Vervolgvragen over controle op o.a. de veehouderij

Op 11 oktober jl. stelde onze fractie vragen over toezicht op de veehouderij. De antwoorden daarop ontvingen we van u op 31 oktober jl. met kenmerk 01458027. Naar aanleiding van deze antwoorden, en de brieven van 9 mei jl. met kenmerk 01404985 en van 31 oktober met kenmerk 01451227, hebben wij de volgende aanvullende vragen.

1. In uw antwoord op vraag 8 geeft u aan dat binnen BIJ12 de afspraak is gemaakt om na het verlenen van een PAS-vergunning binnen 3 jaar een controle uit te voeren. Er worden hierover afspraken gemaakt met de FUMO, zo schrijft u.

a) Betekent dit dat ook daadwerkelijk binnen 3 jaar na verlening van de vergunning wordt gecontroleerd? Hoe gaat u dat realiseren binnen deze termijn? En zijn hierover al afspraken gemaakt?

b) Wordt bij deze controle ook een vergelijking gemaakt tussen de aantallen dieren die mogen worden gehouden op basis van de PAS, de aantallen dieren die mogen worden gehouden op basis van de WABO en de daadwerkelijk gehouden aantallen? Zo ja, wat wordt gedaan in het geval van een afwijking? Zo nee, waarom niet?

c) Hoeveel controles worden per jaar gedaan voor de PAS-vergunningen?

d) Welk percentage van het totale aantal bedrijven met een PAS-vergunning is dit, uitgesplitst naar branche?

2. Ook niet-agrarische bedrijven moeten soms een PAS-vergunning hebben.

a) Hoeveel van hen beschikken over een PAS-vergunning?

b) Welk percentage vanhet totaal van de bedrijven dat een PAS-vergunning zou moeten hebben is dat?

c) Beschikt de REC over een PAS-vergunning? Zo nee, waarom niet?

3. Wat is het beleid voor het risicomodel voor de agrarische sector (waaronder IPCC-inrichtingen) en de provincie?

4. Klachten kunnen binnen komen via het milieu-alarmnummer.

a) Hoeveel milieuklachten, die via het alarmnummer worden ingediend, betreffen agrarische bedrijven?

b) Hoe worden klachten geregistreerd en wat wordt hierbij geregistreerd?

c) Is hier een totaaloverzicht van?

d) Zijn burgers op de hoogte van de wijze van registratie en worden zij op de hoogte gesteld van wat er met hun klacht wordt gedaan?

5. Handhaving wordt deels gedaan door grijze boa’s.

a) Hoeveel grijze boa’s zijn er binnen de provincie? Hoeveel fte is dat?

b) Hoeveel strafzaken behandelen zij per jaar?

c) In hoeveel van deze zaken wordt uiteindelijk een straf opgelegd?

6. In het VTH-verslag over 2016 is te lezen dat er binnen de Landelijke Handhavingstrategie (LHS) proeftuinen zijn (p. 6 van het verslag). Dit zijn industrie, asbest en natuur.

a) Waarom is milieu niet een apart onderdeel?

b) Vallen de agrarische sector en de afvalsector nu buiten dit proeftuinenbeleid? Zo ja, waarom? Zo nee, onder welk onderdeel vallen zij dan?

7. De provincie heeft een rol in het interbestuurlijk toezicht (IBT). Nog niet alle gemeenten voldoen aan de wettelijke kwaliteitscriteria.

a) Hoe gaat u dit verzuim vanuit uw IBT-rol regisseren?

b) En gaat u ook toezicht uitvoeren op fysieke dossiers?

8. Er bestaat onduidelijkheid over de herkomst en de aard van het afval dat de REC verbrandt.

a) Hoe vaak wordt bij de REC aan de poort gecontroleerd wat er daadwerkelijk (niet enkel op papier) binnen komt, wat de herkomst daarvan is, wat er uit gaat en waar dat heen gaat?

b) Wat zijn de bevindingen van deze controles?