Opinie: Ganzen­pro­bleem niet over­drijven (Te Gast-artikel in de Leeu­warder Courant van 26 januari 2016)


29 januari 2016

Amerikaanse en Servische reisbureaus bieden tegenwoordig trofeejachten op ganzen aan in Nederland. Ook in Friesland. Het tijdschrift Shooting Sportsman doet in het november/december nummer van 2015 in geuren en kleuren verslag van een zekere Hans en zijn zoon Jans die in Noord-Fryslân trofeejagers begeleiden op hun ganzenjacht. Het gebeurde in oktober, dus nog net voor de winterrust voor de ganzen.

De vijfdaagse trofeejacht op ganzen, waarvoor de jachttoerist zo’n 4600 dollar per trip neertelt, lijkt op het soort safari’s dat al langer in Afrika wordt georganiseerd. Volstrekt zinloos geweld tegen dieren. Dat zouden we hier toch niet moeten willen. Al was het maar omdat het afschieten van ganzen geen oplossing blijkt te zijn.

Fryslân heeft een ganzenprobleem, maar we moeten het ook weer niet overdrijven. Er zijn in deze provincie ongeveer 725.000 overwinterende ganzen. Die doen in de winter wat schapen ook doen: de grasmat kort houden en mest achterlaten. Dat geeft geen schade. Schade ontstaat pas zodra het gras weer gaat groeien, de eerste snee, de kostbaarste snee.

Het is de soort gras die de gans lokt: eiwitrijk Engels raaigras. Zowel de boer als de gans zijn er gek op. De agrarische ondernemers zijn er in geslaagd de verantwoordelijkheid voor de oplossing van het ganzenprobleem daar neer te leggen waar deze helemaal niet thuis hoort: bij de overheid. Maar waarom zou de overheid een probleem moeten oplossen dat is veroorzaakt en in stand wordt gehouden door de degene die er last van heeft?

De oplossingen die de overheid biedt, houden het probleem overigens alleen maar in stand, en misschien is dat ook wel de bedoeling. Afschieten of vergassen is symptoombestrijding waar zowel de jagers als de boeren baat bij hebben. Door de steeds terugkerende ganzen kunnen de jagers blijven schieten. En zolang de burger de steeds terugkerende schadevergoedingen betaalt, vallen de boeren zich ook al geen buil aan de gans. Er gaat in Fryslân jaarlijks 12 miljoen euro in om.

Er lijkt echter wel degelijk een permanente oplossing voor het ganzenprobleem te zijn, en de Partij voor de Dieren vindt dat daar maar eens een begin mee moet worden gemaakt. Afgelopen herfst publiceerde de universiteit Wageningen een brochure met de resultaten van onderzoek naar het gebruik van kruiden- en bloemrijk gras. Daaruit blijkt dat wanneer tot 30% van het raaigras wordt vervangen door dit bloemrijke gras de melkgift niet afneemt, de gezondheidstoestand van de koeien verbetert, dus de rekening van de veearts omlaag gaat, en de weidevogelstand fors vooruit gaat.

Een bijkomend voordeel is dat wanneer op grote schaal in Friesland het eenzijdige raaigras wordt vervangen door minstens 30% kruidenrijk gras, het voedselaanbod voor de ganzen omlaag gaat. Minder voedsel betekent minder ganzen. Zo werkt het in de natuur. Bij overvloed zorgen de dieren voor talrijk nageslacht. En bij voedselschaarste planten ze zich maar mondjesmaat voort. Kijk maar naar de weidevogels en het ontbreken van bloemen en dus van allerlei insecten voor hun jongen. Ze verdwijnen.

Het probleem is dus niet alleen: hoe krijgen we de ganzen weg, het probleem is ook: hoe krijgen we de veehouders zo ver dat ze hun bedrijfsvoering aanpassen. Agrarische ondernemers houden over het algemeen niet van oplossingen die van buiten komen, maar ze hebben tegelijk ook een scherp oog voor hun portemonnee.

De voor de hand liggende oplossing is dus de schadevergoeding te koppelen aan de bereidheid om mee te doen aan de omschakeling van Engels raaigras naar bloemrijk- en kruidenrijk gras.

Rinie van der Zanden, Statenlid Partij voor de Dieren Fryslân

*Dit is de volledige, aangeleverde tekst. De door de krant geplaatste tekst is iets ingekort.