Opinie: Inten­si­vering van de landbouw is niet de oplossing om tien miljard monden te voeden


9 augustus 2021

Bij een kaatswedstrijd deed PC voorzitter Hellinga een aantal prikkelende uitspraken over Randstedelingen en de landbouwpolitiek. Volgens hem is de intensieve landbouw in Fryslân nodig om in de toekomstige wereldvoedselvoorziening te kunnen voorzien. Geen huizen bouwen voor forenzen uit de Randstad, maar wél volop ruimte voor de boeren. Ons commissielid Anita Dijkstra pareert in onderstaand opiniestuk zijn pleidooi om de wereld te voeden. Een door de redactie aangepaste versie van deze tekst verscheen 7 augustus in het Friesch Dagblad.

Over 30 jaar moeten er wereldwijd 10 miljard monden worden gevoed. Hoe gaan we dat doen? PC voorzitter de heer Hellinga roert dit onderwerp aan in zijn openingstoespraak van de 168ste PC. Duidelijk is dat de weg van de intensivering niet de oplossing is. Daarmee overvragen we de aarde. Om de 10 miljard mensen op deze aarde van voldoende voedsel te kunnen voorzien, moet er op verschillende terreinen actie komen. Het is niet alleen een kwestie van meer voedsel produceren. We moeten het ook structureel anders doen.

Het huidige landbouwmodel is gebaseerd op twee grote misstanden. Het eerste misverstand is dat het gebruiken van dieren zou zorgen voor meer voedsel. Dat klopt niet. De veehouderij is geen voedselproducent maar een voedselverspiller. Wie dieren fokt voor voedsel, zal er immers voor moeten zorgen dat de dieren gevoerd moeten worden. Dat kost veel meer voedsel dan dat het oplevert in de vorm van vlees en zuivel. En we krijgen een mestoverschot op de koop toe. Wanneer we de landbouwgrond die nodig is om dieren te voeden, gebruiken om voedsel te verbouwen voor mensen, kunnen we iedereen voeden en houden we ook nog grond over om terug te geven aan de natuur. Het tweede misverstand is dat een klein, dichtbevolkt land als Nederland de tweede voedselexporteur van de wereld zou kunnen zijn. Het gesleep met voedsel over de hele wereld is misschien wel een van de best zichtbare excessen van de handelspolitiek die ook het voedseldomein volledig heeft overgenomen.

Zo exporteert Nederland uien naar Brazilië, terwijl hier uien uit Nieuw-Zeeland in de winkel liggen. Om kringlopen te sluiten en verliezen en emissies zo veel mogelijk te beperken, is het belangrijk dat het voedsel zo dichtbij mogelijk wordt geproduceerd en verhandeld. Voedsel dat je in Nederland kan produceren zou je voornamelijk in Nederland en naburige landen moeten consumeren. Dat betekent meer eten volgens de seizoenen, en het telen van een grotere diversiteit aan producten dan dat we nu doen. Wat minder bekend is, is dat Nederland ook nog veel landbouwgoederen importeert, om het hier te bewerken en vervolgens door te voeren. Daardoor liggen de totale exportcijfers ook zo hoog. In 2019 exporteerde Nederland voor 94,5 miljard euro aan landbouwgoederen. Daarvan was 68,5 miljard euro van Nederlandse bodem en 26 miljard euro wederuitvoer van landbouwgoederen van buitenlandse makelij. (“De Nederlandse agrarische sector in internationaal verband”, rapport van Wageningen Universiteit)

De natuur levert alles wat mensen nodig hebben voor de productie van ons voedsel: een gezonde bodem om onze gewassen op te telen, schoon water voor een goede groei en biodiversiteit die helpt bij de bestuiving en het voorkomen van plagen. Een van de kostbaarste fouten die de mens kan maken, is het vernietigen van de natuur en de bodem die hij nodig heeft voor de productie van zijn voedsel. Intensieve landbouw heeft de bodem zo uitgeput dat de gewassen die erop groeien veel minder voedingswaarde bevatten dan 50 jaar geleden. Voedsel wordt ten onrechte gezien als handelswaar. De Partij voor de Dieren verzet zich daar fel tegen: voedsel is een mensenrecht. Niet de vraag hoe we kunnen verdienen aan voedsel moet centraal staan, maar de vraag hoe we kunnen zorgen dat iedereen toegang krijgt tot gezond en duurzaam voedsel.

Anita Dijkstra, commissielid Partij voor de Dieren Friesland