Vragen fouten festival Eilân op Terschelling


Indiendatum: jan. 2020

SCHRIFTELIJKE VRAGEN, ex artikel 41 Reglement van Orde

Gericht aan

GS

Inleidende toelichting

Muziekfestival Eilân zou dit najaar plaatsvinden op Terschelling, naast een Natura 2000-gebied met beschermde (dier)soorten en naast een gebied dat in de provinciale Milieuverordening is aangewezen als stiltegebied.

Stichting Ons Schellingerland en bewoners van het eiland schakelden na de door de Gemeente Terschelling verstrekte evenementenvergunning van 12 augustus de rechter in en deden een verzoek tot een voorlopige voorziening.

De Bestuursrechter oordeelde dat het festival niet door kon gaan omdat er wel degelijk negatieve gevolgen zouden kunnen zijn voor de strikt beschermde (dier)soorten. De rechter oordeelde dat in dit geval ook nog een omgevingsvergunning nodig is en mogelijk ook een vergunning op grond van de Wet natuurbescherming, in ogenschouw nemend dat de kritische depositiewaarde van stikstof in het duinengebied al (ruimschoots) overschreden is.

Vervolgens kreeg Gedeputeerde Staten op 5 september een verzoek van de Gemeente en liet GS de gemeente op 6 september weten dat het festival door kon gaan. Sterker nog, er zou volgens GS zelfs geen vergunning of verklaring van geen bedenkingen nodig zijn.

De omgevingsvergunning van gemeentewege kwam op 7 september. Maar deze werd vervolgens bij een nieuw verzoek om een voorlopige voorziening door de Bestuursrechter geschorst. De Bestuursrechter oordeelde hierbij ook dat in het geheel niet was onderbouwd waarom toch de AERIUS-methode gebruikt is, nu deze per 1 september 2019 niet langer geregeld is in de Regeling natuurbescherming.

Vragen

  1. Bent u bij uw oordeel over de situatie uitgegaan van dezelfde feiten en omstandigheden (soorten dieren, habitattypen, hoeveelheden uitgestoten stikstof, aantallen bezoekers, geluidsoverlast, data van indienen van stukken, etc) als waar de rechtbank vanuit is gegaan bij haar oordeel?

Zo nee, waarom niet en waarom heeft u niet zelf alle feiten verzameld over alle bij dit festival plaatsvindende activiteiten (muziek, voorziening van elektriciteit door aggregaten, vervoersbewegingen, etc)?

  1. Was u op de hoogte van de lopende gerechtelijke procedures?
  2. De beoordeling van de stikstofbelasting door het evenement op N2000 gebied ‘Duinen Terschelling’ met in elk geval een vijftal strikt beschermde zgn prioritaire habitattypen hoort onderdeel te zijn van de beoordeling door u. U bent niet zelf de feiten nagegaan en u heeft de stikstofberekening niet nagerekend. Die berekening deugde inhoudelijk niet, omdat de stikstofproductie van transport, bouwmachines en aggregaten van het festival buiten beschouwing gelaten zijn. Doet u dit in andere gevallen wel? Zo ja, waarom hier dan niet? Zo nee, waarom doet u dit niet?
  3. Het evenement zou worden georganiseerd direct naast een provinciaal stiltegebied. Hoe was u voornemens op te treden tegen de geluidsproductie met bronvermogens tot 145 decibel op enige tientallen meters van een stiltegebied? En waarom heeft u daar op voorhand geen actie tegen ondernomen?
  1. Wat is uw mening over de niet te mis verstane bewoordingen van de rechtbank mbt AERIUS en de eventuele negatieve gevolgen voor de strikt beschermde soorten?
  2. Kunt u aangeven op grond waarvan u van mening was dat geen vergunning of verklaring van geen bedenkingen nodig zou zijn, terwijl het hier wel gaat om verstoring van een vijftal prioritaire typen natuurlijke habitats? Graag vernemen wij hierbij ook hoe u artikel 2.8 van de Wet Natuurbescherming heeft toegepast.
  1. Waarom werd de aanvraag pas op het laatste moment bij u ingediend?
  2. Waarom heeft u, na ontvangst van de aanvraag, niet aangegeven dat u de gebruikelijke termijn van beoordelen in acht zou nemen? Immers zou de bestudering van een juist aangelegd dossier enige tijd in beslag moeten nemen, zeker gelet op de prioritaire habitattypen.
  3. Hoe voorkomt u dat u in de toekomst nogmaals zulke fouten maakt?

Indiener(s)

PvdD, Rinie van der Zanden

Datum

13 januari 2020

Geachte heer/mevrouw,

Uw schriftelijke vragen op grond van artikel 41 van het Reglement van Orde, binnengekomen op 13januari 2020, beantwoorden wij als volgt.

Uw inleiding:

Muziekfestival Eilán zou dit najaar plaatsvinden op Terschelling, naast een Natura 2000-gebied met beschermde (dier)soorten en naast een gebied dat in de provinciale Milieuverordening is aangewezen als stiltegebied. Stichting Ons Schellingerland en bewoners van het eiland schakelden na de door de Gemeente Terschelling verstrekte evenementenvergunning van 12 augustus de rechter in en deden een verzoek tot een voorlopige voorziening. De Bestuursrechter oordeelde dat het festival niet door kon gaan omdat er wel degelijk negatieve gevolgen zouden kunnen zijn voor de strikt beschermde (dier)soorten. De rechter oordeelde dat in dit geval ook nog een omgevingsvergunning nodig is en mogelijk ook een vergunning op grond van de Wet natuurbescherming, in ogenschouw nemend dat de kritische depositiewaarde van stikstof in het duinengebied al (ruimschoots) overschreden is. Vervolgens kreeg Gedeputeerde Staten op 5 september een verzoek van de Gemeente en liet GS de gemeente op 6 september weten dat het festival door kon gaan. Sterker nog, er zou volgens GS zelfs geen vergunning of verklaring van geen bedenkingen nodig zijn.

De omgevingsvergunning van gemeentewege kwam op 7 september. Maar deze werd vervolgens bij een nieuw verzoek om een voorlopige voorziening door de Bestuursrechter geschorst. De Bestuursrechter oordeelde hierbij ook dat in het geheel niet was onderbouwd waarom toch de AERIUS-methode gebruikt is, nu deze per 1 september 2019 niet langer geregeld is in de Regeling natuurbescherming.

Vraag 1: Bent u bij uw oordeel over de situatie uitgegaan van dezelfde feiten en omstandigheden (soorten dieren, habitattypen, hoeveelheden uitgestoten stikstof, aantallen bezoekers, geluidsoverlast, data van indienen van stukken, etc.) als waar de rechtbank vanuit is gegaan bij haar oordeel? Zo nee, waarom niet en waarom heeft u niet zelf alle feiten verzameld over alle bij dit festival plaatsvindende activiteiten (muziek, voorziening van elektriciteit door aggregaten, vervoersbewegingen, etc.)?

Antwoord vraag 1: Ja en nee. Wij hebben op 27 maart 2019 aan de Fumo, zijnde het bevoegd gezag namens het college van de gemeente Terschelling bevestigd dat voor de organisatie van het festival Eilán (hierna te noemen: Eilán) een beoordeling op grond van de Wet natuurbescherming (Wnb) noodzakelijk was. Geadviseerd is op welke wijze dat kan plaatsvinden; middels een Verklaring van geen bedenkingen (Vvgb) als er al sprake is van een verzoek om omgevingsvergunning dan wel een rechtstreeks verzoek voor een ontheffing/vergunning door de organisatie. Op basis van de ingediende rapporten heeft Gedeputeerde Staten op 19juli 2019 een ontwerpverklaring van geen bedenkingen (Vvgb) o.g.v. de Wet natuurbescherming (Wnb) afgegeven. In de ontwerp-Vvgb staat opgenomen dat indien er geen zienswijzen zijn ingediend tegen de ontwerp omgevingsvergunning waar deze onderdeel van uitmaakt, de ontwerp-Vvgb geldt als een definitieve Vvgb. Gedurende de periode van ter inzage legging waren 15 zienswijzen binnengekomen. Reden waarom door GS een definitieve Vvgb diende te worden afgegeven. De rechter heeft echter haar oordeel gegeven over de evenementenvergunning en niet over de omgevingsvergunning waar de Vvgb onderdeel van was. Het oordeel van de rechter berust op dezelfde feiten en omstandigheden als die waar wij vanuit zijn gegaan bij ons oordeel, alleen zit er een verschil in interpretatie van de wet en de stukken. Daardoor is de rechter tot een ander oordeel gekomen dan ons college.

