Vragen over zout­winning onder Wad


Indiendatum: nov. 2019

SCHRIFTELIJKE VRAGEN, ex artikel 41 Reglement van Orde

Gericht aan

GS

Inleidende toelichting

Frisia BV is voornemens binnenkort te beginnen met het boren naar zout onder de bodem van de Waddenzee.

De risico's van zoutwinning worden consequent onderschat, zegt oud werknemer van de NAM en bodemdalingsdeskundige Adriaan Houtenbos.[1] Net als bij de aardgaswinning in Groningen, kan zoutwinning aardbevingen, sinkholes en wateroverlast veroorzaken. In het ergste geval kunnen wadplaten verdwijnen. Verder kunnen wanden van zoutwinningsputten instorten, leidingen kunnen breken en bovendien wordt diesel gebruikt om zoutputten af te sluiten met alle risico's van dien.

Ook het Staatstoezicht op de Mijnen (SodM) (onafhankelijke toezichthouder op de delfstoffen- en energiewinning) heeft in haar rapport ‘De staat van de sector zout’ (2018)[2] o.a. het ‘korte termijn denken’ van de zoutwinningsindustrie, het gevaar op instorten van (te grote of te veel) cavernes en het risico bij het gebruik van diesel als afdekking benoemd en de zoutwinningsbedrijven daarover aangeschreven.

Zowel bij aardgaswinning als bij zoutwinning worden de risico's gebagatelliseerd. Het Staatstoezicht op de Mijnen gaat controleren of het goed gaat met de zoutwinning. De Waddenvereniging vindt dit een wassen neus omdat Frisia zelf de monitoring organiseert.[3]

Daarnaast blijkt uit het IPCC-rapport[4] dat eind september 2019 werd gepresenteerd dat de zeespiegelstijging harder gaat dan verwacht. Dit heeft gevolgen voor de ruimte die er – o.a. in verband met de zoutwinning - voor de bodemdaling in de Waddenzee berekend wordt.

Vragen

1. Bent u het met ons eens dat deze nieuwe feiten (de onzekerheid en risico’s rond de effecten van de zoutwinning) een reden zou moeten zijn als provincie een ander standpunt over de zoutwinning onder de Waddenzee in te nemen? Zo nee, waarom niet, mede gezien de kwetsbaarheid van het gebied?

2. Bent u bereid de Minister/SodM te vragen dit project opnieuw te beoordelen? Zo nee, waarom niet?

3. Er zijn vragen gerezen over de onafhankelijkheid van de monitoring door Frisia zelf. Een onjuiste monitoring zou voor onherstelbare schade kunnen zorgen. Welke maatregelen neemt u om dit te voorkomen?

4. Zowel Frisia BV als de Waddenvereniging zijn voorstander van een Waddenautoriteit omdat die wel voor een totaalmonitoring kan zorgen. Hoe staat u hier tegenover en welke stappen bent u bereid te nemen om een dergelijke autoriteit te vormen?

5. Tenslotte: Uit het IPCC rapport dat eind september werd gepresenteerd blijkt dat de zeespiegelstijging harder gaat dan verwacht. Hieruit volgt ook dat het scenario, waar de Minister op dit moment van uitgaat, al achterhaald is. Daarnaast is te lezen in het rapport van de Deltacommissaris[5] (bijlage B, programma 2019) dat de Westelijke Waddenzee geen ruimte meer heeft voor bodemdaling wat betreft de verwachte zeespiegelstijging.

De Minister (van LNV) heeft volgens artikel 5.4 lid 1 sub d van de Wet Natuurbescherming[6] het recht de verleende natuurbeschermingswetvergunning voor de zoutwinning weer in te trekken of te wijzigen wegens gewijzigde omstandigheden. Bent u bereid om op grond van de genoemde incidenten en twijfel over de risico’s bij de zoutwinning én de nieuwe ontwikkelingen rond de zeespiegelstijging bij de Minister te pleiten voor het intrekken of wijzigen van de Wet NB-vergunning?

