Inbreng bij Uitvoeringsagenda Veenweidevisie

24 januari 2018

Dank u wel, voorzitter,

Het waterpeil in de veenweidegebieden is al tientallen jaren een onderwerp van heftige discussies.

In 1977, 40 jaar geleden dus, bracht de provinciale Werkgroep Peilverlaging uitgebreid verslag uit aan GS van de voordelen, maar ook van de nadelen van de peilverlaging. Alle aspecten die nu aan de orde zijn, maakten daar toen al deel van uit. Maar het bestuur van deze Provincie, en in alle gevallen maakte de PvdA daar ook deel van uit, hebben de nadelen genegeerd.

Dit college probeert de veenweidekar uit het slop te trekken. Maar veel schot zit daar nog niet in. En dat is nogal logisch, want het College heeft een halfslachtige keuze gemaakt en deze Staten hebben daar in meerderheid mee ingestemd.

Het beleid komt er op neer dat verdere afbraak van het veen wordt vertraagd. Over hoe die vertraging gestalte moet krijgen is het College bezig met een brede maatschappelijke discussie die wat dit College betreft nog wel even mag duren. Daar kan het veen niet op wachten.

Volgens het College werkt het veenweidebeleid alleen als er draagvlak is. Wat het College hier eigenlijk bedoelt te zeggen is: dat er uitsluitend maatregelen genomen zullen worden als de boeren in het gebied het er allemaal mee eens zijn. En de boeren hebben al laten weten dat zij alleen maar instemmen met maatregelen als ze financieel zullen worden gecompenseerd voor eventuele schade die uit deze maatregelen voortvloeit.

Voorzitter, in de LC van afgelopen maandag komt Geert Benedictus die 7 landbouworganisaties vertegenwoordigt aan het woord. Hij citeert een door het Europese mensenrechtenverdrag beschermd grondrecht: “ieder heeft recht op ongestoord genot van zijn eigendommen”.

Dat geldt natuurlijk ook voor de bewoners van huizen waar de palen wegrotten door de verlaging van het grondwaterpeil.

En waar de boeren vooraf een schade geregeld willen hebben, worden de burgers met paalrot achteraf afgescheept met een provinciale lening.

Voorzitter, gelijke monniken, gelijke kappen.

Als een boer eventueel schade ondervindt van de verhoging van het waterpeil, dan vraagt ie bij de provincie maar om een lening. In de muizenbank van gedeputeerde Kramer zit nog wel een paar miljoen. Maar eerst en vooral zal moeten worden aangetoond dat die schade er ook is.

En dan is het nog maar de vraag of die schade voor een vergoeding in aanmerking zou moeten komen. Over het algemeen is het zo dat wanneer de omstandigheden wijzigen, een ondernemer zijn bedrijfsvoering daar op aanpast.

Verder is het natuurlijk zo dat het maar zeer de vraag is of de verlaagde waterpeilen in het veenweidegebied wel rechtmatig waren.

Zoals de heer Benedictus zegt heeft iedereen recht op het ongestoord genot van zijn eigendom. Maar het kan natuurlijk niet zo zijn dat het eigendom van een ander daardoor beschadigd wordt.

De verlaging van de waterpeilen in het veenweidegebied diende uitsluitend de financiële belangen van een relatief kleine groep boeren. Volgens Benedictus gaat het om ongeveer 500 bedrijven in het veengebied dat de Provincie zoveel mogelijk wil behouden.

Koop maar uit, zegt deze vertegenwoordiger van de boeren. En dat kost dan tussen de 1 en 3 miljard euro. Als de boeren uitkoop als een reële mogelijkheid zien, dan moet dat natuurlijk ook gelden voor de eigenaren van huizen met paalrot.

Voorzitter, het is volstrekt duidelijk : de boeren hebben tientallen jaren financieel geprofiteerd van de verlaging van het waterpeil. Zij de lusten, en anderen en de natuur de lasten.

Voorzitter, er zitten in het veenweidebeleid van deze Provincie een paar weeffouten. Er werd en wordt vooral gekeken naar de belangen van de boeren. Wij vinden dat de belangen van burgers minstens zo serieus moeten worden genomen.

De verlaging van de waterpeilen lijdt tot aantoonbare schade aan huizen. Die moet vergoed worden. De boeren piepen nu al dat ze schade hebben of krijgen, de burgers hebben die schade al.

Daar komt nog bij dat de schade aan de veenweide niet alleen komt door de waterpeilverlaging. Er wordt in dit gebied op grote schaal mais met omkerende grondbewerking geteeld, terwijl dat eigenlijk onverantwoord is. Oxidatie zorgt per jaar voor ongeveer 1 cm bodemdaling, mais met omkerende grondbewerking elk jaar voor 2 cm daling extra! Het is niet voor niets dat de provincie Noord Holland de teelt van mais met omkerende grondbewerking in het veenweidegebied verbiedt.

Verder is het zo dat in de provincie Zuid-Holland de waterpeilen wel zijn verhoogd zonder dat daar schadevergoedingen zijn uitgekeerd.

Daarom heb ik toch nog één vraag voor de gedeputeerde: hoe kan het dat de waterpeilen in Zuid-Holland wel zonder schadevergoedingen omhoog kunnen en hier niet?

Een tweetal moties van PvdA, Groen Links en FNP hebben we mee ondertekend.