Inbreng bij Nota Weide­vogels


25 november 2021

Voorzitter, zoals de Partij voor de Dieren reeds bij de behandeling van de startnotitie in april jongstleden heeft aangegeven, is de grootste oorzaak van de afname van weidevogels de afname van voldoende en goede kwaliteit leefgebieden. Deze afname van leefgebieden komt doordat het boerenlandschap ingrijpend is veranderd door jarenlange intensieve landbouw, intensiever grondgebruik en een verlaagde grondwaterstand. De gevolgen van de intensivering van de landbouw zijn overigens niet alleen merkbaar voor weidevogels; de algehele staat van de biodiversiteit neemt nog steeds af in het agrarische gebied.

Positief is dat het College in deze nota onderkent dat de intensivering van de landbouw de belangrijkste factor is wat betreft de achteruitgang van de weidevogels. Kuikens vinden niet genoeg voedsel en dekking om vliegvlug te worden. Dat wordt veroorzaakt door het verlies aan natte en bloemrijke weiden, het gebruik van kunstmest en chemische bestrijdingsmiddelen en het vroegtijdige maaien. Wat betreft de door de provincie gewenste zorgplicht concluderen wij dat de door de landbouworganisaties voorgestelde oplossing slechts een inspanningsverplichting is in plaats van een concrete controleplicht.

Wat vindt de gedeputeerde daarvan? En vindt de gedeputeerde een inspanningsverplichting in plaats van een zorgplicht in overeenstemming met de Wet natuurbescherming? En wat vindt hij van het voorstel van de landbouworganisaties?

Voorzitter, ontluisterend was de inspraakreactie van een nazorger van de Vogelwacht dat het merendeel van de boeren in zijn gebied zich niet of nauwelijks iets aantrekt van de weidevogels en naar eigen believen maait en ploegt. Deze signalen zijn niet nieuw. Ook bij de Partij voor de Dieren zijn meerdere van dit soort meldingen bekend. Dit pleit er wat ons betreft voor om de wettelijk vereiste zorgplicht verplichtender in te vullen dan het voorstel van de landbouworganisaties.

Ondertussen lijkt iedereen de predatoren de schuld te geven. Lekker makkelijk, voorzitter. Wij houden onszelf voor de gek door te doen alsof afschot van allerhande dieren de oplossing is. De lijst met deze zogenaamde boosdoeners wordt ieder jaar langer. En ieder jaar gaan de maatregelen tegen deze dieren verder. Maar zolang wij ons eigen gedrag niet aanpassen, heeft de weidevogel geen toekomst. Hoe denkt de gedeputeerde daarover?

De voorgestelde maatregelen tegen predatoren gaan ver. Zo ver, dat de PvdD zich afvraagt of dat nog wel binnen de regels van de Wet Natuurbescherming past. Graag ook daar een reactie op van de gedeputeerde.

Voorzitter, ik heb een punt naar aanleiding van een inspraakreactie van Milieudefensie, Dorpsbelang Goutum en Natuurorganisaties. De Hounspolder ten zuiden van Goutum heeft op dit moment de status van weidevogelkansgebied. Dit is een polder met een uitstekende biotoop voor weidevogels. De Hounspolder huisvest onder andere 27 gruttoparen, verschillende tureluurs en kieviten. De gemeente Leeuwarden wil van deze status af in verband met het voornemen om het direct aangrenzende gebied te kunnen bestemmen voor woningbouw. Om de kwaliteiten van de polder als weidevogelkansgebied te behouden, dient er een afstand van tenminste 300 meter in acht te worden genomen voor wat betreft het te bebouwen gebied. Onder andere Dorpsbelang Goutum, Milieudefensie en de betrokken Natuurorganisaties pleiten voor het behoud van de status van weidevogelkansgebied.

De Partij voor de Dieren wil samen met de SP en FNP het College met een motie oproepen om de status van weidevogelkansgebied van de Hounspolder vanuit de beleidsvisie van deze Nota Weidevogels in de Omgevingsverordening te herbevestigen. Wat zou anders de waarde van de nota zijn als GS al op eerste verzoek van de gemeente een streep door deze kwalificatie haalt voordat er een ordentelijke beleidsafweging heeft plaatsgevonden? Met de herbevestiging blijft de situatie zoals hij is en kan in het kader van de Omgevingsverordening een gelijkwaardige discussie worden gevoerd hoe om te gaan met de belangen van de weidevogel versus de woningbouw. Om op voorhand al de status van weidevogelkansgebied te schrappen, voordat er een belangenafweging heeft plaatsgevonden, is prematuur en daarmee wordt dan ook al direct de beleidsrelevantie van deze nota tot nul gereduceerd.

Voorzitter, ik kom bij mijn laatste punt. In de commissievergadering van vorige week is ook het onderwerp weidevogelcompensatiefonds besproken. Dit fonds blijkt in de praktijk niet in staat om verloren gaand weidevogelland kwantitatief en kwalitatief gelijkwaardig te compenseren. De motie van GrienLinks “Weidevogelland niet aantasten en anders gelijkwaardig compenseren” dienen wij dan ook graag mee in. En tenslotte dienen we ook de motie van GrienLinks “Meer aandacht voor akkervogels” mee in.