Indiener(s)

PvdD, Rinie van der Zanden

GrienLinks Jochem Knol

SP, Hanneke Goede

Datum

19 november 2019

[1]https://www.omropfryslan.nl/nijs/914875-achtergrun-saltwinning-wol-skea-net-folle-baten

[2]https://www.sodm.nl/documenten/rapporten/2018/05/31/staat-van-de-sector-zout

[3]https://www.omropfryslan.nl/nieuws/915853-zoutwinning-de-gaten-houden-alsof-de-slager-zijn-eigen-vlees-keurt

[4]https://www.knmi.nl/over-het-knmi/nieuws/ipcc-zee-stijgt-sneller-door-smeltende-gletsjers-en-poolijs

[5]https://www.deltacommissaris.nl/documenten/publicaties/2018/09/18/dp2019-b-rapport-deltares

[6]Wnb artikel 5.4 lid 1 sub ‘d. de omstandigheden sedert het tijdstip waarop de vergunning, onderscheidenlijk ontheffing is verleend zodanig zijn gewijzigd, dat deze niet, niet zonder beperkingen of voorwaarden, of onder andere beperkingen of voorwaarden zou zijn verleend, indien deze omstandigheden op het tijdstip waarop de vergunning, onderscheidenlijk ontheffing is verleend zouden hebben bestaan.’

Uw schriftelijke vragen op grond van artikel 41 van het Reglement van Orde, binnengekomen op 29 januari 2020, beantwoorden wij als volgt.

Uw inleiding:

Op 29 januari 2020 heeft de Waddenvereniging een persbericht naar buiten gebracht. In het persbericht roept de Waddenvereniging op om per direct de activiteiten van ESCO naar de winning van zout te stoppen. In het persbericht staat "De bestaande vergunning vereist van ESCO een betrouwbare monitoring van de effecten van zoutwinning op de natuur van Werelderfgoed Waddenzee. Die betrouwbaarheid kan ESCO niet garanderen, blijkt uit nieuw onderzoek van de onafhankelijke Audit Commissie. De manier waarop ESCO de schade aan de natuur door zoutwinning wil monitoren krijgt van deze commissie het oordeel `ontoereikend'; oftewel een dikke onvoldoende". Zout winning onder de Waddenzee zorgt voor bodemdaling onder de Ballastplaat. Op sommige plaatsen onder de Ballastplaat kan er we! tot 1 meter dating plaatsvinden. De PvdA vindt dat we de het werelderfgoed Waddenzee moeten beschermen.

Naar aanleiding van het bericht stellen wij de volgende vragen:

Vraag 1: Bent u op de hoogte dat de monitoring, volgens de onafhankelijke Audit Commissie, onvoldoende is? Zo ja, wat vind u hiervan?

Antwoord vraag 1: Ja, wij hebben inmiddels in een gesprek met Frisia ook begrepen dat zij verbeteringen in het monitoringsprogramma aanbrengt.

Vraag 2: Bent u het met ons eens dat zoutwinning alleen plaats mag vinden als er een adequate en betrouwbare monitoring plaatsvindt van de effecten op de natuur? Zo nee, waarom niet?

Antwoord vraag 2: Ja, wij maken ons hard voor een adequate monitoring voor het meetnet voor de Waddenzee. Dat is ook de reden waarom het college naast het meetnet voor de Waddenzee ook het aanvullend meetnet voor de stad Harlingen ondersteunt.

Vraag 3: Wilt u zich bij minister Wiebes sterk maken dat, gezien het rapport van de onafhankelijke Audit Commissie, de activiteiten stop gezet worden tot het moment dat de noodzakelijke betrouwbaarheid 100% is? Zo nee, waarom niet?

Antwoord vraag 3: Op dit moment niet. De metingen in 2018 zijn deels nog onvoldoende. De commissie m.e.r. geeft aan dat zij het positief vindt dat Frisia zo vroeg is gestart met het programma. Er is nog voldoende tijd om proef te draaien en aanpassingen te verrichten voordat de daadwerkelijke winning gaat beginnen. Ook het aanvullend meetnet, op initiatief van stichting Bescherming Historisch Harlingen, voor de stad Harlingen wordt op dit moment ingericht zodat alles op tijd gereed is als de winning gaat van start gaat. Frisia geeft aan het advies van de commissie m.e.r. op te volgen. Wij wachten die de aanpassingen in het programma en het proefdraaien met de aanpassingen en de meetpunten eerst af.

Hoogachtend,

Gedeputeerde Staten van Fryslân