Vragen over controle op veehouderij

Uit een recent rapport (bekijk het rapport hier) van de provincie Brabant blijkt dat in die provincie toezicht en handhaving bij veehouderijen tekortschiet. De overtredingen betroffen een te hoge uitstoot van ammoniak en fijnstof, het in werking hebben van afwijkende stalsystemen en/of luchtwassers, het houden van meer/andere dieren dan toegestaan en het ontbreken van elektronische monitoring.

  1. Wanneer is voor het laatst in Fryslân de frequentie en kwaliteit van controles op veehouderijen nagegaan en wat waren hier de uitkomsten van?
  2. Bij welk percentage van de gecontroleerde veehouderijen werden overtredingen geconstateerd?
  3. Om wat voor een overtredingen ging het?
  4. Binnen welke termijn en hoe werden deze overtredingen vervolgens gehandhaafd?
  5. Hoe wordt omgegaan met veehouders die meermaals regels overtreden?
  6. Hoe vaak wordt een Friese veehouderij gemiddeld gecontroleerd en waarop wordt dan gecontroleerd?
  7. Is er een verschil in controles van melkvee/ pluimvee en varkensbedrijven? Zo ja, waarom?
  8. Kunt u aangeven welke rol de provincie precies speelt bij de controle en handhaving van veehouderijen?

 

 

 

Antwoorden

Uw schriftelijke vragen op grond van artikel 41 van het Reglement van Orde, binnengekomen op 11 oktober 2017, beantwoorden wij als volgt.

Inleiding

Uit een recent rapport van de provincie Brabant blijkt dat in die provincie toezicht en handhaving bij veehouderijen tekortschiet. De overtredingen betroffen een te hoge uitstoot van ammoniak en fijnstof, het in working hebben van afwijkende stalsystemen en/of lichtwassers, het houden van meer/andere dieren dan toe gestaan en het ontbreken van elektronische monitoring.

Vooraf

Wij beantwoorden eerst vraag 8, omdat hierbij de rol van de provincie wordt toegelicht. Deze is van belang bij de beantwoording van de vragen 2 tot en met 7.

Vraag 8:

Kunt u aangeven welke rol de provincie precies speelt bij de controle en handhaving van veehouderijen?

Antwoord 8:

Voor de uitvoering van vergunningverlening, toezicht en handhaving (VTH) in het kader van de Wet Algemene Bepalingen Omgevingsrecht (WABO) bij veehouderijbedrijven is bijna al tijd de gemeente het bevoegd gezag. In een situatie (toegelicht bij de beantwoording van vraag 2) ligt deze bevoegdheid bij de provincie en worden de VTH-taken uitgevoerd door de FUMO.

Daarnaast is de provincie in het kader van de Wet natuurbescherming (en daarvoor Natuurbeschermingswet 1998) bevoegd gezag voor Programma Aanpak Stikstof (PAS) — vergunningen. In deze vergunningen wordt in de voorschriften standaard een termijn opgenomen van twee jaar waarbinnen uiterlijk de activiteit waarvoor vergunning is verleend, moet zijn gerealiseerd. Bestuurlijk is in BIJ12-verband afgesproken dat de verleende vergunningen binnen een termijn van drie jaar zullen worden gecontroleerd. Hierover worden afspraken met de FUMO gemaakt.

De provincie heeft, bijvoorbeeld in het kader van Interbestuurlijk Toezicht (IBT), geen onderzoek uitgevoerd naar de wijze waarop de verschillende overheden hun VTH-taken (stond: VTH-bedrijven) bij deze sector uitvoeren.

Vraag 1:

Wanneer is voor het laatst in Fryslân de frequentie en kwaliteit van controles op veehouderijen nagegaan en wat waren hier de uitkomsten van?

Antwoord 1:

In de provincie Fryslan is, voor zover bij ons bekend, een dergelijk onderzoek niet eerder uitgevoerd.

