Motie naar een bloem- en krui­denrijk boerenland


4 juli 2017

De Staten, in vergadering bijeen op 28 juni 2017, gehoord hebbende de beraadslaging;

constaterende dat:

  • Provinciale Staten in haar vergadering van 21 juni jl. uitgesproken heeft dat de Friese agrarische sector zou moeten omschakelen naar een natuurinclusieve en duurzame landbouw. Daarbij uitgesproken is dat deze transitie vooral vanuit de ondernemers zelf gestalte moet krijgen en dat de provincie waar mogelijk aanjaagt en faciliteert;
  • Het plan “Naar een bloem- en kruidenrijk boerenland” niet alleen aan deze criteria voldoet, maar er ook direct mee kan worden begonnen;
  • Bij de implementatie en de uitvoering niet alleen het Living Lab maar ook de agrarische collectieven zijn betrokken. Daarmee zowel recht gedaan wordt aan het experiment als aan de meer traditionele kennisoverdracht die doorgaans verloopt van boer tot boer;

overwegende dat:

  • Tot voor kort het voorstel “Naar een bloem- en kruidenrijk boerenland” als een apart project met een daarbij horende financiering in de stukken door het college werd behandeld en benoemd. In de Kadernota het voorstel haar aparte status heeft verloren en ondergebracht is in een zogenoemd Transformatiefonds. Het belangrijkste kenmerk van dit fonds is dat er naast het concrete voorstel “Naar een bloem- en kruidenrijk boerenland” nog geen andere concreet uitgewerkte projecten zitten en dat de eerste projecten in het transformatiefonds pas in 2019 gestalte zullen kunnen krijgen;
  • Het project: Naar een bloem- en kruidenrijk boerenland” daarmee onnodig en ongewenste vertraging oploopt;

verzoeken het college van Gedeputeerde Staten in 2018 reeds uitvoering te geven aan het project “naar een bloem- en kruidenrijk boerenland”;

en gaan over tot de orde van de dag.


Status

Voor

Tegen