Inbreng bij wijziging van de Veror­dening Romte (Wind­molens)


1 juli 2020

Vorig jaar bij de behandeling van het bestuursakkoord waren wij blij en wij maakten dat als Partij voor de Dieren ook kenbaar, dat dorpscoöperaties na vier jaar stagnatie eindelijk de noodzakelijke ruimte kregen om het vermogen van hun dorpsmolen op te schalen. Maar kort daarna vernamen we al dat deze verruiming een wassen neus bleek te zijn. Een dorpsmolen met een tiphoogte van max.100 meter blijkt toch te krap om rendabel te maken, vanwege de al vanaf 2020 en de daarop volgende jaren steeds verder afnemende SDE++ subsidie.

Dat het uiteindelijk om die reden nu toch niet uit kan, kan vorig jaar toch nooit de bedoeling zijn geweest bij het uitonderhandelen van deze kwestie tussen de vier coalitiepartners? U wilde de dorpsmolens die kans toch geven tot wat opschalen, zodat deze weer rendabel zou zijn?

Graag een reactie hierop van de gedeputeerde en graag van die gedeputeerde wiens partij dit punt van de opschaling van de dorpsmolens in de coalitieonderhandelingen wilde binnenhalen. Ik neem aan de PvdA ( of misschien mw. Janssen als onderhandelaar namens de PvdA)

Voor andere dorpscoöperaties die in de vorige coalitieperiode al belangstelling hadden om ook met een eigen dorpsmolen te beginnen, maar hun plannen in elk geval vier jaar moesten opschorten, is de minimaal gegeven ruimte voor een nieuwe dorpsmolen een regelrechte domper. Want het gaat natuurlijk niet zomaar even lukken om als dorpsgemeenschap oude molens die bovendien eigendom zijn van iemand anders, te vervangen. De tweede wassen neus dus.

Ik meende dat wij als provinciaal bestuur er zo trots op zijn dat wij de provincie zijn met de meeste dorpsenergiecoöperaties en dat zij zich fantastisch inzetten voor een duurzame toekomst, om te beginnen in eigen dorp! Nou, van die trots merken een behoorlijk aantal dorpsenergiecoöperaties niet veel meer! En als ze dan ook nog te horen krijgen dat voor een dorpscoöperatie de 15 meter hoge Groninger molen bij voorbaat ook al niet aan de orde is, omdat deze optie uitsluitend en alleen is voorbestemd voor boerenbedrijven, eventueel zelfs drie molens per boerderij, dan kunnen wij ons als Partij voor de Dieren levendig voorstellen dat dit als onrechtvaardig wordt ervaren. Ruim 2700 individuele boeren in beginsel allemaal wel, maar de ruim 50 dorpscoöperaties allemaal niet. En ook MKB-bedrijven op bedrijventerreinen niet.

Het had, als het om zorgvuldig behoud van de landschappelijke waarden gaat meer voor de hand gelegen dat de 15 meter-molens geplaatst zouden mogen worden op grote industrieterreinen bij steden of op bedrijventerreinen bij dorpen dan op boerenerven. Want een industrieterrein of bedrijventerrein is op die betreffende bestemming uitgezocht. Daar komen die molens dan op het terrein zelf tussen de bedrijfsgebouwen in te staan. Het risico dat daar deze 15-metermolens landschappelijke waarden aantasten is daarom veel kleiner dan bij plaatsing vlak langs bouwblokken van boerderijen, die zelf als boerderij een direct onderdeel uitmaken van het landschap.

De gedeputeerde moet zich vast vergist hebben toen ze in de commissie over plaatsing van dergelijke lage molens op bedrijventerreinen heel resoluut zei: daar denkt het college heel anders over.

Graag hoor ik van de gedeputeerde of zij het risico op aantasting van de landschappelijke waarden groter acht bij plaatsing op bedrijventerreinen dan bij plaatsing aan de buitenrand van boerderijen, die als boerderij zelf al onderdeel uitmaken van het landschap en hoe ze dat dan onderbouwt?

