Schriftelijke vragen geld voor geschoten vossen

Jagers namen in februari en maart dit jaar bloed af bij geschoten vossen voor onderzoek van het Dutch Wildlife Health Centre. Dat deden zij in onze provincie en in Utrecht. Voor iedere geslaagde bloedafname kregen zij €40,-; in totaal zijn 60 monsters nodig.

  1. Heeft u zicht op welke invloed deze premie heeft op de aantallen geschoten vossen en de plaatsen waar dit gebeurt? Zo ja, welke? Zo nee, waarom niet en acht u het niet van belang dat u daar kennis van heeft?
  2. Bent u met ons van mening dat het niet acceptabel is dat jagers een geldbedrag krijgen wanneer zij een dier doden? Bent u met ons van mening dat het betalen van een geldbedrag voor het doden van dieren in de hand werkt dat jagers vossen doden zonder zorgvuldige afweging van nut en noodzaak? Waarom wel, niet?
  3. Welke maatregelen zijn genomen om te voorkomen dat deze premie zorgt voor bijvoorbeeld het verstoren van rustplaatsen of andere soorten van onwenselijk gedrag?

Antwoorden

Uw schriftelijke vragen op grond van artikel 39 van het Reglement van Orde, binnengekomen op 31 maart 2017 beantwoorden wij als volgt.


Inleiding
Jagers namen in februari en maart dit jaar bloed af bij geschoten vossen voor onderzoek van het Dutch Wildlife Health Centre. Dat deden zij in onze provincie en in Utrecht. Voor iedere geslaagde bloedafname kregen zij €40,-; in totaal zijn 60 monsters nodig.

Vraag 1:
Heeft u zicht op welke invloed deze premie heeft op de aantallen geschoten vossen en de plaatsen waar dit gebeurt? Zo ja, welke? Zo nee, waarom niet en acht u het niet van belang dat u daar kennis van heeft?

Antwoord vraag 1:
Nee, daar hebben we geen zicht op, omdat het onderzoek van het Dutch Wildlife Health Centre buiten onze bevoegdheid valt en we ook geen regels over hebben gesteld of kunnen stellen. We zijn ook geen opdrachtgever van dit onderzoek. Dutch Wildlife Health Centre (kortweg DWHC) is een onafhankelijk onderzoeksbureau dat met name gericht is op het vermeerderen van de kennis over de gezondheid van wilde dieren en het bevorderen van een goed gebruik van die kennis bij het beleid aangaande de volksgezondheid, de gezondheid van (gedomesticeerde) dieren en het natuurbeheer. Ze zijn bevoegd om premies te gebruiken voor dit type onderzoek. Wij, als provincie gaan daar niet over.
In nauwe samenwerking met het DWHC is de Koninklijke Nederlandse Jagersvereniging gestart met een pilotonderzoek naar infectieziekten bij vossen. Het doel van het onderzoek is tweeledig blijkt uit openbare informatie die te vinden is op de website van de KNJV;
a. In eerste instantie worden twee verschillende methoden voor het verzamelen van bloed monsters met elkaar vergeleken.
b. Het materiaal wordt gebruikt om te onderzoeken of op basis van antistoffen in het bloed van vossen een indruk kan worden verkregen van de aanwezigheid van infectieziekten in de leefomgeving. Dit acht men van belang omdat de vos een drager kan zijn van infectieziekten.
Kortom, het is een wetenschappelijk onderzoek dat in opdracht van de Koninklijke Nederlandse Jagersvereniging wordt uitgevoerd. Het initiëren van een dergelijk wetenschappelijk onderzoek is niet verboden in Nederland en behoeft geen toestemming van de provincie Fryslân.
Vanuit een ecologisch wetenschappelijk perspectief is de uitkomst van dit onderzoek interessant om te volgen, vanwege het mogelijke inzicht dat gegeven wordt op het gevaar van infectieziekten.

Vraag 2:
Bent u met ons van mening dat het niet acceptabel is dat jagers een geldbedrag krijgen wanneer zij een dier doden? Bent u met ons van mening dat het betalen van een geldbedrag voor het doden van dieren in de hand werkt dat jagers vossen doden zonder zorgvuldige afweging van nut en noodzaak? Waarom wel, niet?

Antwoord vraag 2:
Nee, die mening delen we niet. De aanleiding dat op vossen geschoten mag worden heeft te maken met het feit dat de vos op de landelijke vrijstellingslijst staat. Dat heeft niets met een wetenschappelijk onderzoek te maken.
Dat betekent concreet dat deze dieren het hele jaar mogen worden gedood, indien er binnen het werkgebied van de Wild Beheer Eenheid op tenminste één perceel schade is of schade dreigt in het huidige of het komende jaar aan landbouw en/of de aanwezige fauna. De wetgever heeft dit zo bepaald.
Ter informatie kunnen we u meegeven, dat we 30 november 2016 een ontheffing hebben afgegeven voor de toepassing van de lichtbak bij de jacht op vossen s’ avonds en ‘s nachts in de weidevogel kans gebieden en de directe omgeving ervan. De vos is met name in de nachtelijke uren actief en de vos is een aantoonbaar roofdier gebleken voor de weidevogels.
Deze maatregelen zijn noodzakelijk, terwijl de instandhouding van de Vos als soort daarmee niet in gevaar komt. De bescherming van de weidevogels heeft deze extra impuls nodig omdat zij kwetsbaarder zijn.
Dus de nut en noodzaak om aan predatiebeheer te doen is wel degelijk aangetoond en via de ontheffingsprocedure ook op objectieve gronden gecontroleerd.

Vraag 3:
Welke maatregelen zijn genomen om te voorkomen dat deze premie zorgt voor bijvoorbeeld het verstoren van rustplaatsen of andere soorten van onwenselijk gedrag?

Antwoord vraag 3:
Zie antwoord bij vraag 1. We zijn geen partner of toezichthouder van dit wetenschappelijk onderzoek. Zoals we aangegeven hebben staat de Vos op de landelijke vrijstellingslijst. In onze ontheffing hebben we voorwaarden opgenomen. Bovendien moet niet vergeten worden dat onder de Wet natuurbescherming er wel degelijk een beschermingsregime bestaat om beschadiging van voortpiantingsplaatsen en rustplaatsen van beschermde diersoorten te voorkomen. We hebben geen aanwijzingen vanuit de handhaving dat door dit wetenschappelijk onderzoek er een strijdigheid met de Wet natuurbescherming gaande is.
Er bestaat geen direct verband tussen een wetenschappelijk onderzoek en de jacht op vossen. De jacht op vossen wordt geregeld aan de hand van de objectieve gronden van de Wet natuurbescherming.