Vraag 2:

Bij welk percentage van de gecontroleerde veehouderijen werden overtredingen geconstateerd?

Antwoord 2:

De provincie is het bevoegd gezag WABO bij een veehouderijbedrijf. Dit bedrijf betreft een pluimveebedrijf (vleeskuikens) in combinatie met een co-vergistingsinstallatie. Medio 2017 is het WABO bevoegd gezag van de gemeente overgegaan naar de provincie door de hoeveelheid te vergisten producten.

De beantwoording van deze en volgende vragen hebben alleen betrekking op het veehouderijgedeelte. Door de gemeente zijn voor de overdracht van het bevoegd gezag overtredingen geconstateerd.

De hercontroles, die hieruit voortvloeiden, zijn in de periode dat de provincie bevoegd gezag, nog uitgevoerd namens de gemeente. Daarbij zijn geen overtredingen meer aangetroffen.

Namens de provincie zal dit jaar nog een controle plaatsvinden.

Vraag 3:

Om wat voor een overtredingen ging het?

Antwoord 3:

De overtredingen die tijdens de controle namens de gemeente zijn geconstateerd, hadden betrekking op: het huisvesten van meer dieren per stal dan vergund, het afwijken van het stalsysteem, het onvoldoende functioneren van de luchtwassers, het opslaan en gebruiken van gevaarlijke stoffen en het niet plaatsen van stuwbakken (stofbakken) achter de stallen.

Zoals bij vraag 2 aangegeven zijn alle overtredingen ongedaan gemaakt.

Vraag 4:

Binnen welke termijn en hoe werden deze overtredingen vervolgens gehandhaafd?

Antwoord 4:

De overtredingen zijn door de gemeente middels een last onder dwangsom (LOD) bestuursrechtelijk gehandhaafd. Zoals bij vraag 2 aangegeven zijn alle overtredingen ongedaan gemaakt.

Vraag 5:

Hoe wordt omgegaan met veehouders die meermaals regels overtreden?

Antwoord 5:

Toezicht en handhaving door en namens de provincie wordt uitgevoerd volgens de Landelijke Handhavingsstrategie (LHS). Dit betekent dat het handhaven van een overtreding afhangt van de gevolgen voor het milieu en het gedrag van de overtreder. Bij overtredingen die bij die twee aspecten hoog scoren zal ook meteen strafrechtelijk opgetreden worden.

Vraag 6:

Hoe vaak wordt een Friese veehouderij gemiddeld gecontroleerd en waarop wordt dan gecontroleerd?

Antwoord 6:

De frequentie voor reguliere controles wordt door (c.q. door de FUMO voor) de provincie bepaald op basis van een risicomodel van de provincie.

Voor IPPC-inrichtingen, waar het betreffende pluimveebedrijf ook onder valt, geldt een wettelijk vastgesteld minimum van een controle per drie jaar. Op basis van genoemd provinciaal risicomodel bedraagt de controlefrequentie een tot drie controles per jaar.

De controles zijn integraal en omvatten alle aspecten uit de vergunning en het Activiteitenbesluit.

Vraag 7:

Is er een verschil in controles van melkvee/ pluimvee en varkensbedrijven? Zoja, waarom?

Antwoord 7:

De aspecten die u in uw inleidende toelichting noemt (uitstoot van ammoniak en fijnstof, stalsystemen en luchtwassers, het aantal en soort dieren en elektronische monitoring) maken deel uit van controles bij veehouderijbedrijven. Per branche c.q. individueel bedrijf wordt beoordeeld in hoeverre deze aspecten wel of niet aan de orde zijn.

Tussen de drie genoemde branches — pluimvee-, melkvee- en varkensbedrijven — bestaan er, naast overeenkomsten, ook verschillen tussen de controles. Zo staat bij alle branches de controle op ammoniakemissie centraal, maken de luchtwassers bij varkensbedrijven een groot deel uit van de controles en speelt geur bij pluimveebedrijven een grotere rol dan bij de andere sectoren.