Vragen over bodemas


Eind 2018 verscheen een Zembla uitzending over misstanden met AVI-bodemas; de as die achterblijft in afvalverbrandingsinstallaties. In Nederland produceren deze installaties er zo’n anderhalf miljoen ton van. Ongereinigd bevat de as giftige stoffen zoals zware metalen. In de uitzending is te zien dat van veel bodemas onbekend is waar het uiteindelijk belandt, of het gereinigd is, en of er wordt gecontroleerd op verontreiniging. Het Ministerie van Infrastructuur heeft gezegd nog hetzelfde jaar met gemeenten en provincies in gesprek te gaan over de bodemlocaties. In Fryslân kwam bodemas recentelijk in het nieuws toen de provincie afvalverwerker Van Bentum een dwangsom oplegde om enorme berg bodemas te verwijderen . Ook het nieuwe knooppunt Joure kwam in opspraak, dat op grote bergen bodemas is aangelegd, waarbij milieuvervuiling dreigt.

Wij hebben hierover de volgende vragen:

1. Voor welke afvalverwerkers naast de REC en Van Bentum is provincie Fryslan bevoegd gezag en wat houdt dit gezag precies in?
2. Hoe geeft u uitvoering aan uw verantwoordelijkheid als toezichthouder op het gebied van bodemas?
3. Hoe controleert u of de bodemas op de juiste wijze wordt verwerkt?
4. Kunt u toelichten op welke wijze het toezicht op bodemas is uitgevoerd de afgelopen jaren?
5. Hoe wordt de bodemas opgeslagen op de locaties die onder uw toezicht vallen?
6. Is u bekend of - en hoeveel bodemas wordt gereinigd en waar al het bodemas uiteindelijk terecht komt wat betreft de locaties die onder uw toezicht vallen?
7. Heeft u contact gehad met het Ministerie van Infrastructuur over deze kwestie, en wat zijn de resultaten van de aangekondigde gesprekken geweest?
8. In de uitzending werd getoond dat in de schimmige wereld van bodemas-handel het onduidelijk was wat er met de bodemas werd gedaan, waar deze uiteindelijk terecht kwam en of er op die plekken ook werd gecontroleerd op bijvoorbeeld het weglekken van schadelijke stoffen.
a) Is u bekend wat er de afgelopen jaren is gebeurd met de vervuilde bodemas van de instanties die onder uw gezag vallen?
b) Waar is dit terecht gekomen, en wordt op deze plekken gecontroleerd op mogelijke vervuiling?
9. In de uitzending is te zien hoe ongereinigde bodemas wordt gestort op een bult dat uiteindelijk een nieuw recreatiegebied Het Groene Schip moet worden. Hoewel hier volgens de richtlijnen Besluit Bodemkwaliteit niet sprake is van vuilstort, wordt het wel gewoon gestort. Is bekend of dergelijke locaties ook in Friesland aanwezig zijn? Zo ja, waar?
10. Indien er sprake is van onafgedekte bergen, zoals bij Van Bentum ; bent u met ons van mening dat dit een ongewenst risico vormt voor de omgeving, zoals in de uitzending naar voren kwam?
11. AEC’s zijn in het kader van duurzaamheid bezig met het produceren van warmte en het recyclen van grondstoffen. In het kader van circulaire economie wordt bodemas gereinigd, opgewerkt en in nieuwe producten gestopt zoals in grasbetontegels. Er is een Green Deal over bodemas tussen overheid en afvalverbranders, waarbij in 2020 alleen nog schone bodemas in de wegenbouw mag worden gebruikt. De provincie is niet betrokken bij deze Green Deal, maar is wel toezichthouder voor bedrijven die hierbij betrokken zijn.
a) Zijn alle afvalverwerkers binnen Fryslan bij deze Green Deal betrokken? Zo nee, welke niet?
b) Hoe controleert de overheid of de uitvoering van deze Green Deal juist gebeurt?
c) Als bedrijven achterblijven bij de uitvoering van de Green Deal, welke mogelijkheden vanuit uw rol als toezichthouder ziet u dan om deze bedrijven te stimuleren om beter om te gaan met het bodemas?
12. In de media lezen we dat na succesvolle reinigings-experimenten door bijvoorbeeld Boskalis en Hero Sluiskil, gereinigde bodemas een vrij toepasbare bouwstof wordt
a) Hoe schoon is de bodemas na reiniging?
b) Zitten er nog schadelijke reststoffen in het eindproduct en zo ja, welke zijn dat dan?

