Vragen uitbreiding melk­vee­hou­derij Fean­wâld­sterwâl


Indiendatum: mei 2020

SCHRIFTELIJKE VRAGEN, ex artikel 41 Reglement van Orde

Gericht aan

Dhr. Fokkinga

Inleidende toelichting

In het Fries Dagblad van 7 mei jongstleden (zie bijlage) is te lezen dat een melkveehouder in de gemeente Dantumadeel voornemens is uit te breiden van 260 naar 390 koeien. De boer beschikt over ongeveer 81 hectare grond. De Raad van State heeft hem ongelijk geven in een procedure met betrekking tot de uitbreiding. Daarbij ging het om de vraag hoe ver de nieuwe stal van woonhuizen geplaatst zou mogen worden volgens de lokale geurverordening. Nu de Raad van State nul op het rekest gegeven heeft, wil de gemeente de boer tegemoet komen door de regels dan maar aan te passen.

Vragen

  1. Hoe is deze uitbreiding beoordeeld in het kader van de stikstofuitstoot?
  2. Vindt u het acceptabel dat de gemeentelijke overheid de regels ter bescherming van het woongenot van burgers (in dit geval een geurverordening) aanpast ten behoeve van schaalvergroting van veehouderij?
  3. Biedt deze geurverordening niet schijnveiligheid aan burgers, nu aanpassing dreigt op het moment dat de regels ook daadwerkelijk dienen te worden toegepast?
  4. Is u bekend of dit soort aanpassingen van gemeentelijke regelgeving om uitbreidingen van veehouderijen, tegen de regels in, toch mogelijk te maken vaker voorkomt? Zo ja, hoe vaak? Graag een omschrijving van de specifieke gevallen.
  5. De provincie zet in op een transitie naar natuurinclusieve landbouw, grondgebonden en circulair in 2025. In hoeverre past deze staluitbreiding naar uw idee daar binnen? Graag een toelichting.
  6. Heeft u inmiddels contact gehad met de gemeente Dantumadeel over deze kwestie? Zo ja, wat zijn de uitkomsten hiervan? Zo nee, waarom niet en wanneer gaat u dit alsnog doen?

Indiener(s)

PvdD, Rinie van der Zanden

Datum

15 mei 2020

Het Friesch Dagblad - 2020-05-07

Boer verliest zaak, maar stal niet van de baan

Raad van State geeft boer in Feanwâldsterwâl nul op het rekest Gemeente Dantumadiel gaat uitbreiding beoordelen met ruimere geurregels

Theo Klein

Feanwâldsterwâl De uitspraak van de Raad van State dat een melkveehouder in Feanwâldsterwâl terecht een uitbreiding is geweigerd betekent volgens wethouder Gerben Wiersma van Dantumadiel niet dat de uitbreiding definitief van de baan is. ,,It kolleezje hat tolve wiken de tiid om de oanfraach op ‘e nij te beoardieljen. En dan jildt in nije geurfer-oardering mei mear romte foar de boer.”

Gisteren kreeg veehouder Pieter van der Weg van de Raad van State ongelijk in het beroep dat hij tegen een eerdere uitspraak had aangespannen. De veehouder wil een nieuwe stal bouwen om zijn veestapel te kunnen uitbreiden van 260 naar 390 koeien. De nieuwe stal zou binnen honderd meter van een tiental woningen komen te liggen. De gemeente ging ervan uit dat het om buitengebied ging waarop de boer, op basis van de geurverordening uit 2008, groen licht kreeg.

Bebouwde kom

In een rechtszaak die omwonenden aanspanden stelde de rechter echter dat het hier ging om een bebouwde kom. Daarvoor geldt een minimumafstand tussen stal en bebouwing van honderd in plaats van vijftig meter. De boer ging vervolgens naar de Raad van State, maar kreeg ook hier nul op het rekest.

Volgens de hoogste bestuursrechter maken de huizen die het dichtst bij het bedrijf liggen wel degelijk deel uit van de lintbebouwing aan De Wâl in het dorp.

Verder ging het college er ten onrechte van uit dat het bedrijf ook na uitbreiding een grondgebonden bedrijf is. Volgens de rechter is daar geen sprake van. De boer heeft ongeveer 81 hectare grond, terwijl dat voor de beoogde uitbreiding van zijn veestapel volgens de provinciale Verordening Romte Fryslân 2014 tussen de 105 en 121 hectare zou moeten zijn.

De eerdere rechtszaak in maart 2019 was voor de gemeente al aanleiding de geurverordening aan te passen. Die uitspraak had namelijk ook gevolgen voor een tiental andere veehouderijen in Dantumadiel.

Het collegevoorstel voor een soepelere geurverordening zorgde begin dit jaar voor veel discussie in de raad. Dat het college boeren de ruimte wil geven is prima, maar daarbij lijken burgemeester en wethouders te veel het woongenot van de andere inwoners uit het oog te verliezen was, kort samengevat, de kritiek.

