Vragen over zand­winning Ijsselmeer


In de MER over de zandwinning in het IJsselmeer wordt erkend dat de open ruimte, de weidse horizon en de duisternis wel degelijk worden aangetast en tot een negatief oordeel leiden. DE kernwaarden van het IJsselmeergebied.

De zandwinning lijkt inmiddels van de baan. Dat is echter niet omdat de provincie zich heeft ingezet om de zandwinning tegen te houden. Sterker nog: u gaf de zandwinning ruim baan. Daarom hebben wij de volgende aanvullende vragen, die wij mondeling hebben gesteld in de statenvergadering van 23 januari 2019 en waarvan is afgesproken dat we die alsnog schriftelijk zouden stellen.

  1. Hoe kan u desondanks in uw antwoordnota op alle ingediende zienswijzen antwoorden dat, en ik citeer: “dat de methoden en de ingezette middelen om het werkeiland in te passen, naadloos aansluiten op de ambities uit de Agenda van het IJsselmeergebied. Wat is dat naadloze aansluiten? Hoe moet ik me dat voorstellen?
  2. En hoe kan u desondanks in uw antwoordnota ook zeggen, en ik citeer opnieuw: “ En dat de beoogde milieutypen die hierbij zullen ontstaan volledig passen in het streven van Agenda 2050”. Hoe ziet dat er dan uit?
  3. U haalt zelf in uw beantwoording de Agenda 2050 aan, maar u bespreekt het niet met de andere 59 partners, zoals u ons antwoordde en u besluit na eerst in januari 2018 al een voorlopige verklaring van geen bezwaar afgegeven te hebben aan de gemeente om in september tot een definitieve verklaring van geen bezwaar over te gaan. Hoe kan dat? Agenda 2050 wel steeds benoemen, maar inhoudelijk negeren en ook de 59 partners van die Agenda?
  4. De agenda 2050 omschrijft de economie van het IJsselmeergebied als zijnde gericht op een krachtige lokale economische ontwikkeling passend bij het plaatselijk karakter. Hoe rijmt u dit met industriële zandwinning?
  5. In uw beantwoording aan ons geeft u aan dat bij nieuwe aanvragen voortaan de Agenda IJsselmeergebied leidend zal zijn. Waarom niet nu al? Die Agenda was er formeel op 17 mei, maar toch al veel langer in ontwikkeling?
  6. Waarom laat u zich niet alsnog leiden door voortschrijdend inzicht, zowel door wat van de zijde van Natuurmonumenten wordt aangevoerd als door de felle protesten aan de randen van het IJsselmeergebied, die vinden dat de zandwinning haaks staat op de Agenda 2050 IJsselmeergebied?
  7. Zandindustrie in een Europees erkend natuurgebied! Is dit niet het hek van de dam voor andere aanvragen in andere N2000 gebieden?
  8. Hoe zijn de ingrepen zoals een geheel nieuw eiland in de landschappelijke beleving van het IJsselmeer beoordeeld? Spelen zicht en geluid geen rol in de provinciale toetsing?
  9. Het baggeren van zand geeft onder water veel geluidsbelasting. Hoe is dat beoordeeld voor de onderwaterfauna en hoe is bepaald dat dat geen negatieve effecten heeft op de onderwater fauna? Indien vissen daardoor vertrekken heeft dat ook gevolgen voor de visetende vogels.
  10. Diepe winning kan als effect hebben dat er dood water ontstaat op grote diepte. Bij omkering komt dat dode water naar boven waardoor in een groot gebied om de winning geen voedsel meer zal zitten voor vogels. Hoe is dat beoordeeld als niet negatief?
  11. Grote diepte bij ondiepe kust kan op termijn weg spoelen van de ondiepe kust betekenen. Blijkbaar is dat geen bezwaar terwijl met name vogels afhankelijk zijn van die ondiepe zone. Hoe is dat beoordeeld als niet negatief?


Partij voor de Dieren, Rinie van der Zanden


Geachte mevrouw Van der Zanden,

Uw schriftelijke vragen op grond van artikel 41 van het Reglement van Orde, binnengekomen

op 12 februari jl., beantwoorden wij als volgt.


Uw inleiding:

In de MER over de zandwinning in het Ijsselmeer wordt erkend dat de open ruimte, de weidse horizon en de duisternis wel degelijk worden aangetast en tot een negatief oordeel leiden. DE kernwaarden van het Ijsselmeergebied. De zandwinning lijkt inmiddels van de baan. Dat is echter niet omdat de provincie zich heeft ingezet om de zandwinning tegen te houden. Sterker nog: u gaf de zandwinning ruim baan. Daarom hebben wij de volgende aanvullende vragen, die wij mondeling hebben gesteld in de statenvergadering van 23 januari 2019 en waarvan is afgesproken dat die alsnog schriftelijk zouden stellen.

Vraag 1:

Hoe kan u desondanks in uw antwoordnota op alle ingediende zienswijzen antwoorden dat, en ik citeer: "dat de methoden en de ingezette middelen om het werkeiland in te passen, naadloos aansluiten op de ambities uit de Agenda van het IJsselmeergebied. Wat is dat naadloze aansluiten? Hoe moet ik me dat voorstellen?

Antwoord vraag 1:
De antwoordnota is een gezamenlijke reactienota van alle bevoegde gezagen. Als bevoegd gezag inzake de Wet natuurbescherming hebben wij de input geleverd voor de beantwoording van vragen inzake de effecten op de natuur en zijn wij ook slechts voor dat deel verantwoordelijk.

Vraag 2:
En hoe kan u desondanks in uw antwoordnota ook zeggen, en ik citeer opnieuw: "En dat de
beoogde milieutypen die hierbij zullen ontstaan volledig passen in het streven van Agenda
2050". Hoe ziet dat er dan uit?

