Vragen over afschot vos zonder vrij­stelling


Indiendatum: apr. 2022

SCHRIFTELIJKE VRAGEN, ex artikel 42 Reglement van Orde

Gericht aan

GS

Vragen

Medio februari oordeelde de Rechtbank Midden-Nederland dat landelijke regelgeving voor de vossenjacht juridisch niet in de haak is¹. Verschillende provincies, waaronder Friesland, legden daarop de vossenjacht stil. Deze jachtstop heeft in Friesland maar een week geduurd.

Andere provincies houden zich wel aan de jachtstop, in afwachting van nieuwe landelijke regelgeving. De fracties van de Partij voor de Dieren, de SP en Groen Links hebben daarover de volgende vragen:

1. Wat zijn exact de argumenten van uw College om de vossenjacht na een jachtstop van slechts een week weer te hervatten? Kunt u uw antwoord juridisch onderbouwen?

Het gaat hier om een uitspraak over landelijke regelgeving waarover de Minister van LNV het bevoegd gezag is. De Minister is dus aan zet om desgewenst een nieuwe beleidsregel te formuleren hoe om te gaan met de uitspraak van de Rechtbank Midden Nederland.

2. Waarom wacht u de reactie van de Minister van LNV niet af hoe om te gaan met deze kwestie?

Waar het gaat om de beheerskeuzes van de vos zijn er naast afschot legio andere mogelijkheden. Maar zonder noodzakelijke landbouwtransitie is elke vorm van beheer symptoombestrijding en blijft het dweilen met de kraan open. Een belangrijkje les uit het verleden is dat meer ruimte voor de natuur beheersmaatregelen als afschot onnodig maakt.

3. Waarom zet u niet meer in op duurzame en toekomstbestendige oplossingen als de verbetering van de biotoop en de versterking van de natuur?

Ook de voorzitter van de bezwarencommissie maakte in de hoorzitting van 19 april jl. een kritische opmerking ten aanzien van de grondslag van de jachtstop, door op te merken dat er op dit moment met de onverbindendverklaring door de Rechtbank Midden Nederland geen legale landelijke vrijstelling is, zoals te lezen is in het persbericht van de Leeuwarder Courant van 19 april jl.² Deze opmerking sluit aan bij de uitleg van de Rechtbank Midden Nederland.

In de uitspraak is de volgende uitleg opgenomen: “Om de bij deze procedure betrokken partijen maar ook anderen voor te lichten wijst de rechtbank nog op het volgende. De onverbindendverklaring door de rechtbank werkt jegens een ieder en is niet beperkt tot deze zaak.”

4. Hoe kwalificeert u de kritische noot vanuit de bezwarencommissie in relatie tot het gestelde in de gerechtelijke uitspraak?

5. Impliceert de uitleg van de rechtbank dan ook dat de onverbindendverklaring van de landelijke vrijstelling ook voor Fryslân geldt? Zo nee, waarom niet?

6. Indien het antwoord op vraag 6 bevestigend is, bent u dan met onze fracties van mening dat u met de hervatting van het bejagen van de vos een duidelijk en heldere gerechtelijke uitspraak terzijde schuift? Zo ja, wat gaat u doen om weer in de lijn van de uitspraak te komen? Zo nee, waarom niet?

Overheden hebben naar de mening van onze fracties een voorbeeldfunctie waar het gaat om het naleven en handhaving van wet- en regelgeving. Wij gaan ervan uit dat u het daarmee niet oneens bent. Toch worden de verschillende overheden met grote regelmaat door de rechter op de vingers getikt, met name waar het gaat om de toepassing van de Wet Natuurbescherming.

7. Hoe kwalificeert u de opmerkingen van de advocaat in het artikel van de Leeuwarder Courant van de dierenrechtenorganisaties Animal Rights en Fauna4Life dat “het teleurstellend is dat de provincie Friesland denkt maar door te kunnen gaan, ondanks de uitspraak van de rechter” en dat het – met verwijzing naar o.a. het stikstofdossier - niet nieuw is dat overheden rechterlijke uitspraken over natuurwetgeving naast zich neerleggen? Kunt u uw antwoord toelichten?

¹ ECLI:NL:RBMNE:2022:552, Rechtbank Midden-Nederland, UTR 21/1854 en UTR 21/2143 (rechtspraak.nl)

² Vossenjacht mag weer in Friesland: provincie legt uitspraak rechter naast zich neer, in afwachting van nieuwe landelijke regels - Leeuwarder Courant (lc.nl)

Indieners

PvdD, Menno Brouwer

Grien Links, Jochem Knol

SP, Hanneke Goede

Datum

22 april 2022

Indiendatum: apr. 2022
Antwoorddatum: 24 mei 2022

Uw schriftelijke vragen op grond van artikel 42 van het Reglement van Orde, binnengekomen op 25 april 2022 beantwoorden wij als volgt.

