Inbreng bij 2e Berap

 

Dank u wel voorzitter,

Dit College presenteerde bij haar aantreden een bestuursakkoord vol goede voornemens. Een aantal daarvan komen weer terug in de 2e Bestuursrapportage die wij nu bespreken.

Het college streeft ernaar dat de inwoners van deze provincie in harmonie met hun omgeving kunnen genieten van al het moois dat deze provincie te bieden heeft.

Ik citeer even uit programma 5: landelijk gebied:

“Wij streven naar een landelijk gebied met een renderende landbouw en plattelandseconomie (profit) en met een hoogwaardige ecologische en ruimtelijke kwaliteit (planet). We spannen ons in om de balans tussen economie, landbouw, natuur en landschap te herstellen en Fryslân nog mooier te maken. Daarbij richten we ons op een landbouw die modern en renderend is en die schoon en zuinig in harmonie met zijn omgeving produceert. We willen dat mensen zich goed voelen in onze provincie en oog hebben voor de waarde van ecologie en ruimtelijke kwaliteit (people). Wij sluiten zoveel mogelijk aan bij initiatieven, wensen en kwaliteitseisen van mensen, dorpen en regio’s.

Maar de praktijk, voorzitter, is weerbarstig. In toenemende mate blijkt dat overheden het niet zo nauw nemen met het welbevinden van haar inwoners. En ik moet tot mijn spijt constateren dat deze provincie daar geen uitzondering op is.  We zien het bij mestvergisters, bij varkensstallen en bij windmolens: omwonenden delven het onderspit. Dat betreuren wij.

De belangen van ondernemers en het grootkapitaal krijgen vrij baan, het vergunningenstelsel is daar helemaal op ingesteld, ook als dat gaat ten koste van de belangen van omwonenden en zelfs hele dorpen.

Dat is in strijd met een universeel basis principe: de vrijheid van de een houdt op daar waar de vrijheid van de ander begint!

Het is de taak van de overheid om er voor te zorgen dat dat principe gewaarborgd en gehandhaafd blijft. Dit betekent dat elk initiatief en plan getoetst moet worden aan de vraag wat betekent dit voor de omgeving? Met andere woorden: voor wie zijn de lusten en voor wie zijn de lasten. En daar moet een evenwicht tussen zijn. En wij hebben de indruk dat dat evenwicht steeds vaker zoek is.

En voorzitter, met omgeving bedoelen wij niet alleen omwonenden. Mijn fractie trekt het begrip  omgeving breder: de natuur, het milieu en de biodiversiteit vormen wat ons betreft een net zo essentieel onderdeel van de omgeving als de mensen. Natuur, milieu en biodiversiteit vormen samen het immuunsysteem van de aarde. En dat immuunsysteem wordt steeds verder aangetast.

Wij zien dat inwoners van deze provincie vinden dat ze bij de overheid geen gehoor krijgen. Er verrijzen stallen, mestvergisters en windmolens waar die burgers helemaal niet om hebben gevraagd maar wel de nadelige gevolgen van ondervinden. De plekken waarop deze bouwwerken verrijzen zijn vaak op zijn minst discutabel. Maar als een gemeente of de provincie eenmaal in een vergunningstraject is beland is het voor de burger over en uit. Een fraai, of liever gezegd niet zo fraai voorbeeld is Nij Hiddum Houw. De bewoners zijn tegen het plan zoals het er ligt, maar zij hebben ook een alternatief. Het zou de provincie sieren als ze dat alternatief serieus nemen en als het nodig is de huidige procedure even opschorten om dit alternatieve plan te bekijken.

In deze provincie is de Verordening Romte van kracht. Daarin is geregeld wat er op het gebied van ruimtelijke ordening wel en niet kan. Maar er blijkt dat er rek zit in die verordening. Een mooi of liever slecht voorbeeld van het oprekken van de verordening Romte is de gang van zaken rond een varkensfokbedrijf in Hemelum. De gedeputeerde Kramer en zijn oud-collega Konst hebben destijds toezeggingen gedaan waarvan het zeer de vraag is of ze die hadden mogen doen. Ik ga daar nu verder niet op in, want dat varkentje wordt wel gewassen door de Raad van State. Maar wat ik wel wil weten van gedeputeerde Kramer is: Heeft hij toen hij en zijn collega-gedeputeerde die toezeggingen deden meegewogen wat de consequenties zouden kunnen zijn voor omwonenden? En is dat op tafel geweest in het gesprek met die ondernemer?

