Vragen over bomenkap


SCHRIFTELIJKE VRAGEN, ex artikel 41 Reglement van Orde

Gericht aan

GS

Inleidende toelichting

Meerdere partijen hebben zowel recentelijk als in de afgelopen jaren aangegeven bezorgd te zijn over de bomenkap in onze provincie. Het gaat daarbij om bomen op provinciale gronden, gemeentelijke gronden, particuliere gronden en op terreinen van Staatsbosbeheer, It Fryske Gea en Natuurmonumenten. De zorgen gaan met name over het kappen van oude bomen en boomwallen en de landschapspijn en CO2-uitstoot die hiermee samenhangt. Bovendien zijn er zorgen dat het aantal hectare bomen per saldo afneemt, omdat er meer bomen gekapt worden dan er bij komen.

Vragen

  1. a. Klopt het dat het aantal bomen in onze provincie afneemt? b. Heeft u een beeld van de afname van het bomenbestand in onze provincie? Zo ja, kunt u de afname toelichten? Zo nee, waarom niet en bent u bereid de afname en herplanting in beeld te brengen?

De biodiversiteit in Fryslân staat onder druk. Bomen kunnen helpen bij het herstel hiervan. Bovendien nemen (met name oudere) bomen CO2 op.

  1. Houdt u rekening met het voorgaande bij nieuwe ruimtelijke plannen? Zo ja, kunt u dit toelichten? Zo nee, waarom niet en bent u bereid dit alsnog te gaan doen?
  2. Wegen biodiversiteit en CO2-opname door met name oudere bomen mee bij besluiten om bomen te kappen? Zo ja, kunt u dit toelichten? Zo nee, waarom niet en bent u bereid dit alsnog mee te wegen?

Staatsbosbeheer doet in haar gebieden veel aan het optimaliseren van de biodiversiteit. Vanwege het kleine oppervlak dat zij tot haar beschikking heeft, houdt dat soms ook in dat zij moet kiezen voor een ander soort bomen dan nu in haar gebieden staan. Concreet betekent dat bomenkap. Mede door het achterblijven van de aanleg van de EHS heeft zij weinig andere mogelijkheden om de biodiversiteit te vergroten.

  1. Vindt u het verantwoord dat natuurorganisaties zich genoodzaakt zien om bomen te kappen om de biodiversiteit te vergroten, terwijl dit op weerstand stuit bij omwonenden?

Omwonenden maken ook melding van het illegaal verwijderen van bomen en boomwallen door derden. Voor toezicht en handhaving is weinig mankracht beschikbaar.

  1. Hoe zou het toezicht hierop beter geregeld kunnen worden en welke kosten zouden daarmee gemoeid gaan?

De Wet Natuurbescherming en de provinciale verordening Natuurbescherming bieden relatief weinig bescherming aan bomen en boomwallen.

  1. Welke mogelijkheden ziet u om die bescherming te verbeteren?

Bij de aanleg en reconstructie van provinciale wegen wordt, naar wij hebben begrepen, vanuit het oogpunt van de verkeersveiligheid een standaard obstakelvrije zone van 4 meter langs beide zijden van de weg aangehouden. Volgens onze informatie hebben meerdere gemeenten en ook inwoners aangegeven problemen te hebben met de grootschalige bomenkap die daarmee annex is, met een forse kaalslag van het landschap als negatief effect.

  1. Is deze richtlijn standaard provinciaal beleid dat door PS is vastgesteld en vastgelegd in een verordening?
  2. Zo ja, zijn er ook ontheffingsmogelijkheden en uitzonderingsbepalingen, bijvoorbeeld op grond van landschappelijke inpassing, ecologische belangen en bevordering van de biodiversiteit en worden deze factoren ook meegenomen in een integrale afweging wat betreft inrichting en inpassing?
  3. Indien punt 8 aan de orde is, kunt u aangeven of er de afgelopen 5 jaar bij inrichtingen en reconstructies bomen en/of andere obstakels zijn blijven staan als gevolg van de toepassing van de ontheffingsmogelijkheden?

Van belang is te toetsen of het uitgangspunt van obstakelvrije zones daadwerkelijk als effect heeft dat de verkeersveiligheid wordt vergroot. Een mogelijkheid is dat obstakelvrije zones langs de provinciale wegen de automobilist uitnodigen harder te rijden en minder alert te zijn, terwijl met obstakels als bomen eerder rustiger en voorzichtiger rijgedrag wordt bevorderd.

  1. Zijn er gegevens bekend van het aantal ongevallen op provinciale wegen met obstakelvrije zones versus de provinciale wegen waar deze nog niet gerealiseerd zijn? Zo ja, kunnen wij die ontvangen? Zo nee, bent u bereid om hiernaar op korte termijn onderzoek te laten doen en PS over de uitkomsten te informeren?
  2. Indien aan de orde, kunt u toezeggen dit onderzoek op korte termijn uit te voeren en uiterlijk 1 november 2019 aan PS te rapporteren?
  1. Bent u bereid om bij de overdracht van het dossier van het oude naar het nieuwe college van DS de opties voor een provinciale bosvisie te bespreken? Zo nee, waarom niet?

Indieners

Partij voor de Dieren, Rinie van der Zanden

GrienLinks, Charda Kuipers

PvdA, Douwe Hoogland

Datum

6 juni 2019