En vervolgens wil ik diezelfde vraag stellen aan de FNP-woordvoerder.

Een boer hoeft de molens niet op het bouwvlak zelf te plaatsen, aldus de tekst in de voorliggende verordening, maar hij mag er direct grenzend aan staan. En wat is dan “direct grenzend aan”? Mag dat zijn zoals in de presentatie stond van EAZ? Dat is namelijk niet direct grenzend aan, maar even verder het land in? De molen moet immers zoveel mogelijk wind vangen! Dit, molens in het landschap, mag dus in beginsel straks bij ruim 2700 melkveebedrijven, verspreid over heel Fryslân. In het Coalitieakkoord staat op pag. 16 vervolgens: . We gaan ervan uit dat de initiatiefnemer en gemeente in dat geval met ons in overleg treden over de ruimtelijke inpassing, waarbij we ook de mogelijkheid verkennen of zonnepanelen niet een andere oplossing kunnen zijn voor de energievoorziening van het betrokken bedrijf. Maar wat, als de initiatiefnemer en gemeente beide niet met u in overleg treden? Want dat lijkt geen verplichting te zijn?

Graag een reactie van de gedeputeerde.

Omdat er straks in beginsel bij ruim 2700 bedrijven maximaal drie 15-metermolens mogen worden geplaatst, daarom mag het bij andere bedrijven, zoals op bedrijfsterreinen niet en ook niet bij dorpscoöperaties die na volledig draagvlak van de inwoners te hebben verworven ook zouden willen kiezen voor drie kleine molens die ze natuurlijk zo goed mogelijk zullen willen inpassen in het landschap.

“Onderscheid of ongelijke situaties, zo zei de gedeputeerde letterlijk tijdens de commissievergadering, “wordt niet verboden door de wetgeving of de grondwet, maar ongerechtvaardigde en niet goed onderbouwde en willekeurig onderscheid, die worden verboden”.

Vooralsnog kan de Partij voor de Dieren geen andere conclusie trekken dan dat hier sprake is van eenzijdige voorkeursbehandeling van één groep MKB-ers, met uitsluiting van alle andere MKB-ers. Het was blijkbaar vooraf al helemaal in kannen en kruiken en de landbouwlobby was al veel eerder ingezet. Friesland Campina zou de gezamenlijke inkoop van die Groninger windmolens wel verzorgen voor haar leden en de molens daarmee extra voordelig inkopen, zo stond al op 13 juni vorig jaar in de Leeuwarder Courant voordat het bestuursakkoord in de Staten was besproken en beklonken. Het was dus al geregeld.

En hoe straks die inpassing van de molens in het landschap gestalte krijgt: ik houd mijn hart vast. Immers een paar jaar geleden bij de evaluatie van de Nije Pleatsmethode,- de nieuwe statenleden in ons midden weten daar dus mogelijk niet van-, bleek dat de verplicht in de vergunning opgenomen groene aanplant rond nieuw gebouwde grote melkveestallen maar mondjesmaat was gerealiseerd. Plus niet afdoende gecontroleerd en gehandhaafd door de betreffende gemeenten.

Over de molen bij Moddergat, maar niet van Moddergat wil ik nog graag expliciet van de gedeputeerde horen of opschaling uitgesloten zal zijn als de inwoners van Moddergat noch die molen willen, noch de revenuen daarvan. Graag een reactie

Tenslotte ontdekten wij in de Verordening over de mogelijkheden tot plaatsing van de 15-meter molen nog een kleine omissie. Het lijkt ons namelijk niet meer dan logisch dat bij plaatsing van de 15 metermolens de direct omwonenden, die eventueel hinder in de vorm van constant zicht of geluid zouden kunnen krijgen, door de aanvrager vooraf worden betrokken bij het opstellen van de plannen.

Daartoe hebben wij een amendement.