee en we moeten nog maar zien of we van het Rijk nog wat terug krijgen. Het gaat om één miljoen euro voor het extra werk om de gevolgen aan te pakken van het onder aanvoering van de landbouwlobby door de landelijke overheid ingevoerde PAS-debacle.

Al vanaf 2010 werden we gewaarschuwd, dat die ontwikkelde PAS-constructie juridisch niet houdbaar is en bij de Raad van State niet houdbaar zou blijken te zijn. Maar, nee, gewoon doorgaan met oude wijn in nieuwe zakken.

En nu zitten we met de gebakken peren. En de individuele boer ook. Hij vreest het ergste en klimt op zijn trekker.

Dat Nederland een mestprobleem heeft, is al bijna vijftig jaar bekend. Op het Ministerie van Landbouw slaan ambtenaren intern al vanaf 1965 alarm over de milieugevolgen van de snelle schaalvergroting in de landbouw en het bijbehorende mestoverschot, maar al hun rapporten verdwijnen in een la.

In de decennia die volgen voert de politiek een beleid van – zoals de milieubeweging het karakteriseert – ‘negeren, bagatelliseren, afzwakken en traineren’. Vanaf begin jaren tachtig onderkennen kabinetten weliswaar dat er een mestprobleem bestaat, maar de maatregelen die ze ertegen nemen worden steevast verwaterd onder druk van jawel, de eigen landbouwsector.

Brussel is uiteindelijk steeds de wal die het schip moet keren.

Vorig jaar vernietigde het Europese Hof van Justitie de PAS, omdat Nederland veel te veel stikstof blijft produceren. Ook dit is een déjà vu. In 2003 veroordeelt het Europese Hof van Justitie Nederland al voor hetzelfde vergrijp, toen was het voor schending van de Nitraatrichtlijn. Nederland heeft in 1998 een Mineralen Afgifte Systeem (Minas) ingevoerd om boeren te dwingen minder stikstof en fosfaat te produceren. De normen in het Minas zijn echter veel te ruim geformuleerd, oordeelt het gerechtshof in Luxemburg. Daardoor blijven de nitraatgehalten in het grondwater te hoog.

Politici zijn er dus talloze keren op geattendeerd dat het substantieel verlagen van de stikstofuitstoot en het vermijden van pijnlijke maatregelen voor de veehouderij twee onverenigbare grootheden zijn. Desondanks zoeken CDA en VVD opnieuw vluchtroutes zoals het verhogen van de drempelwaarden voor stikstofdepositie en het aanpassen van rekenmodellen die tot onwelgevallige uitkomsten (te hoge stikstofniveaus) leiden.

Voorzitter. Het motto van de Partij voor de Dieren is altijd geweest: Niet minder boeren , maar minder dieren, minder mest, minder problemen.

Helaas heeft het kabinetsbeleid van de afgelopen 25 jaar het motto gehad "minder boeren maar meer dieren". Als je nou nog zou kunnen concluderen dat de boeren er baat bij hebben gehad dat we alle natuur- en milieuregels aan onze laars hebben gelapt. Maar dat is helemaal niet zo! Kijk hoeveel boeren hebben moeten stoppen, alleen al sinds 2005, de laatste keer dat we hebben gekeken naar de vraag wat de natuur- en milieudoelen waar Nederland zich aan moet houden en wat dat betekent als we daarnaar gaan handelen. Dat is allemaal uitgerekend door het Landbouw Economisch Instituut. Dan hadden we meer boeren gehad en hadden we niet zo in de knel gezeten met de natuurdoelen.

Dan hadden we vandaag die 1 miljoen die we nu gaan steken in de Task Force PAS bijvoorbeeld kunnen besteden aan stimulerende biodiversiteitsmaatregelen richting een grondgebonden natuurinclusieve landbouw. Daarmee hadden we de boeren die het water nu aan de lippen staat beter gesteund.