Inbreng bij Cofi­nan­ciering Regi­o­deals


2 maart 2019

In het Startdocument Regiodeals Natuur Inclusieve Landbouw Noord-Nederland staat vermeld en ik citeer: “ Een transitie in de landbouw is noodzakelijk. De huidige dominante werkwijze van voortdurende verlaging van de kostprijs van producten schaadt de natuur, de lucht, de bodem, de biodiversiteit en uiteindelijk dus de sector zelf, die zo nauw met die natuur verbonden is”.

U zult bedoelen” zo nauw met de natuur verbonden wàs! Er is namelijk geen andere conclusie mogelijk dan dat deze landbouw totaal niet meer met de natuur verbonden is.

Even verderop lees ik en ik citeer weer: “ De ambitie bevat gemeenschappelijke streefbeelden zoals: “biodiversiteit draagt bij aan hogere opbrengsten in de landbouw, alle ondernemers dragen bij aan het versterken van landschap en biodiversiteit, en: gesloten kringlopen en klimaat-neutrale ketens. Deze gemeenschappelijke ambitie geeft richting aan een landbouw die ook in 2030 topvoedsel produceert en -geworteld in de samenleving-bijdraagt aan een rijke leefomgeving. “

Ook in 2030 topvoedsel produceert, stelt u? U bedoelt natuurlijk: die in 2030 weer een redelijk herstelde voedselkwaliteit produceert. Want topvoedsel is het allang niet meer.

Immers ons is bijvoorbeeld bekend dat aardappelen in vijftig jaar tijd 35% minder magnesium bevatten, 35% minder calcium, 45% minder ijzer en 47% minder koper.

En met het grasland is het niet anders gesteld. De bodemstructuur en de bodemvruchtbaarheid is gedegradeerd door de eenvormigheid van de grassoort. En de talloze wormen zijn zodanig door de drijfmest uit de grond gebrand vanwege de ammoniak die ontstaat in een mengsel van stront en urine dat de hele bodemstructuur en het gezonde bacterieleven naar de malle miezen gaat.

En wanneer wij dan lezen hoe het herstel van de aangerichte schade wordt aangepakt dan blijft dat allemaal hangen in mooie woorden, zoals innovatie, gebiedsprocessen en gereedschapskist. Daar gaan we de voorbeeldfunctie en de koploperspositie echt niet mee halen zonder vooraf eerst een duidelijk aantal randvoorwaarden te stellen, met als stip op de horizon: stoppen met landbouwgif, stoppen met kunstmest, stoppen met drijfmest en terug naar een volledige circulaire landbouw op het eigen bedrijf of samen met buurboeren.

Zolang dat niet gebeurt wordt het pappen en nathouden en symptoombestrijding zonder de echte oorzaken aan te pakken van de teloorgang van de verbinding met de natuur en met de eigen bodem.

Waar zowel het Rijk als de Provincie geld inzetten is het ook niet meer dan logisch dat bedrijven er zelf òòk geld in steken. Want wat er moet gebeuren is in feite het herstellen van door deze landbouwbedrijven zelf door de jaren heen aangerichte schade aan de eigen bodem, aan de lucht, het water, de natuur en de biodiversiteit.

Iedereen weet inmiddels of kan weten: Om landbouw en natuur weer te laten samenwerken moet het waterpeil omhoog en zal bloem- en kruidenrijk gras de bodemstructuur verbeteren. En de ongelijke wortellengte van de verschillende gras- en kruidensoorten zal tevens het regenwater langer vasthouden bij droogte. Zelfs de penswerking van de koeien verbetert zonder dat de melkproductie daalt en het zal tevens tot minder methaanuitstoot leiden uit mond en kont. Want dat is nu 2/3 van de totale methaanuitstoot van de koe. En 1/3 zit in de mest. Dus, willen we dat de bijen, hommels en andere insecten weer in aantal toenemen, zullen we definitief moeten stoppen met landbouwgif. De huidige neonicotinoïden zijn nog erger dan de DDT van destijds, en die zit ook nog steeds onderin de bodem. En glyfosaat, dat gebruikt wordt om de hele grasmat eens in de zoveel jaar te vernieuwen is voortaan ook uit den boze.

Vanwege interrupties niet meer uitgesproken, maar voor de volledigheid van het verhaal:
De oude grasmat, her en der nog in tact blijkt nog steeds de meest gezonde en vruchtbare bodemstructuur te bevatten. Volledig grondgebonden werken met op gevarieerd gras gebaseerd eigen voer en zonder mestoverschot zal uiteindelijk wel leiden tot minder melk, maar wel van betere kwaliteit en met minder externe kosten. Hier ligt het nieuwe verdienmodel. En dit biedt weer volop ruimte voor weidevogels.

Zolang Friese/ Noordelijke boeren op vrijwillige basis niet tot bovenstaande bereid zijn te besluiten, maar alleen wat willen opschuiven wanneer ze er volledig voor betaald worden, wordt het helemaal nooit wat met die koploperspositie die Friesland en de collega-noordelijke provincies zo graag willen innemen.

Hou het simpel met de enkele vraag: hoe kan ik de schade die aangericht is, weer zo snel mogelijk herstellen.

Wat is reel dat ik zelf als boer betaal en welke extra financiële impuls zou mij als boer daarbij extra helpen om het zo snel mogelijk voor elkaar te krijgen?

En geef de huidige individuele koploper-boeren, betaald met provinciaal geld een rol als inspirator en meedenker met elke individuele boer die graag anders wil maar niet goed weet hoe.