Inbreng bij Start­no­titie uitvoe­rings­pro­gramma Friese aanpak stikstof


17 februari 2021

Er is sinds 29 mei 2019, nadat de Afdeling Bestuursrechtspraak uitspraak heeft gedaan over de PAS regeling, anderhalf jaar verstreken. In deze 1,5 jaar is er nauwelijks iets bereikt m.b.t. stikstofemissiereductie. Het wetsvoorstel ‘Stikstofreductie en natuurverbetering’ is op 17 december 2020 aangenomen in de Tweede Kamer en ligt nu bij de Eerste kamer. Het ambitieniveau van het wetsvoorstel is treurig te noemen. Een nieuw PAS gelijkend debacle kondigt zich aan.

Het wetsvoorstel is strijdig met het advies van adviescollege Remkes om te komen tot een emissiereductiedoelstelling van 50% medio 2030. Alleen dan valt er nog wat natuur te redden die we straks hard nodig zullen hebben als corona en vervolg epidemieën doorzetten, waarvan onze manier van dieren houden mede de oorzaak is. Het wetsvoorstel mikt op mogelijk 26% reductie, maar grotendeels onduidelijk is hoe dit moet worden bereikt.

Voorzitter, we zijn volledig afhankelijk van de natuur.Niet alleen voor een fijne leefomgeving, maar ook als basis van onze economie. Immers zonder natuur geen voedsel of grondstoffen. Maar de Nederlandse natuur staat er slechter voor dan ooit. Ten opzichte van 1990 zijn populaties wilde dieren in zowel open natuurgebieden zoals heide, als in het agrarisch landschap, gemiddeld gehalveerd. Diverse vogel-, vlinder- en reptielensoorten die vroeger algemeen voorkwamen zijn tegenwoordig zeldzaam. De grutto als biodiversiteitsicoon is zwaar bedreigd in zijn voortbestaan en binnenkort alleen nog op foto’s en in musea te bezichtigen. Driekwart van onze natuur is er beroerd aan toe en op sterven na dood.

De grootste stikstofuitstoot in Nederland vindt plaats in de agrarische sector. De sector is goed voor 45% van de stikstofuitstoot. Dat de agrarische sector dan ook een forse bijdrage moet leveren aan de oplossing van het probleem staat voor de Partij voor de Dieren buiten kijf. Natuurlijk zullen ook andere sectoren hun stikstofuitstoot fors moeten verminderen. Zo kan de maximumsnelheid ook op provinciale wegen naar beneden, moet worden ingezet op een krimp van de luchtvaartsector en moet de subsidie op biomassacentrales stopgezet worden.

Voorzitter, we zijn er inmiddels aan gewend geraakt dat de landbouwsector in ons land steen en been klaagt over de hen opgelegde regeldruk. De regels zijn er niet zonder reden. Nederland is het meest veedichte land van Europa en ver daarbuiten met 12,5 miljoen varkens, 105 miljoen kippen en 4,2 miljoen stuks rundvee (CBS 2016). Een land ook met een uitzonderlijke woondichtheid. We moeten woekeren met ruimte, regelgeving is daarbij een meer dan noodzakelijk kwaad.

Maar op een gegeven moment worden die regels symptoombestrijding. We lijken nu meer regels te maken, om het echte probleem maar niet te hoeven zien. Want eigenlijk is het heel simpel: we moeten minder stikstof uitstoten.

De landbouwsector kan zijn bijdrage aan de noodzakelijke stikstofreductie oplossen door in te zetten op een krimp van de veestapel. Daarvoor hoeven we geen boeren te dwingen om te stoppen. Wanneer we stoppen met de handel in veeproductierechten zetten we een stop op almaar grotere megabedrijven en krijgen we vanzelf minder dieren.

Met de salderingsregeling in de nieuwe stikstofwet dreigt iets soortgelijks te gebeuren, waarbij feitelijk het recht op vervuiling door stikstofdepositie verhandelbaar wordt. Een pervers nieuw verdienmodel, waarvan de juridische houdbaarheid discutabel is. Voorts is economische ontwikkelruimte binnen de nieuwe wet alleen mogelijk als er zekerheid bestaat dat op een nader te bepalen termijn de instandhoudingsdoelstellingen voor Natura 2000 behaald zijn.

Het voorstel van GS houdt naar mijn mening geen rekening met bovenstaande voorwaarde. Hoe gaan we werken aan de “oplossing voor legalisering” zonder het aantal dieren drastisch te verminderen? Wat verstaat het college onder het realiseren van een robuuste en veerkrachtige natuur in de 11 stikstofgevoelige N2000 gebieden? Wat bedoelt het college met maatwerkoplossingen? Graag een reactie van de gedeputeerde.

Daarnaast kiest het College voor wat betreft de doelstellingenrealisatie voor de Fryske aanpak, dat wil zeggen in samenspraak met stakeholders als LTO en de natuurorganisaties. Maar hoe denkt het College met name de landbouwsector in gang te zetten zonder duidelijke stip op de horizon? Wanneer neemt het college verantwoordelijkheid voor de fouten die door de politiek zijn gemaakt? Heeft de politiek niet gezorgd voor almaar meer productie en voor de falende PAS-wetgeving? Tot hoever wil het College met de Fryske aanpak gaan voordat duidelijk is dat deze niet werkt?

Laten we nu eens duidelijk zijn. Almaar meer productie kan niet. We moeten minder dieren hebben en grondgebonden produceren. Iets anders heeft geen toekomst. Laten we eerlijk zijn tegenover onze boeren. En pas als die duidelijkheid er is, kunnen we verder.

Voorzitter, zoals ook in het PS stuk is benoemd, moet volgens de Commissie Remkes het ambitieniveau omhoog, om de biodiversiteit te herstellen en de kwaliteit van de natuur te verhogen. Alleen dan kunnen de doelen om de natuur voldoende te beschermen worden gehaald.

Naar de mening van de Partij voor de Dieren moet dan ook het advies van de commissie Remkes het toetsingskader zijn voor het zetten van een stip op de horizon en dat is een stikstofreductie van tenminste 50% in 2030.

Tot slot voorzitter, nog iets over de financiering van de stikstofproblematiek. Geld onttrekken vanuit het programma Natuur – een bedrag van 3 miljard – zien wij als een sigaar uit eigen doos. In het kader van de stikstofproblematiek gaat het immers om herstel van aangebrachte schade. Deze schade zou in de eerste plaats toegerekend moeten worden aan de veroorzaker: onze drang naar almaar méér: onze economie. De natuurgelden moeten beschikbaar blijven waar ze voor bedoeld zijn, namelijk voor de ontwikkeling van natuur.

Overigens zal ook vanuit financieel perspectief een effectievere aanpak nodig zijn om op termijn veel hogere investeringen te kunnen vermijden als gevolg van een pappen en nathouden strategie die nergens toe leidt.

Voorzitter, het mag duidelijk zijn dat deze startnotitie wat ons betreft ontoereikend is als basis voor een uitvoeringsprogramma. Voor nu wil ik het hierbij laten.

Dank u.

Wij staan voor: