Inbreng bij kadernota 2021


24 juni 2020

Inbreng bij Kadernota, 24 juni 2020

Vorige week, bij de behandeling van de Concept RES gaf ik namens de Partij voor de Dierenfractie aan dat, zo desastreus als de gevolgen van de Coronacrisis nu zijn voor heel veel mensen, vele malen desastreuzer voor nog veel meer mensen de gevolgen zullen zijn van een te traag en onvoldoende tijdig aanpakken van klimaatmaatregelen en het daardoor eindigen bij 3 graden opwarming. Hoe langer we wachten hoe duurder het ook nog eens wordt. Afgelopen week werd ik met deze inbreng nog weer bevestigd. Enerzijds door berichtgeving over momenteel ongekend hoge temperaturen in Noord-Rusland. De laatste weken worden rond de poolcirkel buitengewoon hoge temperaturen gemeten tot wel 38 graden, de hoogste temperatuur die ooit is gemeten binnen het gehele Arctische gebied, een paar duizend kilometer noordoostelijk van Moskou. Anderzijds werd ik met mijn inbreng bevestigd door uitspraken van een echte rekenmeester, namelijk directielid Olaf Sleijpen van De Nederlandsche Bank (DNB). Hij gaf aan dat de klimaatverandering een nog veel grotere impact zal hebben dan de Coronacrisis en dat als de overheid de economie nu toch gaat steunen met grote investeringen, zij dit dan wel groen moet doen. Dan sla je twee vliegen in één klap”. Aldus deze woordvoerder van de Nederlandsche Bank.

Onze fractie is blij om te lezen dat het College van GS vindt dat zijn financiële steunacties in aanvulling op de landelijke Corona-aanpak in elk geval moeten bijdragen aan een circulaire economie. Een economie die hand in hand gaat met ecologie en binnen de grenzen blijft van wat de aarde ons per jaar aan grondstoffen kan bieden. Heb ik het bij het juiste eind dat het College ook vindt, net als de Partij voor de Dieren, dat we binnen de grenzen van wat de aarde aan grondstoffen te bieden heeft moeten blijven?

Graag een reactie van de gedeputeerde.

We produceren en consumeren namelijk, vooral als Westerse wereld alsof we ook nog een planeet B hebben. Maar die hebben we niet. Menigeen had daar de afgelopen maanden wel naar toe willen vluchten om aan het coronavirus te ontkomen. Veel, met name kwetsbare mensen hebben de afgelopen maanden aan den lijve moeten ervaren hoe het is om door een van Rijkswege ingestelde noodverordening ongewild in een sociaal isolement terecht te komen. En anderen moesten hun zaak sluiten en weer anderen raakten hun baan kwijt. Geluk op 1 en Brede Welvaart zijn dan nog slechts mooie woorden.

Wij hebben als mensheid, verspreid wonend over de hele aarde aan den lijve kunnen ervaren dat wij de Aarde en alles wat daar in en op leeft compleet niet in onze macht hebben. We hebben zelfs moeten constateren dat ook wij mensen slechts onderdeel zijn van dit ecosysteem. Een ecosysteem dat zelfs voor een behoorlijk deel uit schimmels en bacteriën bestaat. Net als ons eigen lichaam. Onze spijsverteringsorganen zouden niet eens zonder schimmels en bacteriën kúnnen! En we weten intussen dat een goed functionerend immuunsysteem van zowel mens als dier aardig bestand is tegen virussen. Maar we weten nu ook dat noodgedwongen in een sociaal isolement terecht komen een immuunsysteem dat al wat zwakker was nog verder aantast. En ook stress verzwakt het immuunsysteem.

Al met al gaat dit coronavirus, maar vooral de crisis waar we door de lock-down met zijn allen in terecht zijn gekomen ons de komende tijd en de komende jaren hopelijk nog heel wat meer inzichten opleveren. Bijvoorbeeld over hoe we beter met onszelf en onze eigen gezondheid om moeten gaan. Over hoe we bewust of onbewust niet echt jofel met anderen, wit, zwart, gelijk of anders geaard omgaan, hoe we met dieren en hoe we met de natuur omgaan. Een crisis als kans voor een groeisprong in medemenselijkheid en hoe we ons met meer verantwoordelijkheidsbesef met alles moeten verhouden. De coronacrisis als kans. Overstijgend aan de coronacrisis hebben we intussen ook nog steeds te dealen met een aantal andere, nauw met elkaar samenhangende crisissen. Crisissen die wij als mensheid zelf hebben veroorzaakt, omdat we vooralsnog geweigerd hebben te produceren binnen de grenzen van wat de aarde op jaarbasis aan de hele mensheid kan leveren.

Na deze algemene beschouwing kom ik nu bij de voorliggende Jaarstukken, de 1e Berap en de Kadernota. Als Partij voor de Dieren willen wij een voorzet doen om alsnog de 10.000 gruttobroedparen in onze provincie te gaan halen. Dat kàn! Als we het met zijn allen maar willen. Met zijn allen. Alle boeren en alle andere inwoners van Fryslân. Fryslân op de kaart zetten als een waterrijke en rijkbloeiende landbouwprovincie met voor toeristen aantrekkelijke cultuur- en natuurwaarden. Met overal in de weilanden koeien en weidevogels. Met onze motie “integrale benadering ecologische problemen” willen we inzetten op deze biodiverse koers, waarmee alle in de afgelopen decennia ook in onze provincie ontstane ecologische problemen in samenhang aangepakt kunnen worden. Want ze hebben allemaal met elkaar te maken en beïnvloeden elkaar. Van weidevogelneergang tot veenweideproblematiek en stikstofcrisis.

