Vragen over de Afvaloven bij Harlingen (REC)


Indiendatum: mei 2016

Tijdens de vergadering van Provinciale Staten op 24 februari 2016 vond een interpellatiedebat over de Reststoffen Energiecentrale (REC) in Harlingen plaats. Fractievoorzitter Rinie van der Zanden stelde daarbij meerdere vragen aan het College van Gedeputeerde Staten. Omdat die vragen die direct beantwoord konden worden, zijn ze later schriftelijk beantwoord.

het gaat om de volgende vragen:

Inleidend

De oven is gebouwd voor het Friese afval met het motief om gesleep met afval te voorkomen. Uit beantwoording van vragen hierover blijkt dat slechts 15% van de verbrandingscapaciteit wordt gebruikt voor Fries afval.

Vraag 1:

Kan de gedeputeerde een gedetailleerd overzicht geven van de afvaistromen naar de oven, uit welke regio die komen en wat er nu wel en wat er niet wordt verbrand?

Vraag 2:

Is daar vanuit de provincie toezicht op, en zo ja waar bestaat dat toezicht dan uit?

Vraag 3:

Er zijn twee belangrijke bronnen voor de vorming van dioxine bij verbranding: chloorhoudende stoffen en digestaat uit mestvergisters. Digestaat is het natte restproduct dat overblijft na vergisting van biomassa. Tijdens een van de bijeenkomsten vertelde een specialist van de FUMO dat digestaat huishoudelijk afval is. Mijn fractie heeft nergens kunnen vinden dat digestaat met huishoudelijk afval kan worden geassocieerd. Het lijkt mij overduidelijk dat digestaat bedrjfsafval is. Hoe zit dat?

Vraag 4:

Volgens de vergunning wordt er in de oven geen plastic of bedrjfsafval verbrand. Hoe verklaart u dan het ontstaan van dioxine?

Vraag 5:

Digestaat dat niet over het land mag worden uitgereden, dient te worden verwerkt bij een afvalverwerkingsbedrjf. Wordt er in Harlingen digestaat uit mestvergisters aangeboden en verwerkt? En zoja komt dat digestaat alleen uit Friesland of ook van elders?

Vraag 6:

Digestaat is bedrijfsafval. Als dat in de REC wordt verwerkt druist dat, voor zover onze fractie weet, tegen de vergunning in. Als dit klopt, hoe kan dat dan toch gebeuren? Wat zegt dat over de controle en handhaving rond de REC, en hoe denkt u daar als vergunninghouder tegen op te treden?

Vraag 7:

In 2013 zijn ongeveer 100 lammeren dood aangetroffen aan de zeedijk vlak bij de REC. Is destijds sectie verricht op enkele van die lammeren om uit te sluiten dat de doodsoorzaak te maken heeft met uitstootgassen van de REC? Zo ja, wat kwam daar uit? Zo nee, waarom is dat niet gebeurd?

Partij voor de Dieren, mevrouw R. van der Zanden

24 februari 2016

Uw schriftelijke vragen op grond van artikel 39 van het Reglement van Orde, binnengekomen op 25 februari 2016 naar aanleiding van het interpellatiedebat REC, beantwoorden wij als volgt.

U geeft het volgende aan:

De oven is gebouwd voor het Friese afval met het motief om gesleep met afval te voorkomen. Uit beantwoording van vragen hierover blijkt dat slechts 15% van de verbrandingscapaciteit wordt gebruikt voor Fries afval.”

Vraag 1:

Kan de gedeputeerde een gedetailleerd overzicht geven van de afvaistromen naar de oven, uit welke regio die komen en wat er nu wel en wat er niet wordt verbrand?

Antwoord vraag 1:

In de Reststoffen Energie Centrale (REC) worden de stromen verwerkt afkomstig uit het verzorgingsgebied van Omrin. Dat zijn alle Friese gemeenten (op Smallingerland na) en een aantal gemeenten in de regio’s Noord-Veluwe en Noord Groningen. Naast huishoudelijk afval mogen in de afvaloven ook bedrijfsafvalstoffen worden verwerkt. Deze stromen kunnen (mogen) afkomstig zijn uit geheel Nederland of uit het buitenland, mits daarvoor een EVOA beschikking is afgegeven.

Vraag 2:

Is daar vanuit de provincie toezicht op, en zo ja waar bestaat dat toezicht dan uit?

