Inbreng windpark Kop Afsluitdijk


29 juni 2016

Dank u wel voorzitter,

De Partij voor de Dieren wil zo snel mogelijk overstappen naar duurzame energie. Op dit moment gebruiken wij nog steeds fossiele energie alsof er geen einde aan kan komen. We denken duurzame alternatieven te hebben gevonden zoals windenergie en zonne-energie, om twee voorbeelden te noemen. Maar het probleem daarbij is dat die er niet altijd is wanneer je het nodig hebt. Daarom is er dus bijna net zoveel fossiel opgewekte energie nodig als achtervang, voor het geval het niet waait of de zon niet schijnt.

Zolang we de opslag van wind- en zonne-energie nog niet goed in de vingers hebben, blijft het behelpen. Wij vinden het merkwaardig dat we niet véél meer tijd en geld steken in het energieneutraal maken van bedrijven, kantoren en huizen. Maar daarover meer in de Staten van eind september.

Dan nu het voorstel tot nader onderzoek voor windmolens op de kop van de Afsluitdijk. Mijn fractie vindt in het algemeen dat productie en consumptie van een bepaald goed zo dicht mogelijk bij elkaar moeten liggen. Daarom is het merkwaardig om te onderzoeken of die windmolens op de kop van de afsluitdijk moeten komen te staan. Het ligt veel meer voor de hand om ze langs de rand van de grootste Friese steden te zetten. Maar ja, daar hebben de bewoners ter plaatse weer geen trek in. Die willen wel de lusten, schone energie, maar niet de lasten.

Die, die lasten, zijn voor de omwonenden van de turbines op het platteland. Wij vinden dat niet rechtvaardig. Uitzichtbederf, slagschaduw, lawaai, waardedaling van je woning. Dat gun je niet één inwoner, of ie nu in de stad of op het platteland woont.

In de meeste plannen rond de bouw van windturbines wordt gesproken over compensatie voor omwonenden. Vaak gebeurt dat in vage termen. Wij zijn op zichzelf voorstanders van windenergie. Niet in het IJsselmeer, want dat is een Natura 2000-gebied en trekvogelroute. En als het dan al op land moet, dan vinden wij dat er zo min mogelijk schade moet worden toegebracht aan dieren, natuur, milieu en mens. En dat als er toch schade optreedt, ook deze schade wordt gecompenseerd.

Welke variant we ook kiezen er zal schade zijn natuur en milieu en wij willen dat deze nauwkeurig in kaart wordt gebracht in dit nadere onderzoek. Wij willen ook dat wordt aangegeven hoe deze schade gecompenseerd zal worden. Je zou bijvoorbeeld kunnen denken aan de volgende hypothetische constructie. De windmolens zorgen voor schade aan de trekroute van vogels en er komen natuurlijk ook vogels te overlijden als gevolg van aanvaringen met de wieken. Deze schade zou gecompenseerd kunnen worden door extra inspanningen elders in de provincie. Bijvoorbeeld om de weidevogel weer terug te krijgen. Dat zou weer kunnen door de herintroductie van bloem- en kruidenrijk gras.

Mijn fractie vindt dat ook omwonenden van windturbines ruimhartig moeten worden gecompenseerd voor hun materiële en immateriële schade van een windpark.

Wij vinden dat de gedragscode Windenergie op land van de Nederlandse Vereniging Omwonenden Windturbines ( NLVOW) als uitgangspunt in het nadere onderzoek moet worden gehanteerd. Die NLOVW, waar de u van de vorige verhitte windmolendebatten wel bekende Albert Koers, voorzitter van is. http://www.windmolenoverlast.nl/?page_id=1465

Tot nu toe zijn omwonenden van windturbines min of meer overgeleverd aan de welwillendheid van de turbine-exploitanten. En vaak wordt er pas gepraat over schadevergoeding als de molen er al staat. Dat wordt dan touwtrekken en het staat bij voorbaat al vast wie aan het kortste eind trekt. Wij willen dat de compensatie voor omwonenden vooraf duidelijk geregeld wordt. En dat dit goed geregeld wordt.

Een grondeigenaar die grond beschikbaar stelt voor een windturbine krijgt jaarlijks ongeveer 10.000 euro per megawatt geïnstalleerd vermogen. Dat is alleen al 30.000 euro per turbine per jaar. Een landeigenaar die mazzel heeft kan straks 3 molens op zijn land plaatsen en krijgt daarvoor dus bijna een 100.000 euro! Per jaar. Een omwonende die pech heeft krijgt een magere schadevergoeding, niet voor drie molens maar voor één! Uit een onderzoek van Senter Novum blijkt dat de belastingbetaler, wij dus, per jaar ongeveer 150.000 euro subsidie per megawatt ophoesten voor de investeerders.

En dan kan het natuurlijk niet zo zijn dat omwonenden worden getrakteerd op slapeloze nachten en met onverkoopbare huizen blijven zitten. Voor alles vinden wij draagvlak van groot belang: instemming van omwonenden die er de lasten van zullen hebben. Voor het plan Pingjumer Halsband is er bij gemeente en omwonenden geen draagvlak. Hoe het bij het plan NUON, Brouwer en Mensonides is weten we niet precies. In de notitie van het college zegt het college dat er voor dit plan draagvlak is. Maar er staat heel geniepig, tussen haakjes: bestuurlijk voor.

Wij zullen met enige tegenzin instemmen met een nader onderzoek naar deze variant, maar wel onder de uitdrukkelijke voorwaarde dat de eerder genoemde gedragscode van de Nederlandse Vereniging van Omwonenden van Windturbines onderdeel gaat uitmaken van het onderzoeksresultaat. Hiertoe dienen wij een amendement in. Het amendement wordt ondertekend door 50PLUS. Het kan niet ondertekend worden door GrienLinks, omdat Retze van der Honing vandaag afwezig is.

Wij vinden het voor het overige onbegrijpelijk dat de provincie lokale initiatieven zoals de dorpsmolen van Reduzum en Tzum niet steunt en willen dat juist deze initiatieven met volledig draagvlak onder de lokale bevolking ruim baan krijgen.

Daar waar men wil, zorg dat het kan.