Monde­linge vragen over vergunning PAS


Geachte voorzitter van de Staten,

Hierbij kondig ik aan nog een drietal vragen te willen stellen in het vragenuurtje over de zaak die nog in de lijn van de PAS is afgewikkeld.

  1. Waarom heeft GS gemeend deze vergunning toch nog te verlenen ondanks de duidelijke uitspraak die er ligt van de Raad van State van 29 mei mei j.l. In de LC van vandaag is te lezen dat u de vergunning verdedigt “met het feit dat niemand kanttekeningen bij het ontwerp plaatste”. Maar is het niet aan u om te beoordelen of de gevraagde vergunning verleend kan worden, in plaats van die beoordeling over te laten aan burgers die maar tijdig moeten reageren?
  2. Als het nog slechts één zaak betrof die nu nog wordt afgewikkeld, zoals wij van een ambtenaar hebben begrepen, hoe geloofwaardig is het dan dat beargumenteerd wordt dat werkdruk op het provinciehuis de reden was dat deze zaak pas na 29 mei kon worden afgewikkeld?
  1. Blijft het bij deze ene zaak of komen er straks nog meer zaken uit de hoge hoed?