13. De provincie heeft in 2012 een vergunning aan de REC verleend, waarbij ook het wekelijks vervoer van bodemas over de Waddenzee is vergund. De Waddenverening protesteerde hiertegen .
De REC levert op jaarbasis zo’n 50.000 ton bodemas aan Hero Sluiskil nabij Terneuzen.
a) Hoeveel bodemas produceert de REC jaarlijks?
b) Kunt u toelichten wat de REC met deze bodemas doet?
c) Hoeveel van de bodemas wordt opgeslagen op eigen terrein?
d) Hoe houdt de provincie toezicht op wat er met deze bodemas wordt gedaan?
e) Bent u – met het oog op de containerramp- met ons van mening dat het overzees vervoeren van deze vervuilde as onacceptabele risico’s met zich meebrengt voor bijvoorbeeld de Waddenzee?
14. Kunt u uitleggen hoe u toezicht houdt op de mogelijke lekkage bij knooppunt Joure, waarbij milieuvervuiling dreigt. Welke acties heeft u ondernomen, en gaat u ondernemen, om het risico op lekkage weg te nemen?

Rinie van der Zanden

Bronnen:

Uw schriftelijke vragen op grond van artikel 41 van het Reglement van Orde, binnengekomen op 21 mei 2019, beantwoorden wij als volgt.

Uw inleiding:

Eind 2018 verscheen een Zembla uitzending over misstanden met AVI-bodemas; de as die achterblijft in afvalverbrandingsinstallaties. In Nederland produceren deze installaties er zo’n anderhalf miljoen ton van. Ongereinigd bevat de as giftige stoffen zoals zware metalen. In de uitzending is te zien dat van veel bodemas onbekend is waar het uiteindelijk belandt, of het gereinigd is, en of er wordt gecontroleerd op verontreiniging. Het Ministerie van Infrastructuur heeft gezegd nog hetzelfde jaar met gemeenten en provincies in gesprek te gaan over de bodemlocaties. In Fryslân kwam bodemas recentelijk in het nieuws toen de provincie afvalverwerker Van Bentum een dwangsom oplegde om enorme berg bodemas te verwijderen. Ook het nieuwe knooppunt Joure kwam in opspraak, dat op grote bergen bodemas is aangelegd, waarbij milieuvervuiling dreigt.

Vraag 1:

Voor welke afvalverwerkers naast de REC en Van Bentum is provincie Fryslan bevoegd gezag en wat houdt dit gezag precies in?

Antwoord vraag 1:

Wij gaan ervan uit dat u doelt op bedrijven die bodemassen afkomstig van afvalenergiecentrales (AEC) opslaan of bewerken, dan wel waar deze bodemassen ontstaan. Naast de door u genoemde bedrijven zijn wij ook bevoegd gezag voor BoGroNed in Drachten waar op dit moment een partij AEC-bodemassen in opslag ligt. BoGroNed heeft een omgevingsvergunning om dit materiaal op te slaan. De FUMO, namens de provincie, controleert of bedrijven zich houden aan de voorschriften verbonden aan de omgevingsvergunning en rechtstreeks werkende milieuregels. Daarnaast wordt elke nieuwe activiteit getoetst aan de vergunningplicht en wordt de vergunning periodiek geactualiseerd.

Vraag 2:

Hoe geeft u uitvoering aan uw verantwoordelijkheid als toezichthouder op het gebied van bodemas?

Antwoord vraag 2:

De bedrijven waar de AEC-bodemassen in opslag liggen of ontstaan en waarvoor wij het bevoegd gezag zijn, worden regelmatig door de FUMO gecontroleerd. De toezichthouders controleren of de bedrijven voldoen aan de voorschriften van de verleende omgevingsvergunning en de rechtstreeks werkende milieuregels. Indien dit niet het geval is, schrijven we het bedrijf hierop aan. Indien nodig treden we handhavend op. Het toezicht op het toepassen van AEC-bodemassen in civieltechnische werken als wegen en terreinen is in beginsel een bevoegdheid van de betreffende gemeente.

Vraag 3:

Hoe controleert u of de bodemas op de juiste wijze wordt verwerkt?

Antwoord vraag 3:

De FUMO controleert namens ons of de voorschriften voor het opwerken van bodemassen worden nageleefd. Ook controleert de FUMO of er niet-vergunde bewerkingen met de bodemassen worden uitgevoerd. Wanneer bodemassen voor verdere verwerking worden afgevoerd, controleert de FUMO of het materiaal naar legale opslaglocaties of erkende be-/verwerkers gaat. Wanneer AEC-bodemassen voor toepassing in een civieltechnische werk worden afgevoerd, controleren de lokale bevoegde gezagen of het materiaal op een juiste wijze wordt toegepast volgens het Besluit bodemkwaliteit.