Antwoord vraag 2:
Zie onze beantwoording bij vraag 1

Vraag 3:
U haalt zelf in uw beantwoording de Agenda 2050 aan, maar u bespreekt het niet met de andere
59 partners, zoals u ons antwoordde en u besluit na eerst in januari 2018 al een voorlopige
verklaring van geen bezwaar afgegeven te hebben aan de gemeente om in september
tot een definitieve verklaring van geen bezwaar over te gaan. Hoe kan dat? Agenda 2050
wel steeds benoemen, maar inhoudelijk negeren en ook de 59 partners van die Agenda?

Antwoord vraag 3:
De Agenda IJsselmeergebied 2050 is op 17 mei 2018 getekend en de 'governance' van
deze agenda is daarna tot stand gebracht. Nieuwe grootschalige ontwikkelingen in het IJsselmeergebied
worden getoetst aan de uitgangspunten in de Agenda IJsselmeergebied. Voor de aanvraag van zandwinning Smals geldt dit niet omdat deze al jaren in procedure is. Wij hebben dat om deze reden niet geagendeerd en dat geldt ook voor de andere 59 partijen.

Vraag 4:
De agenda 2050 omschrijft de economie van het IJsselmeergebied als zijnde gericht op een
krachtige lokale economische ontwikkeling passend bij het plaatselijk karakter. Hoe rijmt u dit
met industriële zandwinning?

Antwoord vraag 4:
Deze vraag kunnen wij niet beantwoorden omdat de zandwinning Smals niet is getoetst aan
de uitgangspunten in de Agenda IJsselmeergebied 2050.

Vraag 5:
In uw beantwoording aan ons geeft u aan dat bij nieuwe aanvragen voortaan de Agenda IJsselmeergebied
leidend zal zijn. Waarom niet nu al? Die Agenda was er formeel op 17 mei, maar toch al veel langer in ontwikkeling?

Antwoord vraag 5:
Het proces van de totstandkoming van de Agenda IJsselmeergebied is in 2016 gestart. Op
17 mei 2018 is de intentieverklaring bij de Agenda IJsselmeergebied 2050 door 60 partijen getekend. Omdat de beoordeling van de zandwinning Smals al jaren in voorbereiding is, is dit niet als een nieuwe ontwikkeling aangemerkt.

Vraag 6:
Waarom laat u zich niet alsnog leiden door voortschrijdend inzicht, zowel door wat van de zijde van Natuurmonumenten wordt aangevoerd als door de felle protesten aan de randen van het IJsselmeergebied, die vinden dat de zandwinning haaks staat op de Agenda 2050 IJsselmeergebied?

Antwoord vraag 6:
Het provinciale afwegingskader bestaat louter uit de Wet natuurbescherming. Onderhavig
project betreft geen nieuwe ontwikkeling. Het proces van de beoordeling loopt al jaren. Wij
hebben geoordeeld dat het project geen significante effecten heeft op het Natura 2000-gebied
IJsselmeer of beschermde soorten. Dat er felle protesten zijn tegen het project maakt dit niet anders.

Vraag 7:
Zandindustrie in een Europees erkend natuurgebied! Is dit niet het hek van de dam voor andere
aanvragen in andere N2000 gebieden?


Antwoord vraag 7:
Elke aanvraag zal op zichzelf worden getoetst aan de Wet natuurbescherming. Daarbij dient
ook te worden gekeken naar cumulatie van projecten.

Vraag 8:
Hoe zijn de ingrepen zoals een geheel nieuw eiland in de landschappelijke beleving van het
IJsselmeer beoordeeld? Spelen zicht en geluid geen rol in de provinciale toetsing?

Antwoord vraag 8:
Deze aspecten zijn getoetst in het kader van het bestemmingsplan. Hiervoor is niet de provincie,
maar de gemeente Fryske Marren het bevoegd gezag.

Vraag 9:
Het baggeren van zand geeft onder water veel geluidsbelasting. Hoe is dat beoordeeld voor
de onderwaterfauna en hoe is bepaald dat dat geen negatieve effecten heeft op de onderwater
fauna? Indien vissen daardoor vertrekken heeft dat ook gevolgen voor de visetende vogels.

Antwoord vraag 9:
In de passende beoordeling is geconcludeerd dat de geluidsbelasting door de zandwinning
dusdanig laag is dat significant negatieve effecten op de aanwezige natuurwaarden uitgesloten
kunnen worden. Op dit moment wordt het plangebied slechts beperkt gebruikt als foerageergebied
voor visetende- en schelpdieretende watervogels vanwege de diepte. Voorbij de spiering zal de zandwinning zelfs een positief effect kunnen hebben vanwege het introduceren van diepere delen dan in de huidige situatie het geval is.

Vraag 10:
Diepe winning kan als effect hebben dat er dood water ontstaat op grote diepte. Bij omkering
komt dat dode water naar boven waardoor in een groot gebied om de winning geen voedsel
meer zal zitten voor vogels. Hoe is dat beoordeeld als niet negatief?

Antwoord vraag 10:
Verwezen wordt kortheidshalve naar de passende beoordeling (pag. 95 t/m 99) op dit punt.

Vraag 11:
Grote diepte bij ondiepe kust kan op termijn weg spoelen van de ondiepe kust betekenen.
Blijkbaar is dat geen bezwaar terwijI met name vogels afhankelijk zijn van die ondiepe zone.
Hoe is dat beoordeeld als niet negatief?

Antwoord vraag 11:
Verwezen wordt kortheidshalve naar het MER (par. 7.2 op pag. 101 en par 7.8.3 op pag.
121) op dit punt.

Hoogachtend,
Gedepkeerde Staten van Fryslan,