Vragen fouten festival Eilân op Terschelling


SCHRIFTELIJKE VRAGEN, ex artikel 41 Reglement van Orde

Gericht aan

GS

Inleidende toelichting

Muziekfestival Eilân zou dit najaar plaatsvinden op Terschelling, naast een Natura 2000-gebied met beschermde (dier)soorten en naast een gebied dat in de provinciale Milieuverordening is aangewezen als stiltegebied.

Stichting Ons Schellingerland en bewoners van het eiland schakelden na de door de Gemeente Terschelling verstrekte evenementenvergunning van 12 augustus de rechter in en deden een verzoek tot een voorlopige voorziening.

De Bestuursrechter oordeelde dat het festival niet door kon gaan omdat er wel degelijk negatieve gevolgen zouden kunnen zijn voor de strikt beschermde (dier)soorten. De rechter oordeelde dat in dit geval ook nog een omgevingsvergunning nodig is en mogelijk ook een vergunning op grond van de Wet natuurbescherming, in ogenschouw nemend dat de kritische depositiewaarde van stikstof in het duinengebied al (ruimschoots) overschreden is.

Vervolgens kreeg Gedeputeerde Staten op 5 september een verzoek van de Gemeente en liet GS de gemeente op 6 september weten dat het festival door kon gaan. Sterker nog, er zou volgens GS zelfs geen vergunning of verklaring van geen bedenkingen nodig zijn.

De omgevingsvergunning van gemeentewege kwam op 7 september. Maar deze werd vervolgens bij een nieuw verzoek om een voorlopige voorziening door de Bestuursrechter geschorst. De Bestuursrechter oordeelde hierbij ook dat in het geheel niet was onderbouwd waarom toch de AERIUS-methode gebruikt is, nu deze per 1 september 2019 niet langer geregeld is in de Regeling natuurbescherming.

Vragen

  1. Bent u bij uw oordeel over de situatie uitgegaan van dezelfde feiten en omstandigheden (soorten dieren, habitattypen, hoeveelheden uitgestoten stikstof, aantallen bezoekers, geluidsoverlast, data van indienen van stukken, etc) als waar de rechtbank vanuit is gegaan bij haar oordeel?

Zo nee, waarom niet en waarom heeft u niet zelf alle feiten verzameld over alle bij dit festival plaatsvindende activiteiten (muziek, voorziening van elektriciteit door aggregaten, vervoersbewegingen, etc)?

  1. Was u op de hoogte van de lopende gerechtelijke procedures?
  2. De beoordeling van de stikstofbelasting door het evenement op N2000 gebied ‘Duinen Terschelling’ met in elk geval een vijftal strikt beschermde zgn prioritaire habitattypen hoort onderdeel te zijn van de beoordeling door u. U bent niet zelf de feiten nagegaan en u heeft de stikstofberekening niet nagerekend. Die berekening deugde inhoudelijk niet, omdat de stikstofproductie van transport, bouwmachines en aggregaten van het festival buiten beschouwing gelaten zijn. Doet u dit in andere gevallen wel? Zo ja, waarom hier dan niet? Zo nee, waarom doet u dit niet?
  3. Het evenement zou worden georganiseerd direct naast een provinciaal stiltegebied. Hoe was u voornemens op te treden tegen de geluidsproductie met bronvermogens tot 145 decibel op enige tientallen meters van een stiltegebied? En waarom heeft u daar op voorhand geen actie tegen ondernomen?
  1. Wat is uw mening over de niet te mis verstane bewoordingen van de rechtbank mbt AERIUS en de eventuele negatieve gevolgen voor de strikt beschermde soorten?
  2. Kunt u aangeven op grond waarvan u van mening was dat geen vergunning of verklaring van geen bedenkingen nodig zou zijn, terwijl het hier wel gaat om verstoring van een vijftal prioritaire typen natuurlijke habitats? Graag vernemen wij hierbij ook hoe u artikel 2.8 van de Wet Natuurbescherming heeft toegepast.
  1. Waarom werd de aanvraag pas op het laatste moment bij u ingediend?
  2. Waarom heeft u, na ontvangst van de aanvraag, niet aangegeven dat u de gebruikelijke termijn van beoordelen in acht zou nemen? Immers zou de bestudering van een juist aangelegd dossier enige tijd in beslag moeten nemen, zeker gelet op de prioritaire habitattypen.
  3. Hoe voorkomt u dat u in de toekomst nogmaals zulke fouten maakt?

Indiener(s)

PvdD, Rinie van der Zanden

Datum

13 januari 2020