Vragen over zout­winning onder Wad


SCHRIFTELIJKE VRAGEN, ex artikel 41 Reglement van Orde

Gericht aan

GS

Inleidende toelichting

Frisia BV is voornemens binnenkort te beginnen met het boren naar zout onder de bodem van de Waddenzee.

De risico's van zoutwinning worden consequent onderschat, zegt oud werknemer van de NAM en bodemdalingsdeskundige Adriaan Houtenbos.[1] Net als bij de aardgaswinning in Groningen, kan zoutwinning aardbevingen, sinkholes en wateroverlast veroorzaken. In het ergste geval kunnen wadplaten verdwijnen. Verder kunnen wanden van zoutwinningsputten instorten, leidingen kunnen breken en bovendien wordt diesel gebruikt om zoutputten af te sluiten met alle risico's van dien.

Ook het Staatstoezicht op de Mijnen (SodM) (onafhankelijke toezichthouder op de delfstoffen- en energiewinning) heeft in haar rapport ‘De staat van de sector zout’ (2018)[2] o.a. het ‘korte termijn denken’ van de zoutwinningsindustrie, het gevaar op instorten van (te grote of te veel) cavernes en het risico bij het gebruik van diesel als afdekking benoemd en de zoutwinningsbedrijven daarover aangeschreven.

Zowel bij aardgaswinning als bij zoutwinning worden de risico's gebagatelliseerd. Het Staatstoezicht op de Mijnen gaat controleren of het goed gaat met de zoutwinning. De Waddenvereniging vindt dit een wassen neus omdat Frisia zelf de monitoring organiseert.[3]

Daarnaast blijkt uit het IPCC-rapport[4] dat eind september 2019 werd gepresenteerd dat de zeespiegelstijging harder gaat dan verwacht. Dit heeft gevolgen voor de ruimte die er – o.a. in verband met de zoutwinning - voor de bodemdaling in de Waddenzee berekend wordt.

Vragen

1. Bent u het met ons eens dat deze nieuwe feiten (de onzekerheid en risico’s rond de effecten van de zoutwinning) een reden zou moeten zijn als provincie een ander standpunt over de zoutwinning onder de Waddenzee in te nemen? Zo nee, waarom niet, mede gezien de kwetsbaarheid van het gebied?

2. Bent u bereid de Minister/SodM te vragen dit project opnieuw te beoordelen? Zo nee, waarom niet?

3. Er zijn vragen gerezen over de onafhankelijkheid van de monitoring door Frisia zelf. Een onjuiste monitoring zou voor onherstelbare schade kunnen zorgen. Welke maatregelen neemt u om dit te voorkomen?

4. Zowel Frisia BV als de Waddenvereniging zijn voorstander van een Waddenautoriteit omdat die wel voor een totaalmonitoring kan zorgen. Hoe staat u hier tegenover en welke stappen bent u bereid te nemen om een dergelijke autoriteit te vormen?

5. Tenslotte: Uit het IPCC rapport dat eind september werd gepresenteerd blijkt dat de zeespiegelstijging harder gaat dan verwacht. Hieruit volgt ook dat het scenario, waar de Minister op dit moment van uitgaat, al achterhaald is. Daarnaast is te lezen in het rapport van de Deltacommissaris[5] (bijlage B, programma 2019) dat de Westelijke Waddenzee geen ruimte meer heeft voor bodemdaling wat betreft de verwachte zeespiegelstijging.

De Minister (van LNV) heeft volgens artikel 5.4 lid 1 sub d van de Wet Natuurbescherming[6] het recht de verleende natuurbeschermingswetvergunning voor de zoutwinning weer in te trekken of te wijzigen wegens gewijzigde omstandigheden. Bent u bereid om op grond van de genoemde incidenten en twijfel over de risico’s bij de zoutwinning én de nieuwe ontwikkelingen rond de zeespiegelstijging bij de Minister te pleiten voor het intrekken of wijzigen van de Wet NB-vergunning?

Indiener(s)

PvdD, Rinie van der Zanden

GrienLinks Jochem Knol

SP, Hanneke Goede

Datum

19 november 2019

[1]https://www.omropfryslan.nl/nijs/914875-achtergrun-saltwinning-wol-skea-net-folle-baten

[2]https://www.sodm.nl/documenten/rapporten/2018/05/31/staat-van-de-sector-zout

[3]https://www.omropfryslan.nl/nieuws/915853-zoutwinning-de-gaten-houden-alsof-de-slager-zijn-eigen-vlees-keurt

[4]https://www.knmi.nl/over-het-knmi/nieuws/ipcc-zee-stijgt-sneller-door-smeltende-gletsjers-en-poolijs

[5]https://www.deltacommissaris.nl/documenten/publicaties/2018/09/18/dp2019-b-rapport-deltares

[6]Wnb artikel 5.4 lid 1 sub ‘d. de omstandigheden sedert het tijdstip waarop de vergunning, onderscheidenlijk ontheffing is verleend zodanig zijn gewijzigd, dat deze niet, niet zonder beperkingen of voorwaarden, of onder andere beperkingen of voorwaarden zou zijn verleend, indien deze omstandigheden op het tijdstip waarop de vergunning, onderscheidenlijk ontheffing is verleend zouden hebben bestaan.’