Antwoord vraag 2:

De REC moet beschikken over een door ons goedgekeurd Acceptatie- en Verwerkingsbeleid (A&V-beleid). Op 21 mei 2015 is een nieuwe versie van het A&V-beleid goedgekeurd. Sindsdien is het A&V-beleid, versie 10 d.d. 30 maart 2015, van toepassing. Volgens de omgevingsvergunning moet de REC zich aan het A&V-beleid houden. In het A&V-beleid staan de voorwaarden en omstandigheden die gelden voor de acceptatie en verwerking van de te verwerken afvalstoffen. De FUMO houdt namens ons toezicht op de naleving van de omgevingsvergunning en het A&V-beleid door de REC.

Omrin meldt de ontvangen afvalstromen in een landelijk systeem, het Landelijk Meldpunt Afvalstoffen (het LMA). Op die manier heeft de toezichthouder zicht op de afvalstromen die door de REC worden geaccepteerd. Er wordt door de toezichthouders onder meer gecontroleerd of de afvalstoffen mogen worden ontvangen door de REC. Wij controleren niet uit welke regio de afvalstromen komen.

Vraag 3:

Er zijn twee belangrijke bronnen voor de vorming van dioxine bij verbranding: chloorhoudende stoffen en digestaat uit mestvergisters. Digestaat is het natte restproduct dat overblijft na vergisting van biomassa. Tijdens een van de bijeenkomsten vertelde een specialist van de FUMO dat digestaat huishoudelijk afval is. Mijn fractie heeft nergens kunnen vinden dat digestaat met huishoudelijk afval kan worden geassocieerd. Het lijkt mij overduidelijk dat digestaat bedrjfsafval is. Hoe zit dat?

Antwoord vraag 3:

Het genoemde digestaat komt Vrij bij de Verwerking van huishoudelijk afval dat bij de Ecopark de Wierde wordt gescheiden. Reststromen van deze afvalscheiding worden daar middels vergisting opgewerkt tot gas. Het restproduct (afvalstof) is digestaat en wordt verwerkt door de REC en is een bedrijfsafvalstof.

Vraag 4:

Volgens de vergunning wordt er in de oven geen plastic of bedrjfsafval verbrand. Hoe verklaart u dan het ontstaan van dioxine?

Antwoord vraag 4:

De beschikking is verleend voor het verbranden “van buiten de inrichting afkomstige brandbare reststoffen en brandbare afvalstoffen (niet zijnde gevaarlijk afval)”. In het acceptatie- en verwerkingsbeleid behorende bij de beschikking zijn fysisch chemische acceptatie criteria geformuleerd, o.a. voor het chloorgehalte, waaraan het in de oven te verbranden afval moet voldoen. Binnen de vergunde te verbranden afvalstoffen is het namelijk niet uit te sluiten dat chloorhoudend organisch materiaal aanwezig is, zoals PVC houdende kunststoffen, zouthoudende levensmiddelen, plantaardig afval, hout en papier.

Dioxinen kunnen ontstaan door de aanwezigheid van organische componenten en chloor in het afval, in combinatie met verbranding van het afval bij lagere temperaturen dan 850 °C.

Vraag 5:

Digestaat dat niet over het land mag worden uitgereden, dient te worden verwerkt bij een afvalverwerkingsbedrjf. Wordt er in Harlingen digestaat uit mestvergisters aangeboden en verwerkt? En zoja komt dat digestaat alleen uit Friesland of ook van elders?

Antwoord vraag 5:

Volgens het acceptatiebeleid mag de REC Harlingen alleen digestaat van de anaerobe behandeling van stedelijk afval (euralcode 190604) verwerken. Digestaat afkomstig van mestvergisters mag niet door de REC geaccepteerd en verwerkt worden.

Vraag 6:

Digestaat is bedrijfsafval. Als dat in de REC wordt verwerkt druist dat, voor zover onze fractie weet, tegen de vergunning in. Als dit klopt, hoe kan dat dan toch gebeuren? Wat zegt dat over de controle en handhaving rond de REC, en hoe denkt u daar als vergunninghouder tegen op te treden?

Antwoord vraag 6:

Wij verwijzen hiervoor naar onze reactie op de vragen 3 en 5.

Vraag 7:

In 2013 zijn ongeveer 100 lammeren dood aangetroffen aan de zeedijk vlak bij de REC. Is destijds sectie verricht op enkele van die lammeren om uit te sluiten dat de doodsoorzaak te maken heeft met uitstootgassen van de REC? Zo ja, wat kwam daar uit? Zo nee, waarom is dat niet gebeurd?

Antwoord vraag 7:

Wij zijn niet op de hoogte van deze dode lammeren. Er is door ons dan ook geen onderzoek verricht naar de doodsoorzaak. Het is ons niet bekend of er een relatie is geweest met de REC.

Hoogachtend,

Gedeputeerde Staten van Fryslân,

J.A. Jorritsma, voorzitter