Vragen over gebrek aan klimaatbewustzijn

Het belang van de energietransitie is inmiddels in veel nationale en internationale beleidsagenda’s onderkend. Met het klimaatakkoord is de ambitie uitgesproken om de uitstoot van broeikasgassen per 2050 terug te brengen tot maximaal 20% van het niveau van 1990. Deze transitie naar duurzame energie heeft grote consequenties voor het dagelijks leven en vergt een grote inspanning van alle betrokken partijen, waaronder burgers, overheden en het bedrijfsleven. Ook provincie Fryslân benadrukt in haar beleidsbrief Duurzame Energie de urgentie van deze transitie. De Partij voor de Dieren maakt zich zorgen over recent onderzoek dat laat zien dat dit gevoel van urgentie bij veel Nederlanders ontbreekt.

Op 7 februari verscheen in de LC deel 1 van een serie analyses over onze energievoorziening, getiteld Van schone schijn naar schone energie. De LC ging daarbij uitgebreid in op de resultaten van het onderzoek Burgerperspectieven 2016 dat het Sociaal en Cultureel Planbureau heeft gepubliceerd. Hierin was onderzocht hoe Nederlanders denken over het klimaat en de energietransitie. Enkele belangrijke bevindingen van het onderzoek zijn:

  1. De energietransitie is geen urgent vraagstuk in de publieke opinie. Slechts 2% noemt spontaan het klimaat, groene energie of duurzaam, bij de vraag naar de grootste maatschappelijke problemen. Op de vraag, waar dringend veranderingen nodig zijn, kwam het energiesysteem op de tiende plek.
  2. Nederlanders denken dat ruim een derde van de verbruikte energie duurzaam is. Op dit moment is 6 procent van onze energie groen opgewekt. De snelheid van de transitie wordt dus overschat.
  3. De weerstand tegen windmolens maakt dat ook tussen de noodzaak en de uitrol van de energietransitie een zekere spanning bestaat
  4. Driekwart van de ondervraagden zegt heel weinig of niet veel verstand te hebben van het energievraagstuk. De kennis over energiegebruik en energietransitie is dus niet groot bij de meeste Nederlanders.
  5. Slechts 41% van de bevolking is van mening dat overtuigend is aangetoond dat het gebruik van fossiele brandstoffen grote invloed op het klimaat heeft.

 

Wij hebben hierover de volgende vragen:

1) Deelt u onze mening dat inwoners van Fryslân zich bewust moeten zijn van de noodzaak en urgentie van de energietransitie?

2) Bent u tevens met ons van mening dat het belangrijk is dat:

  • a)  burgers begrijpen dat de noodzaak voor de energietransitie direct gekoppeld is aan de   opwarming van de aarde?
  • b)  Burgers een realistisch beeld hebben van de voortgang van de transitie?
  • c)  Het van belang is dat voldoende kennis over energiegebruik en transitie aanwezig is?
  • d)  Alle inwoners van Fryslân overtuigd raken van de omvangrijke wetenschappelijke consensus dat fossiele brandstoffen een grote invloed op het klimaat uitoefenen?
  • e)  Burgers voldoende besef hebben van de gevolgen van de klimaatcrisis, hier en wereldwijd?

3) Deelt u onze teleurstelling over de bovenstaande bevindingen van dit onderzoek?

4) Dit onderzoek is gedaan naar de algemene Nederlandse opinie. Is uw inschatting dat bovenstaande bevindingen een goede indicatie geven van de attitudes van inwoners van Fryslân rondom dit onderwerp? Waarom wel, niet?

5) Is er bij u onderzoek bekend naar de attitude van de inwoners van Fryslan? Zo ja, welke en wat is er met de bevindingen gedaan? Zo nee, waarom niet?

6) Op welke wijze en met welke middelen communiceert u met Friezen over het nut en de noodzaak van de energietransitie, en de relatie met de opwarming van de aarde? Hoeveel gelden zijn hiervoor uitgetrokken?

7) Deelt u onze zorg, dat de overschatting van het huidige aandeel duurzame energie het gevoel van urgentie dat er nog wel is kan verzwakken, en zo een extra drempel kan vormen voor het behalen van de korte en lange termijn energiedoelstellingen van Fryslan?

8) Ziet u naar aanleiding van deze bevindingen reden en mogelijkheden om de voorlichting naar burgers op dit vlak uit te breiden? Zo ja, wat bent u van plan te gaan doen? Zo nee, waarom niet?

 

Indiener Rinie van der Zanden, Partij voor de Dieren