Voorwaarde

De raad ging uiteindelijk akkoord met de herziene geurverordening en daarmee de uitbreiding in Feanwâldsterwâl. Ze stelde wel als voorwaarde dat deze verordening niet bij voorbaat geldt voor de andere veeboeren in Dantumadiel. Voor hen moet het college met weer een nieuwe verordening komen.

Bij de beoordeling van de nieuwe aanvraag van Van der Weg geldt volgens wethouder Wiersma echter wel de ruimere geurverordening die in januari is aangenomen voor de boer uit Feanwâldsterwâl. Daarbij is een afstand van vijftig meter tussen stal en bebouwing al voldoende.

Doordat de boer ook met minder koeien wil uitbreiden als in het oorspronkelijke plan aangegeven, kan zijn bedrijf voor grondgebonden doorgaan.

Geachte mevrouw Van der Zanden,

Uw schriftelijke vragen op grond van artikel 41 van het Reglement van Orde, binnengekomen op 15 mei 2020, beantwoorden wij als volgt.

U leidt uw vragen als volgt in:

In het Fries Dagblad van 7 mei jongstleden is te lezen dat een melkveehouder in de gemeente Dantumadeel voornemens is uit te breiden van 260 naar 390 koeien. De boer beschikt over ongeveer 81 hectare grond. De Raad van State heeft hem ongelijk geven in een procedure met betrekking tot de uitbreiding. Daarbij ging het om de vraag hoe ver de nieuwe stal van woonhuizen geplaatst zou mogen worden volgens de lokale geurverordening. Nu de Raad van State nul op het rekest gegeven heeft, wil de gemeente de boer tegemoet komen door de regels dan maar aan te passen.

Vraag 1: Hoe is deze uitbreiding beoordeeld in het kader van de stikstofuitstoot?

Antwoord vraag 1: Onder het Program ma Aanpak Stikstof (PAS) heeft het bed rijf een melding gedaan. De Raad van State heeft geoordeeld dat een PAS-melding geen rechtskracht heeft en niet meer toegepast kan worden. Het bedrijf heeft inmiddels een verzoek ingediend voor een vergunning in het kader van de Wet natuurbescherming, maar tevens gevraagd de beoordeling hiervan op te schorten in afwachting van de door de Minister toegezegde legalisatie van de PAS-melding.

Vraag 2: Vindt u het acceptabel dat de gemeentelijke overheid de regels ter bescherming van het woongenot van burgers (in dit geval een geurverordening) aanpast ten behoeve van schaalvergroting van veehouderij?

Antwoord vraag 2: Ja, de wetgever biedt gemeenten de mogelijkheid een geurverordening vast te stellen.

Vraag 3: Biedt deze geurverordening niet schijnveiligheid aan burgers, nu aanpassing dreigt op het moment dat de regels ook daadwerkelijk dienen te worden toegepast?

Antwoord vraag 3: Nee, de gemeente heeft naar aanleiding van de uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak de mogelijkheid om, binnen de landelijke wetgeving een geurverordening vast te stellen.

Vraag 4: Is u bekend of dit soort aanpassingen van gemeentelijke regelgeving om uitbreidingen van veehouderijen, tegen de regels in, toch mogelijk te maken vaker voorkomt? Zo ja, hoe vaak? Graag een omschrijving van de specifieke gevallen.

Antwoord vraag 4: Nee, dat is ons niet bekend.

Vraag 5: De provincie zet in op een trans/tie naar natuurinclusieve landbouw, grondgebonden en circulair in 2025. In hoeverre past deze staluitbreiding naar uw idee daar binnen? Graag een toelichting.

Antwoord vraag 5: De provincie zet in op deze transitie door projecten te faciliteren en te stimuleren. Dit betekent niet dat een uitbreiding van de reguliere landbouw niet meer mogelijk is of door de provincie verboden kan worden. Het gemeentelijk omgevingsbeleid en de Wet natuurbescherming zijn bepalend voor wat op een bepaalde locatie wel of niet past.

Vraag 6: Heeft u inmiddels contact gehad met de gemeente Dantumadeel over deze kwestie? Zo ja, wat zijn de uitkomsten hiervan? Zo nee, waarom niet en wanneer gaat U dit alsnog doen?

Antwoord vraag 6: Nee, de nieuwe beoordeling van het initiatief en het eventueel voorbereiden van een geurverordening hoort tot de verantwoordelijkheid van de gemeente. Of en hoe de gemeente met deze kwestie verder gaat is in eerste instantie aan de gemeente. Als er een nieuwe (planologische) procedure wordt gestart zullen wij via het reguliere spoor betrokken worden.

Hoogachtend,

Gedeputeerde Staten van Fryslân