Vragen over eenden­jacht


Indiendatum: mrt. 2016

De Leeuwarder Courant publiceert op 10 en 24 maart 2016 een artikel waarin Natuurmonumenten oproept om de jacht op wilde eenden tijdelijk te stoppen. Het aantal wilde eenden neemt in Nederland al jaren flink af, zo blijkt onder meer uit recent onderzoek van SOVON en het Nederlands Instituut voor Ecologie (NIOO). Werden in 2000 in ons land nog ruim 500.000 broedparen geteld, dit jaar zijn dat er twintig procent minder en er lijkt geen einde aan de daling te komen. Het is onbekend waardoor deze afname wordt veroorzaakt.

Op dit moment is deze soort tussen half augustus en eind januari vrij bejaagbaar in Nederland, zoals vastgelegd in de natuurwet. Het tijdelijk stopzetten van de jacht is volgens deskundigen noodzakelijk. Bovendien richten wilde eenden in ons land nagenoeg geen schade of overlast aan, waardoor iedere reden tot ingrijpen vervalt.

Niettemin heeft de provincie Fryslân voor enkele gebieden een ontheffing verleend voor het doden van eenden ter voorkoming van of in geval van schade (Brief kenmerk 00991639). Deze ontheffing is geldig van 1 maart 2012 tot 1 maart 2017. De partij voor de Dieren maakt zich zorgen over de stand van de wilde eend. Nu de aantallen sterk afnemen, moet de ontheffing worden opgeschort.

  1. Heeft u kennis genomen van de recente berichten over de dalende populatie wilde eenden in Nederland?
  2. Onderzoek laat zien dat de terugloop van de aantallen broedparen al meer dan 25 jaar aan de gang is. De algemene trend is sterk neerwaarts van af 1989.* Deelt u onze zorgen over de dalende omvang van de populatie wilde eenden in Nederland?
  3. Bij het Faunafonds is na 2011 in Fryslân geen schade meer gemeld door wilde eenden. Desondanks is er wel een ontheffing voor afschot. Deelt u de mening dat wilde eenden niet of nauwelijks schade veroorzaken en dat er daarom, in ieder geval onder deze omstandigheden, geen legitieme reden is om de ontheffing voor afschot op wilde eenden voort te zetten? Zo nee, waarom niet?
  4. Voor het schieten van wilde eenden is voor bepaalde gebieden een ontheffing verleend met een duur van vijf jaar. Heeft u in deze periode gemonitord of, en in welke mate, wilde eenden schade veroorzaken en hoe de aantallen wilde eenden in deze gebieden zijn veranderd? Heeft u daarbij ook onderzocht of er alternatieven zijn voor afschot? Zo nee, waarom niet?
  5. Bent u bereid het voorzorgsbeginsel toe te passen en de ontheffing (voorlopig) in te trekken totdat meer duidelijk is over de enorme teruggang van de stand van de wilde eend? Zo ja, per wanneer? Zo nee, kunt u zo specifiek mogelijk aangeven waarom niet?

* https://www.sovon.nl/nl/soort/1860

Indiener

Rinie van der Zanden, Partij voor de Dieren

ANTWOORDEN:

Vraag 1:

Heeft u kennis genomen van de recente berichten over de dalende populatie wilde eenden in Nederland?

Antwoord vraag 1:

Ja, de berichtgeving in lokale en nationale media is ons bekend.

Vraag 2:

Onderzoek laat zien dat de terugloop van de aantallen broedparen al meer dan 25 jaar aan de gang is. De algemene trend is sterk neerwaarts van af 1989.1 Deelt u onze zorgen over de dalende omvang van de populatie wilde eenden in Nederland?

Antwoord vraag 2:

Nee. De aangehaalde bron is onderdeel van een conceptrapportage afkomstig uit een kennisoverzicht dat SOVON in opdracht van BIJ12 Faunafonds uitvoert. De in de pers aan de aangehaalde gegevens verbonden conclusies, zijn voorbarig: het onderzoek is nog niet afgerond en conclusies ontbreken nog. Het rapport zal naar verwachting over enkele maanden (omstreeks juni) openbaar zijn, alsdan zijn ook de conclusies beschikbaar. In ieder geval zijn de figuren zonder statistische toelichting, zoals nu opgenomen op de website van SOVON, vanuit wetenschappelijk oogpunt niet rigide genoeg om er op dit moment dergelijke verregaande conclusies aan te verbinden. Tot het definitieve rapport klaar is, delenwij vooralsnog uw zorgen niet.

Vraag 3:

Bij het Faunafonds is na 2011 in Fryslân geen schade meer gemeld door wilde eenden. Desondanks is er wel een ontheffing voor afschot. Deelt u de mening dat wilde eenden niet of nauwelijks schade veroorzaken en dat er daarom, in ieder geval onder deze omstandig heden, geen legitieme reden is om de ontheffing voor afschot op wilde eenden voort te zetten? Zo nee, waarom niet?

Antwoord vraag 3:

Ja, wij delen de mening dat de wilde eend relatief weinig schade veroorzaakt in Fryslân, maar wij delen niet de mening dat er geen legitieme reden is om de ontheffing voort te zetten. Afschot van wilde eenden is onder de verleende ontheffing geldig voor (dreigende)belangrijke schade, als uiterste maatregel wanneer alleen preventieve middelen niet werken. Gebruik maken van de ontheffing is in dat opzicht voor individuele gevallen per definitie legitiem, ook al is de schade in de hele provincie niet groot.

Vraag 4:

Voor het schieten van wilde eenden is voor bepaalde gebieden een ontheffing verleend met een duur van vijf jaar. Heeft u in deze periode gemonitord of, en in welke mate, wilde eenden schade veroorzaken en hoe de aantallen wilde eenden in deze gebieden zijn veranderd? Heeft u daarbij ook onderzocht of er alternatieven zijn voor afschot? Zo nee, waarom niet?

Antwoord vraag 4:

Nee, er is geen sprake van monitoring door de provincie zelf. Wel zijn in het Faunabeheerplan 2014 -2019 van de Faunabeheereenheid Fryslân (verder: Fbe) schade, maatregelen en aantalsgegevens verzameld. Schadegegevens hieruit zijn afkomstig van het Faunafonds en de populatiegegevens zijn afkomstig van SOVON. Ook het aantal onder ontheffing geschoten dieren wordt door de Fbe bijgehouden. Er wordt dus gemonitord in welke mate wilde eenden schade veroorzaken en hoe de aantallen wilde eenden zich ontwikkelen. Afschot is alleen toegestaan in combinatie met preventieve maatregelen. ogelijke preventieve maatregelen zijn opgenomen in de Handreiking Faunaschade van het Faunafonds. Preventieve maatregelen dienen altijd eerst ingezet te worden alvorens men over mag gaan tot afschot.

Vraag 5:

Bent u bereid het voorzorgsbeginsel toe te passen en de ontheffing (voorlopig) in te trekken otdat meer duidelijk is over de enorme teruggang van de stand van de wilde eend? Zoja, er wanneer? Zo nee, kunt u zo specifiek mogelijk aangeven waarom niet?

Antwoord vraag 5:

Nee. Op grond van de onder antwoord 4 genoemde gegevens, zijn wij op dit moment van mening dat de gunstige staat van instandhouding van de wilde eend niet in gevaar wordt gebracht. De verschijning van het definitieve rapport omstreeks juni kan mogelijk tot een heroverweging leiden.

Hoogachtend,

Staten van Fryslân,