Vraag 1:

Medio februari oordeelde de Rechtbank Midden-Nederland dat landelijke regelgeving voor de vossenjacht juridisch niet in de haak is. Verschillende provincies, waaronder Friesland, legden daarop de vossenjacht stil. Deze jachtstop heeft in Friesland maar een week geduurd. Andere provincies houden zich wel aan de jachtstop, in afwachting van nieuwe Iandelijke regelgeving. De fracties van de Partij voor de Dieren, de SP en Groen Links hebben daarover de volgende vragen. Wat zijn exact de argumenten van uw College om de vossenjacht na een jachtstop van slechts een week weer te hervatten? Kunt u uw antwoord juridisch onderbouwen?

Antwoord vraag 1:

De provincie Fryslan heeft zich beraden op de uitspraak van de Rechtbank Midden-Nederland over de landelijke vrijstelling voor het afschot van de vos en wij gaan er, evenals de andere provincies, vanuit dat het beheer van de vos doorgang kan vinden. Als weidevogelprovincie vinden we het ook van groot belang dat bestrijding van de vos door kan gaan omdat de vos de belangrijkste predator is van weidevogels (onderzoek E.B. Oosterhof, Ecologisch Adviesbureau Altenburg & Wymenga).

De `weeffout' van LNV, waar de Rechtbank uitspraak over heeft gedaan, staat bovendien los van de rol van de vos als schadeveroorzakende soort en gaat alleen over de juridische constructie. LNV heeft aangegeven voornemens te zijn om op korte termijn een uitvoeringsbesluit te nemen waarmee de situatie wordt hersteld. Daarmee bestaat er concreet zicht op legalisatie. Met de betrokken partijen is daarom afgestemd dat wij een reactie van de minister afwachten en er, tot eventueel nader bericht, vanuit gaan dat afschot van vossen door kan gaan. Overigens is het niet zo dat de andere provincies wel zijn gestopt met het beheren van de vos. De lijn die de provincie Fryslan hanteert is, zoals aangegeven, landelijk afgestemd.

Vraag 2:

Het gaat hier om een uitspraak over landelijke regelgeving waarover de Minister van LNV het bevoegd gezag is. De Minister is dus aan zet om desgewenst een nieuwe beleidsregel te formuleren hoe om te gaan met de uitspraak van de Rechtbank Midden Nederland. Waarom wacht u de reactie van de Minister van LNV niet af hoe om te gaan met deze kwestie?

Antwoord vraag 2:

De reactie van de minister van LNV is afgewacht in die zin dat de provincies te kennen hebben gegeven vooralsnog de bestrijding van vossen doorgang te laten vinden, tot eventueel nader bericht. Daarbij vonden we het met het oog op het weidevogel broedseizoen dat thans volop aan de gang is en de slechte staat van instandhouding van de weidevogels, niet verantwoord om nog langer te wachten.


Het is vanuit onze provinciale en- internationale verantwoordelijkheid voor het behoud van de weidevogels niet wenselijk om de bestrijding van de vos te stoppen midden in het broedseizoen. De vos is namelijk de belangrijkste predator van weidevogelnesten en kuikens. Het stoppen van de bestrijding van de vos midden in het broedseizoen zou met grote zekerheid leiden tot zeer hoge verliezen van weidevogels.

Vraag 3:

Waar het gaat om de beheerkeuzes van de vos zijn er naast afschot legio andere mogelijkheden. Maar zonder noodzakelijke landbouwtransitie is elke vorm van beheer symptoombestrijding en blijft het dweilen met de kraan open. Een belangrijke les uit het verleden idat meer ruimte voor de natuur beheersmaatregelen als afschot onnodig maakt. Waarom zet u niet meer in op duurzame en toekomstbestendige oplossingen als de verbetering van de biotoop en de versterking van de natuur?

