Inbreng bij Jaar­stukken 2018


23 mei 2019

Dank u wel voorzitter,

Met dank voor het bundelen van alle gegevens voor dit goed leesbare jaaroverzicht wil de Partij voor de Dieren er enkele punten uitlichten. Bij Programma 3, Omgeving, beleidsveld Natuur en Landschap eerst een kort citaat: “Wij streven naar een nog betere balans tussen economie, landbouw, natuur en landschap. Hierbij speelt onder andere het herstel van de biodiversiteit …..enz. enz ”.

Een nog betere balans?! Die balans is al decennialang zoek! Maak het toch niet mooier dan het in werkelijkheid is! Daar helpen we namelijk niemand mee. We hebben niet voor niets onlangs nog weer de alarmerende berichten binnengekregen van het IPBES, een vergelijkbare organisatie van de Verenigde Naties als het IPPC dit is voor het klimaat. Het instorten van de biodiversiteit is een veel directere bedreiging voor het menselijk bestaan, groter dan de veranderingen in het klimaat. Eén miljoen soorten worden nu met uitsterven bedreigd. Dat betekent dat het vernuftig door de natuur zelf opgebouwde voedselweb, waarbij alles met alles samenhangt op instorten staat. Maar in de jaarstukken staat en ik citeer: “Hierbij speelt onder andere het herstel van de biodiversiteit ”, alsof het met de biodiversiteit hier slechts om een bijzaak gaat. Wordt wakker: een goede biodiversiteit is het immuunsysteem van moeder Aarde en dus hoofdzaak!

Maar we zien helaas in de jaarstukken dat het bijzaak is. De doelrealisatie voor Natuur en Landschap ligt niet op schema en de gewenste resultaten zijn niet gehaald. Beide keren wordt de oranje kleur aangegeven. Bij doelrealisatie is dat nog te verkopen, de eindafrekening vindt ergens in 2027 plaats. Dus bijstelling is nog mogelijk. Dit geldt echter niet voor de gewenste resultaten. Er is gewoon te weinig natuur gerealiseerd in 2018, dus ROOD.

En met de transitie naar een duurzame, gifvrije en grondgebonden landbouw wil het ook maar niet vlotten. Bodemvruchtbaarheid is de basis, het goud van de landbouw. En dat goud, die bodemvruchtbaarheid is met name op het gangbare boerenland in snel tempo aan het verdwijnen, als we niet snel in actie komen. Maar, de landbouwdeals, onder andere die over de bodem, zitten nog steeds in de startfase. En nergens in die, door alle betrokken stakeholders ondertekende landbouwdeals staat het terugdringen van het gebruik van bestrijdingsmiddelen met zoveel woorden vermeld. Dus wij vrezen ook hier het ergste. Pappen en nathouden, symptoombestrijding zonder aanpak van de oorzaken. Volgens wormenonderzoeker, Jeroen Onrust, die zojuist nog een wetenschapsprijs ontving voor zijn speurwerk moet niet de grutto, maar de rode regenworm het symbool worden voor Fryslân. Want als het met de rode worm weer goed gaat, gaat het ook weer beter met het landschap en met de weidevogels. De wormen, ze worden door de drijfmest vijfmaal per jaar uit de grond gebrand.

Bij Programma 3, beleidsveld Water en Milieu worden we ook niet blij. Ook in de Staat van Fryslân 2019 staat duidelijk aangegeven dat de laatste jaren de verbetering van de kwaliteit van het oppervlaktewater stagneert waardoor veel van de ecologische doelstellingen voor de Europese Kader Richtlijn Water nog buiten bereik liggen. Er staat letterlijk dat het de vraag is of Fryslân in het streefjaar 2027 aan de normen kan voldoen. Er staat ook dat probleemstoffen zoals medicijnresten en microplastics nog steeds niet zijn genormeerd en dat gewasbeschermingsmiddelen uit de akkerbouw vooral worden aangetroffen in de kleine wateren. Boerensloten dus, zonder enig KRW-meetpunt. Om nog maar te zwijgen van het gebruik van glyfosaat waarmee vanwege de droogte het afgelopen jaar misschien wel meer dan ooit, vele hectares weiland zijn behandeld, omgeploegd. Voor weer nieuw raaigras.

Het was voor onze fractie een verrassing dat er dit jaar in de jaarstukken geen aparte paragraaf was toegevoegd over de ecologische waterkwaliteit. Dat was elk jaar zo. We kijken dan ook uit naar het nieuwe Kader Richtlijn Water- programma dat in de loop van 2020 ter behandeling aan PS wordt aangeboden.

Met het oog op de Regionale Energie Strategie en de landschappelijke invulling daarvan heeft energiebesparing prioriteit. Wat je niet verbruikt hoef je namelijk ook niet op te wekken. Zo simpel is dat. In de jaarstukken staat dat de doelstellingen voor energiebesparing voor 2020 niet haalbaar zijn als gevolg van economische groei. Er zal een inhaalslag nodig zijn zo staat er.

Maar hoe dan? Graag horen we van de gedeputeerde: hoe?

Tenslotte, voorzitter, de vergunningverlening, toezicht en handhaving. De FUMO komt nog altijd niet uit het dal, de gemeenten hevelen de basistaken te traag over en dat maakt het voor de FUMO extra lastig.

En onze leefomgeving betaalt daarvan de prijs. Wij zijn bezorgd dat er te weinig toezicht is op dit moment. Er is niet minder, maar meer toezicht nodig in onze provincie. Er gebeurt helaas veel dat niet door de beugel kan en minder toezicht geeft meer ruimte voor vrij spel in de trant van “Ach, niemand ziet wat ik doe”. Een mentaliteit die helaas tot toezicht en handhaving noopt.

Wij denken hierbij aan de vinger aan de pols bij de REC, het spuiten van landbouwgif terwijl de windkracht van dat moment spuitactiviteiten verbiedt, illegale roofvogeljacht, visstroperij, het nog steeds kapotrijden van weidevogelnesten tijdens het maaien en bij het gebruik van de sleepslang, het illegaal lozen in het vaarverkeer en wat actueel blijft, ook in Fryslân: de mestfraude. En ik heb me laten vertellen dat of de veestalbezetting nog conform de vergunning is slechts eens in de 10 à 12 jaar gebeurt.

Bedrijven komen stelselmatig weg met te weinig toezicht en handhaving. Met alle gevolgen van dien voor de omgeving. We zien dan ook dat groepen omwonenden steeds vaker in actie komen. Zij voelen zich wat betreft de volksgezondheid onvoldoende beschermd door de overheid. Dit wordt voor ons een belangrijk aandachtspunt bij het behandelen van de Omgevingsvisie.

Dank u wel