De omwonenden – zo weet ik- wisten van niks en kwamen er net op tijd, bij toeval achter wat er boven hun hoofd hing.

Hoe verhoudt zich dat met de stelling van het College dat, en ik citeer weer:

“We willen dat mensen zich goed voelen in onze provincie en oog hebben voor de waarde van ecologie en ruimtelijke kwaliteit (people). Wij sluiten zoveel mogelijk aan bij initiatieven, wensen en kwaliteitseisen van mensen, dorpen en regio’s”.

Ik heb als voorbeeld de windmolens in het IJsselmeer en Nij Hiddum Houw genoemd, de uitbreiding van de varkensstal in Hemelum, maar ik kan ook de mestvergisters in Tirns, Tzummarum, Noord-Burgum, Marrum en Kootstertille aan dit rijtje toevoegen. En het unieke natuurgebied Schilkampen en de vliegbasis in Leeuwarden die een half jaar lang voor veel overlast heeft gezorgd.

Bewoners die massaal in actie komen. Dat moet toch een signaal zijn van dat iets niet goed in elkaar steekt? Er is zojuist nog een alarmbrief binnengekomen over de gifspuiterijen op landerijen bij Oudemirdum, met een beschrijving van verontrustende effecten voor omwonenden die dit gif ruiken en dus ook inademen. En dat geldt voor ieder die erlangs fiets of wandelt.

En dan hebben we ook nog de geplande uitbreiding van Vliegveld Lelystad. En daar wordt duidelijk dat de centrale Overheid dit spelletje ook speelt. Informatie komt niet, klopt niet of wordt zo laat gegeven dat je de kans loopt dat je de procedure mist.

Het zijn  allemaal voorbeelden van kwesties waarbij de Overheid in ieder geval de schijn wekt dat ze vooral bezig is haar eigen zin door te drijven.

Tot slot nog een paar korte vragen over de Veenweide en over de FUMO:

Over de Veenweide. De uitvoering van projecten en zelfs het opstellen van een uitvoeringsprogramma loopt achter op schema. Dat weten we al sinds januari. Volgens het College kost het tijd om met alle partijen op één lijn te komen. Mijn vraag aan het College is: hoe lang denkt u dat het gaat duren voordat die ene lijn is bereikt?

Graag een antwoord, uitgedrukt in tijd.

En dan heb ik verder nog een vraag over deze kwestie; u onderzoekt de omvang en de noodzaak van het flankerend beleid. Bedoelt u niet gewoon hier te zeggen: wij zoeken nog uit hoeveel miljoenen – of misschien wel miljard- het kost om de boeren mee te krijgen?

En tenslotte over de veenweide: wat is er eigenlijk op tegen om het waterpeil gewoon te verhogen? Ik heb begrepen dat het waterpeil in de veengebieden in Z-Holland ongeveer een meter hoger is dan in Fryslân. Daar kan dus heel goed mee geboerd worden.

Graag op deze vragen een reactie.

Dan, voorzitter, nog een paar opmerkingen over de FUMO. De uitvoering van het verlenen van vergunningen loopt op schema, maar de uitvoering van de toezichtstaken blijven achter op de planning. Dat kan ook weer onmiddellijk gevolgen hebben voor het welbevinden en het woongenot van inwoners van deze provincie. Via het alarmnummer, zo is ons door de FUMO verteld, kwamen er vorig jaar 650 klachten binnen en daarvan hadden er 350 betrekking op geur, zeg maar stank. Dit is natuurlijk maar het topje van de ijsberg, want niet iedereen die last heeft van stank of lawaai grijpt naar de telefoon.

Wij vinden in zijn algemeenheid dat er pas vergunningen kunnen worden verleend wanneer de controle en handhaving op die vergunningen van te voren goed gegarandeerd is.

Hier geldt namelijk ook het principe : de vrijheid van de een houdt op waar die van de ander begint.

Graag een reactie van het college op dit principe.

Dank u wel.