Antwoord vraag 3:

Zoals vastgesteld in onder andere de Nota Weidevogels 2021-2030 wordt allereerst gestreefd naar optimaal weidevogelbiotoop. Zo wordt - kort omschreven - ingezet op het verbeteren van het beheer en de inrichting van de gebieden, ruimtelijke bescherming, voorlichting educatie en kennisuitwisseling, monitoring en onderzoek en duurzaam behoud van weidevogelgebieden. Daarnaast wordt ingezet op het voorkomen en verlagen van de predatiedruk op weidevogels door het toepassen van een geheel aan maatregelen. Hierbij kunt u denken aan het beheer van grasland en water, en het aanpassen van de waterhuishouding en het agrarischgebruik (maaien, bemesten etc.).

Ook wordt ingezet op het beschermen en herstellen van de openheid van het landschap, waardoor predatoren minder dekking hebben en weidevogels minder kwetsbaar zijn. Het inzetten op verbetering van de biotoop en de versterking van de natuur heeft dan ook de hoogste prioriteit. Voor een nadere toelichting op het voorgaande verwijzen wij u graag naar de inhoud van de Nota Weidevogels 2021-2030. Een en ander ook conform de Nota Faunabeleid Fryslan en in afstemming met de partners in het Olterterp Overleg.


Vraag 4:

Ook de voorzitter van de bezwarencommissie maakte in de hoorzitting van 19 april jl. een kritische opmerking ten aanzien van de grondslag van de jacht stop, door op te merken dater op dit moment met de onverbindend verklaring door de Rechtbank Midden-Nederland geen legale landelijke vrijstelling is, zoals te lezen is in het persbericht van de Leeuwarder Courant van 19 april jl. Deze opmerking sluit aan bij de uitleg van de Rechtbank Midden-Nederland. In de uitspraak is de volgende uitleg opgenomen: "Om de bij deze procedurebetrokken partijen maar ook anderen voor te lichten wijst de rechtbank nog op het volgende. De onverbindend verklaring door de rechtbank werkt jegens een ieder en is niet beperkt tot deze zaak."Hoe kwalificeert u de kritische noot vanuit de bezwarencommissie in relatie tot het gestelde in de gerechtelijke uitspraak?

Antwoord vraag 4:

Wij wachten de inhoud van het advies van de commissie graag af en zullen niet op de inhoud daarvan vooruitlopen.

Vraag 5:

lmpliceert de uitleg van de rechtbank dan ook dat de onverbindend verklaring van de landelijke vrijstelling ook voor Fryslan geldt? Zo nee, waarom niet?

Antwoord vraag 5:

Ja, de onverbindend verklaring van de landelijke vrijstelling vos geldt landsbreed en dus ook voor Fryslan. Zoals hiervoor uitgelegd, heeft de minister van LNV aangekondigd om het door de rechtbank opgemerkte mankement in de regelgeving op korte termijn te herstellen. Er is daarmee concreet zicht op legalisatie. Als weidevogelprovincie vinden we het van groot belang dat de jacht op de vos zonder interval door kan gaan, omdat de vos de belangrijkste predator van weidevogels is.

Vraag 6:

lndien het antwoord op vraag 6 bevestigend is, bent u dan met onze fracties van mening dat u met de hervatting van het bejagen van de vos een duidelijk en heldere gerechtelijkeuitspraak terzijde schuift? Zo ja, wat gaat u doen om weer in de lijn van de uitspraak te komen? Zo nee, waarom niet?

Antwoord vraag 6:

Zie voor het antwoord op deze vraag onze beantwoording van vraag 5.

Vraag 7:

Overheden hebben naar de mening van onze fracties een voorbeeldfunctie waar het gaatom het naleven en handhaving van wet- en regelgeving. Wij gaan ervan uit dat u het daarmee niet oneens bent. Toch worden de verschillende overheden met grote regelmaat door de rechter op de vingers getikt, met name waar het gaat om de toepassing van de Wet Natuurbescherming. Hoe kwalificeert u de opmerkingen van de advocaat in het artikel van de Leeuwarder Courant van de dierenrechtenorganisaties Animal Rights en Fauna4Life dat "het teleurstellend is dat de provincie Friesland denkt maar door te kunnen gaan, ondanks de uitspraak van derechter en dat het - met verwijzing naar o. a. het stikstofdossier- niet nieuw is dat overheden rechterlijke uitspraken over natuurwetgeving naast zich neerleggen?Kunt u uw antwoord toelichten?

Antwoord vraag 7:

Zoals hiervoor uitgelegd leggen wij de uitspraak niet naast ons neer. Vanwege het feit dat de minister heeft aangegeven op korte termijn met een oplossing te komen, is er concreet zicht op legalisatie en kan de jacht op vossen doorgang vinden. Dit is volgens ons ook van groot belang, gezien de impact van de vos op de weidevogelstand in onze provincie.