Vraag 4:

Kunt u toelichten op welke wijze het toezicht op bodemas is uitgevoerd de afgelopen jaren?

Antwoord vraag 4:

Zie ook het antwoord op vraag 2 en 3. De FUMO bezoekt de bedrijven waar AEC-bodemassen worden op- of overgeslagen en/of worden be-/verwerkt en waar AEC-bodemassen vrijkomen. Daarbij controleert de toezichthouder of de opslag van de AEC-bodemassen voldoet aan de vergunningvoorschriften. Ook controleert de toezichthouder aan- en afvoerbonnen, kwaliteitscertificaten en bij aanvoer de herkomst van het materiaal.

Vraag 5:

Hoe wordt de bodemas opgeslagen op de locaties die onder uw toezicht vallen?

Antwoord vraag 5:

De AEC-bodemassen worden zodanig op- en overgeslagen dat (indien nodig) de bodem wordt beschermd. Verder worden, ook indien nodig, maatregelen genomen om verstuiving te voorkomen.

Vraag 6:

Is u bekend of - en hoeveel bodemas wordt gereinigd en waar al het bodemas uiteindelijk terecht komt wat betreft de locaties die onder uw toezicht vallen?

Antwoord vraag 6:

Van de bedrijven waarvoor wij bevoegd zijn is bekend hoeveel AEC-bodemassen worden afgevoerd en waar deze naar toe gaan. De ruwe bodemassen die bij de REC vrijkomen, worden afgevoerd naar Heros in Sluiskil. Bij dit bedrijf worden de bodemassen opgewerkt tot o.a. toeslagmateriaal voor beton. Van Bentum en BoGroNed hebben de AEC-bodemassen al enige jaren in opslag. In de tussentijd zijn door beide bedrijven enkele partijen afgevoerd naar Ecopark De Wierde in Heerenveen, De Liede Grondbankcombinatie in Vijfhuizen en is een partij toegepast in de aanleg van de N381.

Vraag 7:

Heeft u contact gehad met het Ministerie van Infrastructuur over deze kwestie, en wat zijn de resultaten van de aangekondigde gesprekken geweest?

Antwoord vraag 7:

Tot op heden is met ons en ook met de FUMO geen contact opgenomen. Uit navraag van ons bij het ministerie blijkt dat het meer tijd vergt dan voorzien. De verwachting is dat het ministerie contact opneemt met de uitvoeringsdiensten, gemeenten en provincies na de zomer.

Vraag 8:

In de uitzending werd getoond dat in de schimmige wereld van bodemas-handel het onduidelijk was wat er met de bodemas werd gedaan, waar deze uiteindelijk terecht kwam en of er op die plekken ook werd gecontroleerd op bijvoorbeeld het weglekken van schadelijke stoffen.

a) Is u bekend wat er de afgelopen jaren is gebeurd met de vervuilde bodemas van de instanties die onder uw gezag vallen?

b) Waar is dit terecht gekomen, en wordt op deze plekken gecontroleerd op mogelijke vervuiling?

Antwoord vraag 8:

  • Ja, zie hiervoor het antwoord op vraag 6.
  • Toepassing van bodemas in civieltechnische werken moet voldoen aan de voorschriften van Besluit bodemkwaliteit. Dit ter bescherming van de bodem en het (grond)water. Het bevoegd gezag voor dergelijke toepassingen (dat is meestal de gemeente) moet hierop toezien. Tijdens de aanleg van de N381 zijn in opdracht van ons inspecties uitgevoerd door een geaccrediteerd bureau. Bij deze inspecties zijn aspecten als de staat van het werk, de aanwezigheid en staat van de peilbuizen, de grondwaterstanden, de drooglegging en de kwaliteit van het grondwater gecontroleerd.

Vraag 9:

In de uitzending is te zien hoe ongereinigde bodemas wordt gestort op een bult dat uiteindelijk een nieuw recreatiegebied Het Groene Schip moet worden. Hoewel hier volgens de richtlijnen Besluit Bodemkwaliteit niet sprake is van vuilstort, wordt het wel gewoon gestort. Is bekend of dergelijke locaties ook in Friesland aanwezig zijn? Zo ja, waar?

Antwoord vraag 9:

In onze provincie wordt AEC-bodemas nuttig toegepast als afdekkingsmateriaal op de stortplaats van Ecopark De Wierde in Heerenveen. Verder wordt AEC-bodemas als vervanger van zand nuttig toegepast in civieltechnische constructies in de wegenbouw (o.a. N381 en knooppunt Joure).

