Inbreng bij motie vreemd Wadden­a­genda 2050


24 september 2020

De Waddenvereniging constateert terecht dat de Waddenagenda onvoldoende is toegerust om een goede leidraad te zijn voor het behoud en herstel van de Waddenzee. Natuurherstel is in dit sterk verarmde gebied hard nodig.

En wij hebben er een hard hoofd in dat dit natuurherstel er met deze aanpak zal komen.

Ten eerste heeft het er alle schijn van dat de Agenda bij mooie woorden zal blijven. Alweer. Want ook uit de evaluatie van de Structuurvisie Waddenzee is gebleken dat het nog altijd niet is gelukt de natuur in het waddengebied te verbeteren, terwijl dat al enkele decennia het doel van de overheid is.

In de Agenda staan weliswaar helder de dilemma’s benoemd, maar geen oplossingen. Het lijkt er op dat de komende 30 jaar opnieuw alle belanghebbende partijen gewoon in rondjes om elkaar heen blijven draaien, want sturing geeft dit instrument niet. En wie hakt de knoop door wanneer alle partijen al pratend verzanden in probleembeschrijvingen in plaats van harde keuzes en concrete oplossingen?

De Agenda voor het Waddengebied 2050 moet gezien worden als een beleidskader dat zelfbindend is voor de organisaties die de Agenda via een instemmingsverklaring onderschrijven. Maar hoe bindend is zelfbindend, denken wij dan? Wie zorgt ervoor dat er daadwerkelijk een constructieve weg naar natuurherstel wordt gebaand in het mijnenveld van alle tegenstrijdige belangen die de Agenda beschrijft? En welke mogelijkheden hebben wij als provinciebestuur om hierop invloed uit te oefenen?

Kan de Gedeputeerde antwoord geven op de vraag op basis waarvan wij erop kunnen vertrouwen dat over 30 jaar niet net als bij de Structuurvisie geconcludeerd gaat worden dat een vrijwillige aanpak zoals in de Waddenagenda overeengekomen, alweer niet heeft gewerkt?

Sta mij toe met als voorbeeld de visserijsector, te illustreren dat een duidelijke toetsing van sectorale belangen aan de hoofddoelstelling ontbreekt.

Aan deze sector is de taak om een gebied dat al voor ruim 90 procent is leeggevist, al vissende weer sterk te maken. Gedeputeerde Fokkens is optimistisch. Ze vertelde tijdens de commissievergadering nog hoe goed ze het vond dat zoveel partijen met elkaar om tafel zijn gaan zitten om deze Agenda vorm te geven, en dat het heus toch wel goed zal komen met die visserijsector, die natuurlijk niet aan zichzelf ten onder wil gaan en zelf ook belang heeft bij een gezonde natuur in de Waddenzee.

Wij delen dat optimisme in het geheel niet. Het verleden heeft te vaak aangetoond dat korte termijn belangen het winnen van lange termijn belangen, en dat inhalige optimistische vissersboten wel degelijk tot hun schrik hele visindustrieën hebben doen instorten, toen uiteindelijk toch alle vis was weggevist. Is dat nu eigenlijk ook al niet in de Waddenzee het geval? Met een visstand van minder dan 10 procent van wat het was, kan men gerust spreken van een visserijsector die ook hier heeft gefaald om zelfs maar zijn eigen portemonnee te beschermen.

In het document Rijke Wadden (2016) valt te lezen hoe slecht het werkelijk gaat met deze sector. Van bijna alle beviste soorten is de toekomstbestendigheid van de visserij in de Waddenzee onzeker. Alleen de huidige methode van handmatige kokkelvisserij en mechanische pierenwinning laten zich niet overbevissen.

Omdat er niets meer te halen valt, waren in 2016 maar 5 van de 120 vergunningen voor de sleepnetvisserij actief. Ook de meeste vergunningen voor het vissen op scholen vis worden daarom niet meer gebruikt. Als de visstand gaat herstellen is de verwachting dat slapende vergunningen weer actief zullen worden.

Kan van een sector die zichzelf zo grandioos de das om heeft gedraaid werkelijk verwacht worden dat ze zonder regulatie zullen zorgen voor de terugkeer van een veerkrachtig voedselweb met een weelderige visstand?

Wij beschouwen dat als een utopie.

Maar voorzitter, zelfs als de sector dat daadwerkelijk zou willen bereiken, dan ontbreekt er nog een onmisbaar stukje van de puzzel, namelijk een concreet doel. De Waddenagenda spreekt slechts over een streefbeeld. Dit streefbeeld is niets meer dan een nobele wens, als het niet concreet wordt gemaakt.

Wat is precies een veerkrachtig voedselweb? 1 ton vis? 10 ton vis? 100 ton vis? In de Agenda staat de strategie genoemd om in te zetten op een gezonde visserijsector die de bodem in delen van de Waddenzee met rust laat en alleen het surplus uit het ecosysteem oogst. Hoe definieert men surplus? Kan bij een gekelderde visstand waarbij nog maar 10% van de vis over is, wel van surplus gesproken worden? Als dit niet concreet wordt gemaakt ligt op de loer dat bij de eerste tekenen van herstel, slapende vergunningen weer actief zullen worden, waarbij de natuur in het gebied weer bij af is.

Dus van alle soorten zou een populatieomvang moeten worden bepaald dat past bij het streefbeeld van een gezond veerkrachtig voedselweb. Met vangstafspraken gebaseerd op een goede concrete monitoring en concrete doelwaarden voor populatieomvang. Dit kan voorkomen dat de visserijsector zichzelf en de visstanden verder om zeep helpt. Alleen dan kan er gesproken worden van een realistisch optimisme voor natuurherstel.

Voorzitter, mede aan de hand van dit wat verder uitgewerkte voorbeeld, delen wij de constatering van de Waddenvereniging dat de Waddenagenda onvoldoende is toegerust om een goede leidraad te zijn voor het behoud en het herstel van de Waddenzee.

Wij dienen daarom de motie vreemd van GrienLinks mee in, in de hoop dat met de juiste aanscherpingen het toch nog zal lukken om van de Waddenagenda het effectieve instrument te maken dat het hoort te zijn.

Wij staan voor: