Vragen over vergunning vergassing ganzen


Indiendatum: mei 2016

Uit de evaluatie van het vergassen van ganzen op 5 juni 2015 ( brief G.S. 11 mei 2016) blijkt dat gebruik is gemaakt van een vangkraal en CO2. Op 25 juni 2015 heeft de Rechtbank in Arnhem in een beroep tegen het gebruik van vangkralen en CO2 in de bestrijding van ganzen gegrond verklaard. Op 4 december 2015 heeft de Rechtbank Zeeland-West Brabant een vergelijkbare uitspraak gedaan.

  1. Is het College op de hoogte van bovengenoemde uitspraken?
  2. Is het College het met ons eens dat deze uitspraken betekenen dat het vangen van ganzen met behulp van vangkralen dus verboden is op grond van de Vogelrichtlijn?
  3. Indien nee, hoe legt het College bovengenoemde gerechtelijke uitspraken dan uit?
  4. Er ligt op dit moment een nieuwe aanvraag voor het vergassen van ganzen voor een aantal gebieden in Fryslân. Ligt het niet voor de hand om bij een eventuele verlening van een vergunning daaraan de voorwaarde te verbinden, dat gelet op eerder genoemde uitspraken geen vangkraal en geen CO2 mag worden gebruikt?
  5. Indien het College ondanks de bovengenoemde gerechtelijke uitspraken toch voornemens is een vergunning zonder bovengenoemde voorwaarden af te geven, kan het College dan uitgebreid en juridisch onderbouwd aangeven waarom de uitspraken van de Rechtbank in Arnhem en Zeeland-West Brabant niet van toepassing zijn?
  6. Is het College bereid een beslissing over een nieuwe vergunning voor het vergassen van ganzen op te schorten tot bovengenoemde vragen zijnbeantwoord?

Partij voor de Dieren, Rinie van der Zanden

Geachte mevrouw Van der Zanden,

Voor uw schriftelijke vragen op grond van artikel 39 van het Reglement van Orde, binnen gekomen op 12 mei 2016, hebben wij in onze vergadering d.d. 7juni jl. uitstel van beantwoording aangegeven. Wij beantwoorden uw vragen nu als volgt.

Inleidende toelichting: Uit de evaluatie van het vergassen van ganzen op 5juni 2015 (brief G. S. 11 mei 2016) blijkt dat gebruik is gemaakt van een vangkraal en C02. Op 25 juni 2015 heeft de Rechtbank in Arnhem in een beroep tegen het gebruik van vangkralen en C02 in de bestrijding van ganzen gegrond verklaard. Op 4 december 2015 heeft de Rechtbank Zeeland-West Brabant een vergelijkbare uitspraak gedaan.”

Korte reactie op inleidende toelichting: De uitspraak waaraan gerefereerd wordt betreft het vernietigen van de ontheffing voor het gebruik van de vangkraal. De inzet van het middel 002 voor het doden van dieren is per 1 juni 2015 toegestaan onder art. 5, eerste lid, onderdeel k, van het Bbsd, gelezen in samen hang met de Wet gewasbeschermingsmiddelen en biociden.

Vraag 1: “Is het College op de hoogte van bovengenoemde uitspraken?”

Antwoord vraag 1: Ja.

Vraag 2: “Is het College het met ons eens dat deze uitspraken betekenen dat het vangen van ganzen met behulp van vangkralen dus verboden is op grond van de Vogelrichtlijn?”

Antwoord vraag 2: Ja, in artikel 5 van het Bbsd zijn de middelen genoemd waarmee dieren mogen worden ge vangen of gedood. Het gebruik van 002 valt onder k (middelen die krachtens de Wet gewas beschermingsmiddelen en biociden zijn toegelaten of vrijgesteld) van dit artikel, en is derhalve toegestaan. Bij de inzet van C02 wordt over het algemeen echter gebruik gemaakt van middelen om de ganzen bij elkaar te drijven, zoals vangkralen of fuiken. Dergelijke middelen zijn niet genoemd in artikel 5, eerste lid, Bbsd, en mogen derhalve op dit moment niet worden gebruikt om de ganzen te vangen of te doden. Verschillende rechtbanken hebben op grond hiervan in eind 2015 en 2016 besluiten tot ontheffingsverlening vernietigd.

Vraag 3: “Indien nee, hoe legt het College bovengenoemde gerechtelijke uitspraken dan uit?”

Antwoord vraag 3: Niet van toepassing.

Vraag 4: “Er ligt op dit moment een nieuwe aanvraag voor het vergassen van ganzen voor een aantal gebieden in Fryslân. Ligt het niet voor de hand om bij een eventuele verlening van een ver gunning daaraan de voorwaarde te verbinden, dat gelet op eerder genoemde uitspraken geen vangkraal en geen C02 mag worden gebruikt?”

Antwoord vraag 4: Zie wat betreft het gebruik van C0 2de korte reactie op de inleidende toelichting. Wat betreft de lopende ontheffingsaanvraag voor de actie in 2016 waaraan u refereert: deze is door de Faunabeheereenheid Fryslân in het licht van de actuele rechterlijke uitspraken ingetrokken.

Vraag 5: “Indien het College ondanks de bovengenoemde gerechtelijke uitspraken toch voornemens is een vergunning zonder bovengenoemde voorwaarden af te geven, kan het College dan uitgebreid en juridisch onderbouwd aangeven waarom de uitspraken van de Rechtbank in Arnhem en Zeeland-West Brabant niet van toepassing zijn?”

Antwoord vraag 5: In het licht van bovenstaand is dit niet meer van toepassing.

Vraag 6: “Is het College bereid een beslissing over een nieuwe vergunning voor het vergassen van ganzen op te schorten tot bovengenoemde vragen zijn beantwoord?”

Antwoord vraag 6: Niet van toepassing, aangezien de aanvraag is ingetrokken (zie antwoord vraag 4).

Hoogachtend,

Gedeputeerde Staten van Fryslân