Voedselaanbod bepaalt omvang van dierpopulaties in de vrije natuur. Is er onvoldoende voedsel, dan houdt het op. Dus wanneer er geen bloei meer is vanwege het ontbreken van een diversiteit aan bloemen en grassen, en daarmee dus geen bijen, vliegen, vlinders en andere insecten die door bloeiend gewas worden aangetrokken, dan kunnen jonge weidevogels niet meer voldoende voedsel vinden en vallen ze sneller ten prooi aan predatie. Je kunt dan nog wanhopig vos, kraai, steenmarter en wat al niet een kopje kleiner maken, maar het zal het probleem niet echt oplossen. Wanneer het aantal wormen in de bodem bovendien ook nog eens sterk achteruit is gegaan en als gevolg daarvan een goede bodemstructuur met een vruchtbaar bodemleven ontbreekt, doet dat zelfs de ouders van de jonge weidevogels de das om.

Tijdens weidevogelkennisdagen op rij in de afgelopen drie jaar, hebben de daar aanwezige boeren, weidevogelbeschermers van de vogelwacht, jagers en andere belangstellenden zoals ik, het van verschillende bodemdeskundigen kunnen horen: drijfmest is funest voor het bodemleven en kunstmest ook. Drijfmest is nog rottende mest en helemaal niet geschikt om het organische stofgehalte in de bodem te doen toenemen. En wanneer het bodemleven niet meer in orde is, hoe kunnen de weidevogels dan ooit nog voldoende voedsel vinden?! Bovendien brandt drijfmest vanwege het ammoniakgehalte de wormen uit de grond. Ook dat weten we al jaren. Er zijn zelfs al minder meeuwen te zien wanneer de drijfmest nu wordt uitgereden. Er zijn namelijk steeds minder wormen. En, en nu komt het: juist over die drijfmest heeft de commissie Remkes forse uitspraken gedaan. Niet vanwege de weidevogels, zoals dat tijdens de weidevogelkennisdagen al jaren gebeurt, maar vanwege de veel te hoge ammoniakdepositie: in 2030 moet de ammoniakemissie gehalveerd zijn. De commissie adviseert ook dat de toepassing van drijfmest op akker- en weidegronden uiterlijk in 2030 is uitgefaseerd.

Hiermee gloort er dus wel degelijk nog een toekomst voor de weidevogels en voor Fryslân als weidevogelprovincie. Als we er met zijn allen maar voor gáán. De beloofde miljoenen van de Rijksoverheid in het kader van de stikstofproblematiek vormen een unieke kans om dit alsnog voor elkaar te krijgen. De drijfmest uitfaseren, om te beginnen bijvoorbeeld overal, op alle boerenland tot 5 meter vanuit de slootkanten.

We hebben de afgelopen jaren tot overmaat van ramp ook nog te maken met droogte, zodanig dat er minder gras groeit en er zelfs behoorlijke scheuren in de bodem ontstaan. Niet alleen een ramp voor de weidevogels, maar ook voor de boeren. De lage waterpeilen in de veenweidegebieden zorgen al jarenlang voor verdere afbraak van het veen en uitstoot van CO2. In combinatie met droogte gaat dit proces nu nog sneller. En in combinatie met aanhoudende droogte komen niet alleen de natuurgebieden maar ook het eigen raaigrasland in de problemen. En dan hebben we nog de verzilting, die zal toenemen naarmate de klimaatverandering doorzet.

Als wij als provincie werkelijk voorop willen lopen met natuurinclusieve kringlooplandbouw en meer biologische landbouw, dan gaan we aan de slag met extensivering en we nodigen alle boeren uit die zich willen aansluiten bij deze toekomstbestendige koers. Er is ook hen namelijk alles aan gelegen om het stikstofprobleem, de bodemdegradatie en de veenweideproblematiek op te lossen en om de zo helemaal bij Fryslân horende weidevogels weer terug te krijgen. Daar zullen ze vast en zeker veel waardering voor krijgen.

Met extra compensatiegeld voor deze extensivering is er nu die kans om zoveel mogelijk weidevogels op boerenland in onze provincie terug te krijgen. Wanneer wij als Provincie met een goed verhaal en extra eigen geld hiervoor bij Den Haag aankloppen kan dit uitgroeien tot een groot ecologisch experiment. Er liggen nu wel genoeg onderzoeksrapporten op het bureau. Het is nu een kwestie van aanpakken en doen. Daarom deze motie. En ook een motie om samen met de daarbij betrokken partners met een concreet en afdoende controle- en handhavingsplan te komen bij het uitrijden van drijfmest met de sleepvoet.

En over de vaargeul Boontjes bij Harlingen, die in de Kadernota staat vermeld wil ik de gedeputeerde tenslotte nog vragen of het klopt dat er opnieuw een Natuurbeschermingsvergunning moet worden aangevraagd nu er 10 x zoveel slib moet worden uitgegraven als aanvankelijk werd verwacht en of er ook niet eerst een kosten-en batenanalyse moet worden uitgevoerd nu het uitdiepen van de geul een veel grotere kostenpost blijkt te zijn, terwijl de vaarbewegingen de afgelopen jaren nauwelijks zijn toegenomen.

Graag een reactie van de gedeputeerde op deze twee vragen.