Inbreng bij start­no­titie circu­laire economie


1 juli 2020

Leren leven binnen de grenzen van de aarde staat centraal in het gedachtegoed van de Partij voor de Dieren. Al ons beleid zou aan dit principe moeten voldoen. De uitgangspunten in deze startnotitie, om een voorbeeldregio te zijn in de transitie naar een circulaire economie en daarbij binnen het kader van de Brede Welvaart te blijven, klinken ons daarom als muziek in de oren.

Het college bedoelt met brede welvaart alles wat de kwaliteit van leven in het hier en nu beïnvloedt en de mate waarin dat ten koste gaat van latere generaties of van mensen elders in de wereld. In alle maatregelen en acties is er dus oog voor zowel de mens, natuur als ons verdienvermogen en wordt gestreefd naar een duurzame balans daartussen. Aldus de startnotitie.

Echter, wij vragen ons daarbij wel af: Hoe zorg je ervoor dat het niet allemaal bij mooie woorden blijft? Hoe maak je dit concreet binnen het huidige economische model? Kan dat eigenlijk wel? Groei die niet ten koste gaat van mensen in eigen land en mensen elders in de wereld? Het college beschrijft verder op p. 8 een aantal trends en opgaven en wil daaraan werken met 4 strategische programmalijnen. Als Partij voor de Dieren raken we dan toch wat in de war, want dan zien we die mooie woorden van zonet genoemd niet meer terug in de programmalijnen.

Volgens de Partij voor de Dieren is ook een circulaire economie nog niet vanzelf een duurzame economie als het toch nog wordt gedreven door een zucht naar meer en groter. Circulaire economie is meer dan alleen anders omgaan met afval. Het is ook juist een bronaanpak hanteren: zorgen dat het systeem van overconsumptie verandert naar tevreden en genoeg.

De PvdD denkt dat groei van de economie helemaal geen uitgangspunt moet zijn. Immers economische groei is juist het probleem gebleken. Bovendien, wat heb je aan geld als intussen de ijskap smelt? De economie moet goed zijn voor mens, dier en natuur en dus op een ecologische basis gestoeld. Onze huidige welvaart schendt massaal mensenrechten zoals veiligheid, gezondheid en voldoende eten voor iedereen en natuurwaarden.

Hoe mooi de ambities van de startnotitie dus ook zijn; met alleen anders omgaan met afval komen we er niet. Om echt duurzaam te zijn, moet ieder van ons persoonlijk een mentaliteitsverandering ondergaan en erkennen dat onze huidige overdaad schaadt. Het betekent dat we moeten beseffen dat we meer dan genoeg spullen hebben om goed te leven en dat geluk niet zit in nog meer spullen.

Het betekent dat we in onze maatschappij andere waarden centraal laten staan; liefde en verbinding, zelfontplooiing, zorg voor je naaste, tijd voor jezelf en elkaar. Het betekent consuminderen en tevreden zijn, in plaats van meer en meer. Ook bedrijven moeten een mentaliteitsverandering ondergaan. Echt duurzaam produceren betekent producten ontwerpen met een zo lang mogelijke levensduur als uitgangspunt. En om al bij het productontwerp een optimaal hergebruik van materialen leidend te maken voor het product.

Als we dus echt binnen de kaders van een Brede Welvaart willen gaan handelen, dan hebben we nog wel een lange weg te gaan.

Nederland is na de VS en AustraIië nog steeds de ergste plunderaar van de aarde. Dat was namelijk in 2018 zo en er is geen reden om aan te nemen dat dat intussen sterk is veranderd. En dat blijkt ook wel, want als iedereen zou leven zoals de gemiddelde Nederlander doet, dan zouden de grondstoffen al half april op zijn.

Nog steeds worden die doelen, méér en groter, bewust en onbewust nagestreefd zonder dat vooraf goed wordt stilgestaan bij wat de consequenties daarvan zijn voor het totaal van onze samenleving. Ons Friese MKB bijvoorbeeld moet zo nodig ook internationaal gaan, terwijl zij die neiging zelf niet heeft. Waarom dan toch dat pushen? Waarom moeten we ons als provincie zo nodig vergelijken met andere, meer stedelijke provincies en ook streven naar internationalisering? Laat ons MKB toch gewoon dingen doen waar zij goed in zijn. Dat verkoopt zichzelf wel en het hoeft toch allemaal niet meer en nog eens meer? In deze Coronaperiode is bijvoorbeeld gebleken dat de al wat langer werkzame regionale voedselketens die van onderop zijn ontstaan, het juist in deze barre tijden heel goed doen. Misschien moeten we, om te beginnen in Fryslân met alles juist wel veel meer terug naar de regionale, de veel overzichtelijker en goed in de hand te houden menselijke maat. Het hele systeem van goedkoop produceren tegen oneerlijk loon en veel milieuschade, dat moet echt maar eens op de schop.