Vraag 2: Was u op de hoogte van de lopende gerechtelijke procedures?

Antwoord vraag 2: Ja, wij waren op de hoogte van het bezwaar tegen de evenementenvergunning en de ingediende zienswijzen tegen de omgevingsvergunning. Wij zijn geen partij geweest in deze juridische procedures.

Vraag 3: De beoordeling van de stikstofbelasting door het evenement op N2000 gebied 'Duinen Terschelling' met in elk geval een vijftal strikt beschermde zgn. prioritaire habitattypen hoort onderdeel te zijn van de beoordeling door u. U bent niet zelf de feiten nagegaan en u heeft de stikstofberekening niet nagerekend. Die berekening deugde inhoudelijk niet, omdat de stikstofproductie van transport, bouwmachines en aggregaten van het festival buiten beschouwing gelaten zijn. Doet u dit in andere gevallen wel? Zoja, waarom hier dan niet? Zo nee, waarom doet u dit niet?

Antwoord vraag 3: Uw vraag berust op een onjuiste veronderstelling. De beoordeling van de stikstofbelasting op het Natura 2000 gebied "Duinen Terschelling was onderdeel van de door ons verleende Vvgb. Wij hebben aangegeven dat wij een definitieve verklaring van geen bedenkingen konden afgeven ten aanzien van de stikstofbelasting indien de depositie 0,00 mol/hectare bedraagt. In de berekening die door de initiatiefnemer is gemaakt was sprake van een heel geringe depositie als gevolg van een aggregaat en transport. Reden waarom door ons geen definitieve Vvgb is afgegeven. Vervolgens is de organisatie van het festival gaan nadenken over maatregelen waardoor minder stikstofdepositie zou plaatsvinden, zoals het (gedeeltelijk) verplaatsen van het festival, gebruik van minder aggregaten, etc. Hiervan is een nieuwe berekening gemaakt.

Vraag 4: Wat is uw mening over de niet te mis verstane bewoordingen van de rechtbank m.b.t. AERIUS en de eventuele negatieve gevolgen voor de strikt beschermde soorten?

Antwoord vraag 4: De bewoordingen met betrekking tot de Aerius-berekening zijn het logische gevolg van de uitspraak van de Raad van State van 29 mei 2019 (stikstof-uitspraken). Zie ook onze beantwoording bij vraag 3. Echter wij zijn en waren ervan overtuigd als bevoegd gezag inzake de Wet natuurbescherming dat er met zekerheid geen gevolgen voor strikt beschermde soorten konden plaatsvinden nu de locatie van het festival in afwijking van de eerdere locatie zelfs was verplaatst buiten het Natura-2000 gebied "Duinen Terschelling" en het leefgebied van deze soorten. De rechter keek hier echter anders tegenaan in de procedure met betrekking tot de evenementenvergunning. Hij was van mening dat er sprake zou kunnen zijn, gezien de locatie, van mogelijk significante effecten op basis waarvan een passende beoordeling noodzakelijk was. Nu deze passende beoordeling niet was gevraagd of door initiatiefnemer was aangeleverd had volgens zijn mening geen Vvgb kunnen worden afgegeven en had de vergunning ook niet verleend kunnen worden zonder Vvgb. Zoals wij echter ook reeds onder vraag 2 hebben aangegeven zijn wij echter als bevoegd gezag Wet natuurbescherming niet door de Rechtbank in deze zaak gehoord of als partij betrokken geweest.

Vraag 5: Kunt u aangeven op grond waarvan u van mening was dat geen vergunning of verklaring van geen bedenkingen nodig zou zijn, terwijl het hier wel gaat om verstoring van een vijftal prioritaire typen natuurlijke habitats? Graag vernemen wij hierbij ook hoe u artikel 2.8 van de Wet Natuurbescherming heeft toegepast.

