Vragen over stikstofuitstoot bij natuurgebieden

Op 9 maart jl. schorste de voorzieningenrechter van de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State twee PAS-vergunningen (ECLI:NL:RVS:2018:795). Uit de uitspraak blijkt dat de stikstofuitstoot van veehouderijen in bepaalde situaties nadelige en onomkeerbare gevolgen kan hebben voor natuurgebieden.

De Afdeling bestuursrechtspraak stelde in mei 2017 zogenoemde prejudiciële vragen over het PAS aan het Hof van Justitie in Luxemburg. Hoewel de Afdeling bestuursrechtspraak constateerde dat het PAS moet worden verbeterd of aangevuld, heeft zij destijds besloten om in afwachting van de antwoorden van het Hof van Justitie de natuurvergunningen niet te schorsen. Het PAS stelt 'stikstofruimte' beschikbaar voor nieuwe activiteiten. Het systeem van het PAS heeft een looptijd van zes jaar (2015-2021). Daarin is een buffer ingebouwd door een deel van de uit te geven stikstofruimte te reserveren voor de eerste helft van die zes jaar (60%), en een deel voor de tweede helft daarvan (40%). De verwachting van de Afdeling bestuursrechtspraak was eerder dat de uitgifte van 60% van de stikstofruimte tot 1 juli 2018 geen onomkeerbare gevolgen voor de natuur zou hebben. En ook dat het PAS verbeterd en aangevuld zou zijn, voordat de buffer van 40% zou worden uitgegeven. 

Uit de nieuwe uitspraak blijkt echter dat op bepaalde plaatsen in een aantal natuurgebieden al meer dan 60% van die stikstofruimte is uitgegeven. De buffer van 40% is op die plaatsen niet of niet meer volledig aanwezig. De verantwoordelijke ministers hebben het PAS nog niet verbeterd en aangevuld. Zolang dat niet is gebeurd, kan niet worden uitgesloten dat de toename van stikstofdepositie op die plaatsen nadelige of onomkeerbare gevolgen voor de natuurwaarden zal hebben, aldus de voorzieningenrechter.

Het is niet uitgesloten dat ook in zaken over andere natuurvergunningen waarbij het PAS is toegepast, schorsingsverzoeken zullen worden gedaan. In de voorlopige uitspraak van vandaag staan de voorwaarden op grond waarvan een natuurvergunning dan naar verwachting zal worden geschorst. Het gaat daarbij om veehouderijen die stikstof uitstoten op delen van natuurgebieden waarvoor meer dan 60% van de stikstofruimte is uitgegeven, en waarbij de veehouderij nog niet of niet helemaal is uitgebreid. Ook moet het gaan om een vergunning waarin stikstofruimte (in het PAS 'ontwikkelingsruimte' genoemd) is toebedeeld.

  1. Heeft het college kennis genomen van deze uitspraak?
  2. Heeft het college inzicht in voor hoeveel PAS-vergunningen die door Fryslan zijn uitgegeven schorsing is aangevraagd? Zo ja, om hoeveel vergunningen gaat het dan?
  3. Zou deze uitspraak gevolgen kunnen hebben voor de in Fryslân verleende vergunningen? Zo ja, om hoeveel vergunningen gaat het dan?
  4. Indien het antwoord op de vorige vraag bevestigend luidde, zijn kennelijk vergunningen verstrekt terwijl dit niet had gemoeten. Welke consequentie trekt het college hier voor zichzelf uit?
  5.  Indien Friese PAS-vergunningen worden geschorst, houdt het college dan rekening met schadeclaims?
  6. Ook in het geval geen schorsingsverzoeken zouden worden gedaan, is sprake van een potentieel probleem, namelijk het risico van nadelige en onomkeerbare gevolgen voor natuurgebieden. Wat gaat het college hier aan doen?
  7. Leidt de verhoging van de melkproductie per koe tot aanpassingen van verleende PAS-vergunningen? Zo nee, waarom niet? Zo ja, welke?

Het bijbehorende persbericht is hier na te lezen.

Antwoorden

Uw schriftelijke vragen op grond van artikel 41 van het Reglement van Orde, binnengekomen op 26 maart 2018, beantwoorden wij als volgt.

lnleidende toelichting

Op 9 maart jl. schorste de voorzieningenrechter van de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State twee PAS-vergunningen (ECLI:NL:RVS:2018:795). Uit de uitspraak blijkt dat de stikstofuitstoot van veehouderijen in bepaalde situaties nadelige en onomkeerbare gevolgen kan hebben voor natuurgebieden.

De Afdeling bestuursrechtspraak stelde in mei 2017 zogenoemde prejudiciele vragen over het PAS aan het Hof van Justitie in Luxemburg. Hoewel de Afdeling bestuursrechtspraak constateerde dat het PAS moet worden verbeterd of aangevuld, heeft zij destijds besloten om in afwachting van de ant woorden van het Hof van Justitie de natuurvergunningen niet te schorsen. Het PAS stelt 'stikstofruimte' beschikbaar voor nieuwe activiteiten. Het systeem van het PAS heeft een looptijd van zes jaar (2015-2021). Daarin is een buffer ingebouwd door een deel van de uit te geven stikstofruimte te reserveren voor de eerste helft van die zes jaar (60%), en een deel voor de tweede hefft daarvan (40%). De verwachting van de Afdeling bestuursrechtspraak was eerder dat de uitgifte van 60% van de stikstofruimte tot 1 juli 2018 geen onomkeerbare gevolgen voor de natuur zou hebben. En ook dat het PAS verbeterd en aangevuld zou zijn, voordat de buffer van 40% zou worden uitgegeven.