Ook de huidige veehouderij legt wereldwijd een enorm beslag op de aarde en het streven naar circulariteit in de landbouw vraagt juist om een reductie van dieraantallen in plaats van uitbreiding ervan. We moeten stoppen met al die import van veevoer en toe naar het gebruik van regionaal verbouwd voer. Dan zullen we moeten constateren dat we daar al die huidige aantallen dieren in Nederland en Fryslân niet mee kunnen voeden. We moeten gaan beseffen dat we als mensheid die enorme aantallen dieren ook helemaal niet nodig hebben en dus niet meer moeten willen hebben. Het is namelijk juist de huidige en nog te verwachten vraag naar dierlijke producten die de eerdergenoemde planetaire grenzen overschrijdt.

Wij hebben immers geen planeet B, maar richting de veehouderij zien we diezelfde visie van een Brede Welvaart niet van het college en de gedeputeerde. Of vergis ik me nu?

Dan hoor ik dat graag van de gedeputeerde.

Het college vraagt aan alle fracties om zaken mee te geven voor de komende beleidsbrief. De Partij voor de Dieren wil naast bovengenoemde visie op alles heel concreet het volgende meegeven

1) Graag veel meer aandacht voor de bewustwording over de enorme voetafdruk die wij met zijn allen hebben, voorlichting en gesprek met volwassenen, maar ook met kinderen en jongeren in het basis- en voortgezet onderwijs. Dit betekent nog meer werk maken van de Friese Voetafdruk en daarbij nieuwe bewustwordingsmaatregelen nemen.

Het college gaf zelf in de startnotitie al aan om vaker creatieve denkers en jongeren in te willen schakelen. Ons voorstel is om juist op dit vlak creatieve denkers in te zetten en jongeren. Immers, creatieve denkers zijn omdenkers en jongeren zijn zelf de volgende generatie.

Graag al even een reactie van de gedeputeerde op dit voorstel.

2) Als tweede suggestie vinden wij dat ook ons provinciaal bestuur veel meer zou kunnen inzetten op het stimuleren van een plantaardige eiwittransitie. De provincie kan een voorbeeldrol vervullen en laten zien hoe lekker en gezond plantaardig eten kan zijn. Wij kunnen namelijk ook in dit huis met onze mes en vork concreet bijdragen aan verkleining van onze voetafdruk.

Slachterij VION heeft het inmiddels begrepen en is in zijn vestiging in Leeuwarden volledig overgeschakeld op vegetarische vleesvervangers. De toekomst lijkt zelfs te zijn dat we straks misschien nog wel koeien nodig hebben om de bodem te bemesten en vruchtbaar te houden, maar niet meer om zuivel te produceren. Want het gras kan over zo’n pakweg 10 jaar ook zonder de koe zuivel leveren: plantaardige zuivel. Nadat de vegetarische slager namelijk eerst succesvol tal van vleesvervangers heeft ontwikkeld, hoewel hij destijds hevig twijfelde of hem dat wel zou lukken, is hij momenteel begonnen aan een nieuw project: het ontwikkelen van de productie van plantaardige zuivel, direct uit gras. Het zal nog wel een aantal jaren duren, maar het lijkt er al een beetje op dat ook dat hem gaat lukken. Dat belooft een nieuwe toekomst voor boeren met veel grasland.

Kortom voorzitter, vorige week bij de behandeling van de Kadernota beaamde gedeputeerde de Rouwe zelf nog dat we geen planeet B hebben en dat onze voetafdruk inderdaad fors naar beneden moet. Wat ons betreft zou er daarom veel meer moeten gebeuren dan het op zichzelf mooie project van de 6 voetbalvelden van de Friese Milieu Federatie die wij allemaal jaarlijks verbruiken per persoon. Werken aan die bewustwording en aanzetten tot gedragsverandering. Dat willen we in elk geval meegeven voor het vervolgtraject richting beleidsbrief.