Vraag 10:

Indien er sprake is van onafgedekte bergen, zoals bij Van Bentum; bent u met ons van mening dat dit een ongewenst risico vormt voor de omgeving, zoals in de uitzending naar voren kwam?

Antwoord vraag 10:

Ter bescherming van de omgeving zijn er voorschriften verbonden aan de omgevingsvergunning en gelden rechtstreeks werkende milieuregels vanuit het Activiteitenbesluit. Deze voorschriften richten zich op bescherming van de bodem (vloeistofdichte vloeren), zuivering van afstromend hemelwater en het voorkomen van stofemissies. De FUMO controleert of Van Bentum de voorschriften en de rechtstreeks werkende milieuregels naleeft. Met Van Bentum is afgesproken dat de vloeistofdichte vloer opnieuw wordt gekeurd, zodra de AEC-bodemassen zijn afgevoerd eind van dit jaar. De specifieke vergunningvoorschriften tezamen met de algemeen geldende regels zorgen er voor dat de omgeving op voldoende wijze is beschermd tegen onaanvaardbare emissies van de onafgedekte opslag

Vraag 11:

AEC’s zijn in het kader van duurzaamheid bezig met het produceren van warmte en het recyclen van grondstoffen. In het kader van circulaire economie wordt bodemas gereinigd, opgewerkt en in nieuwe producten gestopt zoals in grasbetontegels. Er is een Green Deal over bodemas tussen overheid en afvalverbranders, waarbij in 2020 alleen nog schone bodemas in de wegenbouw mag worden gebruikt. De provincie is niet betrokken bij deze Green Deal, maar is wel toezichthouder voor bedrijven die hierbij betrokken zijn.

a) Zijn alle afvalverwerkers binnen Fryslan bij deze Green Deal betrokken? Zo nee, welke niet?

b) Hoe controleert de overheid of de uitvoering van deze Green Deal juist gebeurt?

c) Als bedrijven achterblijven bij de uitvoering van de Green Deal, welke mogelijkheden vanuit uw rol als toezichthouder ziet u dan om deze bedrijven te stimuleren om beter om te gaan met het bodemas?

Antwoord vraag 11

  • Nee. De Green Deal Verduurzaming nuttige toepassing AEC-bodemas is een convenant tussen Afvalenergiecentrales (AEC’s) en de Rijksoverheid. Binnen onze provincie heeft alleen Omrin deze Green Deal ondertekend.
  • Dit gebeurt op basis van de afspraken in het convenant over monitoring van de vorderingen.
  • Aangezien wij geen partij zijn in het convenant en daarin bovendien is vastgelegd dat de Green Deal afspraken niet in rechte afdwingbaar zijn, kunnen wij geen handhavende maatregelen nemen. Wel zijn in het onlangs geactualiseerde nationale beleidskader Landelijk Afvalbeheerplan 3 (LAP 3) de afspraken van de Green Deal verwerkt. Wij actualiseren binnenkort de omgevingsvergunningen, zodat deze aan de aangescherpte eisen voldoen. Pas wanneer de omgevingsvergunningen zijn geactualiseerd, kunnen wij handhaven op de aangescherpte eisen.

Vraag 12:

In de media lezen we dat na succesvolle reinigings-experimenten door bijvoorbeeld Boskalis en Hero Sluiskil, gereinigde bodemas een vrij toepasbare bouwstof wordt.

a) Hoe schoon is de bodemas na reiniging?

b) Zitten er nog schadelijke reststoffen in het eindproduct en zo ja, welke zijn dat dan?

Antwoord vraag 12:

  • AEC-bodemassen met de kwalificatie vrij toepasbaar voldoen aan de wettelijke normen. Het opwerken en het keuren van de kwaliteit van AEC-bodemassen vindt onder erkenning plaats. De bedrijven moeten dan de werkzaamheden uitvoeren volgens normdocumenten. De Inspectie Leefomgeving en Transport houdt op grond van het Besluit bodemkwaliteit toezicht op die erkenningen en de eisen die aan de kwaliteit van het AEC-bodemas wordt gesteld.
  • In de Regeling Bodemkwaliteit staan de maximale samenstellings- en emissiewaarden voor verschillende parameters voor bouwstoffen. Een partij AEC-bodemas wat erkend is als vrij toepasbaar kunnen nog diverse reststoffen aanwezig onder de maximaal toegestane concentratie en waarden. Dit kunnen stoffen zijn zoals koper, molybdeen, lood, chloride, sulfide en sulfaat en barium.

Vraag 13:

De provincie heeft in 2012 een vergunning aan de REC verleend waarbij ook het wekelijks vervoer van bodemas over de Waddenzee is vergund. De Waddenvereniging protesteerde hiertegen7.