Uit de nieuwe uitspraak blijkt echter dat op bepaalde plaatsen in een aantal natuurgebieden al meer dan 60% van die stikstofruimte is uitgegeven. De buffer van 40% is op die plaatsen niet of niet meer volledig aanwezig. De verantwoordelijke ministers hebben het PAS nog niet verbeterd en aangevuld. Zolang dat niet is gebeurd, kan niet worden uitgesloten dat de toename van stikstofdepositie op die plaatsen nadelige of onomkeerbare gevolgen voor de natuurwaarden zal hebben, aldus de voorzieningenrechter.

Het is niet uitgesloten dat ook in zaken over andere natuurvergunningen waarbij het PAS is toe gepast, schorsingsverzoeken zullen worden gedaan. In de voorlopige uitspraak staan de voorwaarden op grond waarvan een natuurvergunning dan naar verwachting zal worden geschorst. Het gaat daarbij om veehouderijen die stikstof uitstoten op delen van natuurgebieden waarvoor meer dan 60% van de stikstofruimte is uitgegeven, en waarbij de veehouderij nog niet of niet helemaal is uitgebreid. Ook moet het gaan om een vergunning waarin stikstofruimte (in het PAS 'ontwikkelingsruimte' genoemd) is toebedeeld.

Vraag 1.

Heeft het college kennis genomen van deze uitspraak?

Antwoord vraag 1.

Ja, wij hebben kennis genomen van deze uitspraak.

Vraag 2.

Heeft het college inzicht in voor hoeveel PAS-vergunningen die door Fryslan zijn uitgegeven schorsing is aangevraagd? Zoja, om hoeveel vergunningen gaat het dan?

Antwoord vraag 2.

Ja, wij hebben hier inzicht in. Hoewel er bij de rechtbank Noord Nederland een beroepszaak loopt tegen 117 van de door ons afgegeven vergunningen, is tot nu toe geen enkel schorsingsverzoek aangevraagd.

Vraag 3.

Zou deze uitspraak gevolgen kunnen hebben voor de in Fryslan verleende vergunningen? Zoja, om hoeveel vergunningen gaat het dan?

Antwoord vraag 3.

Dat is zeker mogelijk. Een verzoek om schorsing kan nog worden ingediend inzake de hierboven genoemde vergunningen die voor de datum van 1 september 2017 zijn verleend, waartegen beroep is ingesteld en waarop nog niet onherroepelijk is beslist.

Vraag 4.

Indien het antwoord op de vorige vraag bevestigend luidde, zijn kennelijk vergunningen verstrekt terwijI dit niet had gemoeten. Welke consequentie trekt het college hier voor zichzelf uit?

Antwoord vraag 4.

Als een vergunning uiteindelijk bij de rechter wordt vernietigd, kan daaruit niet de conclusie worden getrokken dat deze niet verleend had kunnen worden. Dit geldt ook als een verzoek om schorsing van een vergunning wordt toegewezen. De vergunningen zijn verleend op grond van de geldende en van toepassing zijnde wetgeving die is vastgelegd in de Wet natuurbescherming. De vraag of een vergunning in stand wordt gelaten of wordt vernietigd komt eerst dan aan de orde bij de inhoudelijke behandeling van het beroep door het bevoegde rechtscollege.

Vraag 5.

lndien Friese PAS-vergunningen worden geschorst, houdt het college dan rekening met schadeclaims?

Antwoord vraag 5.

Nee. Een schorsing heeft tot gevolg dat de veestapel op het betreffende bedrijf voorlopig niet mag uitbreiden. Bedrijven die daarmee beginnen voor de vergunning onherroepelijk is, doen dit voor eigen risico.

Vraag 6.

Ook in het geval geen schorsingsverzoeken zouden worden gedaan, is sprake van een potentieel probleem, namelijk het risico van nadelige en onomkeerb are gevolgen voor natuurgebieden. Wat gaat het college hier aan doen?

Antwoord vraag 6.

Dit is ons inziens niet het geval. Vooralsnog zien wij geen aanleiding, mede gezien het systeem van de PAS, om aan te nemen dat deze vergunningen mogelijk onomkeerbare nadelige gevolgen kunnen hebben voor de kwaliteit van de natuurlijke habitats of de habitats van soorten in de betreffende Natura 2000- gebieden.

Vraag 7.

Leidt de verhoging van de melkproductie per koe tot aanpassingen van verleende PASvergunningen? Zo nee, waarom niet? Zoja, welke?

Antwoord vraag 7.

Nee. De vergunningen gelden voor de maximale aantallen dieren in de voorgeschreven stalsystemen. De melkproductie per koe speelt daarin geen enkele rol. Een verhoging van de melkproductie per koe leidt daarom niet tot aanpassingen van verleende PAS-vergunningen.