Antwoord vraag 5: Wanneer bij ons college een aanvraag binnenkomt voor een Vvgb op basis van de Wnb, wordt gekeken of er sprake is van mogelijk significante effecten kunnen voordoen voor beschermde soorten en -gebieden. Dit wordt bepaald aan de hand van de aanvraag met eventuele maatregelen die de aanvrager neemt om effecten te voorkomen

en aan de hand van de meegeleverde ecologische rapporten die voorafgaand waren besproken met Staatsbosbeheer Terschelling als natuurbeheerder van het gebied. De organisatie van Eilán had in haar aanvraag maatregelen opgenomen om effecten te voorkomen, welke maatregelen zijn meegenomen in de ecologische beoordeling. Uit de ecologische beoordeling bleek dat bij deze aanvraag, met de aangeleverde maatregelen zich, geen significante effecten zouden voordoen voor beschermde soorten en -gebieden. Op basis van de aangeleverde onderzoeken en adviezen waren wij van mening dat er met zekerheid geen significante effecten zouden optreden voor beschermde soorten en/of Natura 2000 gebieden. Reden waarom geen passende beoordeling op grond van artikel 2.8 Wnb noodzakelijk is.

Vraag 6: Het evenement zou worden georganiseerd direct naast een provinciaal stiltegebied. Hoe was u voornemens op te treden tegen de geluidsproductie met bronvermogens tot 145 decibel op enige tientallen meters van een stiltegebied? En waarom heeft u daar op voorhand geen actie tegen ondernomen?

Antwoord vraag 6: De desbetreffende artikelen van de provinciale milieuverordening zijn niet van toepassing indien het festival wordt georganiseerd buiten de grenzen van het aangewezen stiltegebied.

Vraag 7: Waarom werd de aanvraag pas op het laatste moment bij u ingediend?

Antwoord vraag 7: De organisatie en het college van burgemeester en wethouders waren niet op de hoogte dat het gebied is aangewezen als stiltegebied en dat hiervoor een ontheffing was benodigd. Dit werd eerst duidelijk door middel van de bij de gemeente Terschelling ingediende zienswijzen inzake de omgevingsvergunning. Voor zover uw vraag niet betrekking heeft op het verzoek om ontheffing van de provinciale milieuverordening merken wij op dat de aanvraag niet op het laatste moment bij ons is ingediend, maar op 27 maart 2019. Doordat er nog aanvullende stukken benodigd waren, heeft dit uiteindelijk meer tijd in beslag genomen.

Vraag 8: Waarom heeft u, na ontvangst van de aanvraag, niet aangegeven dat u de gebruikelijke termijn van beoordelen in acht zou nemen? Immers zou de bestudering van een juist aangelegd dossier enige tijd in beslag moeten nemen, zeker gelet op de prioritaire habitattypen.

Antwoord vraag 8: Na ontvangst van een verzoek om een Vvgb wordt binnen 8 weken een ontwerpbesluit opgesteld. Opgemerkt wordt dat deze termijn wordt opgeschort op het moment dat om aanvullende informatie wordt gevraagd. De benodigde informatie is uiteindelijk op 26 juni 2019 ingediend door de organisatie waarna de ontwerp Vvgb is afgegeven. Deze wordt opgenomen in het ontwerpbesluit omgevingsvergunning en geacht definitief te zijn als hiertegen geen zienswijzen worden ingebracht. Wanneer er wel zienswijzen worden ingediend dan kan ter beantwoording daarvan de termijn met 6 weken worden verlengd. Indien nodig wordt aanvullende info gevraagd bij Fumo en organisator.

Vraag 9: Hoe voorkomt u dat u in de toekomst nogmaals zulke fouten maakt?

Antwoord vraag 9: Wij bestrijden met klem dat er door ons als bevoegd gezag Wet natuurbescherming fouten zijn gemaakt. Wel ervaren wij als bevoegd gezag onbekendheid met de Wet natuurbescherming bij organisatoren van festivals en evenementen. Wij zijn bezig met het opstellen van een beleidskader evenementen en de Wet natuurbescherming voor gemeenten en organisatoren van festivals zodat wij in een vroegtijdig stadium hierbij worden betrokken en voor gemeenten en organisatoren vooraf duidelijkheid is over de procedures en de voor onze beoordeling benodigde onderzoeken. Hierover is ook contact gezocht met specifiek de gemeenten Terschelling en Leeuwarden (deze laatste in verband de festivals in de Groene Ster).

Hoogachtend, Gedeputeerde Staten van Fryslân