De REC levert op jaarbasis zo’n 50.000 ton bodemas aan Hero Sluiskil nabij Terneuzen.

a) Hoeveel bodemas produceert de REC jaarlijks?

b) Kunt u toelichten wat de REC met deze bodemas doet?

c) Hoeveel van de bodemas wordt opgeslagen op eigen terrein?

d) Hoe houdt de provincie toezicht op wat er met deze bodemas wordt gedaan?

e) Bent u – met het oog op de containerramp- met ons van mening dat het overzees vervoeren van deze vervuilde as onacceptabele risico’s met zich meebrengt voor bijvoorbeeld de Waddenzee?

Antwoord vraag 13:

  • De hoeveelheid geproduceerde AEC-bodemassen is afhankelijk van de hoeveelheid afval die wordt verbrand. De REC mag volgens de vergunning ongeveer 56.000 ton AEC-bodemassen produceren.
  • De REC slaat de ontstane AEC-bodemassen tijdelijk op in de daarvoor bestemde twee overkapte opslagvakken die voorzien zijn van een bodembeschermende voorziening. De bodemassen worden zonder enige bewerking naar Heros verscheept.
  • De REC slaat maximaal 3.000 ton AEC-bodemas op. Daarnaast is in de vergunning aangegeven dat in geval van stagnatie van afvoer er maximaal 10.000 ton bodemas mag worden opgeslagen. Als de extra opslag groter wordt dan 1.600 ton, dan gelden hiervoor aanvullende voorschriften en is onze goedkeuring nodig voordat de opslag mag plaatsvinden. Deze situatie is nog niet voorgekomen.
  • De onbewerkte bodemassen worden naar Heros in Sluiskil verscheept. Dit bedrijf mag deze bodemassen ontvangen volgens haar omgevingsvergunning. Het toezicht op de verdere bewerking van de bodemassen wordt door de lokale autoriteiten in de provincie Zeeland gedaan. Jaarlijks wordt door de FUMO administratief gecontroleerd of de geproduceerde afvalstoffen zijn afgevoerd naar erkende be-/verwerkers.
  • Bedrijfsmatige activiteiten zijn nooit geheel zonder risico’s, vandaar dat er aan het vervoer eisen zijn gesteld, waardoor de risico’s tot een minimum worden beperkt. Daarbij geldt dat wij niet het bevoegd gezag is voor het vervoer van bodemassen.

Vraag 14:

Kunt u uitleggen hoe u toezicht houdt op de mogelijke lekkage bij knooppunt Joure, waarbij milieuvervuiling dreigt. Welke acties heeft u ondernomen, en gaat u ondernemen, om het risico op lekkage weg te nemen?

Antwoord vraag 14:

Toepassing van AEC-bodemassen in het project knooppunt Joure civieltechnische werken moet voldoen aan de voorschriften van Besluit bodemkwaliteit. Dit ter bescherming van de bodem en het (grond)water. Het bevoegd gezag voor toezicht op naleving van de voorschriften is in dit geval gemeente De Fryske Marren. Namens de gemeente voert de FUMO het toezicht uit. Door de FUMO zijn tijdens de aanleg enkele onvolkomenheden geconstateerd, zoals detailafwijkingen in de afdekking van het toegepaste AEC-bodemas en administratieve afwijkingen. In overleg met het bevoegd worden de onvolkomenheden aangepakt en opgelost. De FUMO houdt gedurende het project toezicht op de juiste uitvoering van de (herstel)werkzaamheden.

Naast het toezicht vanuit het bevoegd gezag houdt ook de alliantie Knooppunt Joure toezicht op de uitvoering van de werkzaamheden door de aannemer. In de alliantie participeren het Rijk, gemeente De Fryske Marren en de provincie. In het contract heeft de aannemer de vrijheid gekregen voor materiaalkeuze. Met het toepassen van AEC-bodemas in de wegenbouw krijgt een afvalstof een nuttige toepassing en wordt bespaard op het gebruik van zand en grind. Daarentegen is wel van belang dat deze bodemassen op milieuhygiënische verantwoord worden toegepast volgens de geldende voorschriften. Vanuit het projectteam waarin wij participeren is en wordt nadrukkelijk toegezien op het naleven van deze eisen en uitvoering van de protocollen die gelden voor werken met IBC-bouwstoffen (isoleren, beheersen en controleren).

Op deze wijze wordt erop toegezien dat de AEC-bodemassen volgens wet- en regelgeving worden toegepast. Daarmee ontstaat een goede en milieuhygiënische veilige situatie voor een duurzaam beheer en onderhoud van het knooppunt Joure.