Vragen uitbreiding varkens­hou­derij Hemelum


SCHRIFTELIJKE VRAGEN, ex artikel 41 Reglement van Orde

Gericht aan

GS

Inleidende toelichting

De varkenshouderij Hemelumer Hoeve te Hemelum mag waarschijnlijk uitbreiden. Naar aanleiding daarvan hebben wij de volgende vragen.

Vragen

Dubbelbestemming

Bij de plannen is 0,5 ha bestemd voor mestverwerking (“specifieke vorm van agrarisch mestverwerking en voerbereiding” volgens het ontwerpplan). Ditzelfde stuk grond heeft, zo begrijpt onze fractie, eveneens de bestemming “intensieve veehouderij”.

  1. 1. Waarom heeft dit stuk grond een dubbelbestemming?
  2. 2. Hoe wordt voorkomen dat ook op dit stuk grond op een later moment een nog verdere uitbreiding van de veestallen plaatsvindt?

Uitleg van de verordening Romte

Artikel 6.1.3 lid 1 van de verordening Romte luidt:

  1. 1. In een ruimtelijk plan kan een bestaand bouwperceel voor een niet grondgebonden veehouderij een uitbreiding krijgen tot een maximale oppervlakte van 1,5 ha, dan wel de bestaande oppervlakte behouden indien deze meer bedraagt dan 1,5 ha, met dien verstande dat in geval op het bouwperceel bedrijfsactiviteiten plaatsvinden zoals bedoeld in artikel 6.2.1, eerste lid, van een extra oppervlak tot maximaal 0,5 ha mag worden uitgegaan.

En artikel 6.2.1 luidt, voor zover relevant:

  1. 1. In een ruimtelijk plan voor landelijk gebied kunnen bij agrarische bedrijven, met inachtneming van het bepaalde in het derde lid, de volgende bedrijfsactiviteiten worden toegestaan:
  2. a. mestverwerking, mestbewerking, mestvergisting;
  3. b. verbranding, vergisting of vergassing van biomassa;
  4. c. verwerking of bewerking van eigen agrarische producten,

of daarmee naar de aard vergelijkbare activiteiten.

(…)

3. De in het eerste lid genoemde bedrijfsactiviteiten kunnen worden toegestaan, indien:

  1. a. deze ten dienste staan van of verband houden met de bedrijfseigen agrarische activiteiten,
  2. b. deze worden gerealiseerd op het agrarisch bouwperceel, en
  3. c. aan het gebruik en de bebouwing zodanige regels worden gesteld dat deze ondergeschikt zijn aan de agrarische activiteiten en een zorgvuldige inpassing in de omgeving gewaarborgd is.

3. is de extra 0.5 ha genoemd in artikel 6.1.3 van de Verordening Romte uitsluitend of in hoofdzaak bedoeld voor activiteiten genoemd in artikel 6.2.1? Zo ja, hoe kan u het huidige bouwplan voor de veehouderij goedkeuren, nu op de extra 0.5 ha allerlei activiteiten plaatsvinden die niets te maken hebben met de activiteiten genoemd in artikel 6.2.1, en die primair horen bij intensieve varkenshouderij zoals het mengen van voer en transport van dieren?

Omvang bouwblok

Hieronder zijn twee afbeeldingen ingevoegd van de plannen uit de ontwerpvergunningen uit 2017 en 2018:

<...>

Deze plannen verschillen amper. Toch zijn de in de ontwerpvergunning vermelde maten heel anders.

In de aanvraag bijlage ruimtelijke onderbouwing (op blz 8 resp. 10) behorende bij de op 14 september 2017 bekendgemaakte ontwerpvergunning staat: 'Het huidige bouwperceel heeft een omvang van circa 1 hectare.' En: 'Met de voorgenomen uitbreiding komt het bouwperceel uit op 2,9 hectare en het bouwvlak op 2,35 hectare.’

Echter, op blz 23 van het bestemmingsplan dat hoort bij de nieuwe ontwerpvergunning van 2018 staat in de 3e alinea dat het bedrijf nu een oppervlakte heeft van 1.3 hectare en dat 'het technisch mogelijk is om alle bedrijfsonderdelen binnen 2 ha te houden'. De intensieve veehouderij zou slechts plaatsvinden op 1,5 ha.

Uit de verbeelding van het bestemmingsplan blijkt dat het verschil van 0.35 ha deels is “gewonnen” uit oppervlakten die ten onrechte niet zijn meegerekend: de bestaande verhardingen ten behoeve van verkeer en parkeren aan de zuidzijde en de oostzijde op het bouwperceel plus de groenstroken tussen deze verhardingen en de bestaande bebouwing.

Dat terwijl het begrip “Agrarisch Bouwperceel” in de verordening Romte is omschreven als: “een aaneengesloten stuk grond, waarop ingevolge de regels van een ruimtelijk

plan, zelfstandige, bij elkaar behorende bebouwing, verharding en bijbehorende voorzieningen ten behoeve van een agrarisch bedrijf zijn toegelaten.”

Met andere woorden: volgens de verordening Romte moeten deze onderdelen wel degelijk tot het bouwperceel worden gerekend.

4. Waarom heeft u geen actie ondernomen naar aanleiding van deze creatieve vorm van meten?

5. Wat gaat u doen om deze fout te herstellen?

6. Bent u bereid af te zien van het voornemen een verklaring van geen bedenkingen af te geven, dan wel deze op te schorten, gezien het feit dat de aanvraag op de bovengenoemde onderdelen op zijn zachtst gezegd rammelt?

Indiener

Partij voor de Dieren, Rinie van der Zanden

Datum

7 januari 2018

Geachte mevrouw Van der Zanden,

Uw schriftelijke vragen op grond van artikel 41 van het Reglement van Orde, binnengekomen

op 7 januari jl., beantwoorden wij als volgt. Uw toelichting en vragen staan telkens in cursief.

lnleidende toelichting

De varkenshouderij Hemelumerhoeve te Hemelum mag waarschijnlijk uitbreiden. Naar aanleiding

daarvan hebben wij de volgende vragen.

Dubbelbestemming

Bij de plannen is 0,5 ha bestemd voor mestverwerking ("specifieke vorm van agrarisch mestverwerking

en voerbereiding" volgens het ontwerpplan). Ditzelfde stuk grond heeft, zo begrijpt

onze fractie, eveneens de bestemming "intensieve veehouderij".

Vraag 1:

Waarom heeft dit stuk grond een dubbelbestemming?

Antwoord vraag 1:

Dit deelgebied van 0,5 ha heeft geen dubbelbestemming, maar is voorzien van een aanduiding

`specifieke vorm van agrarisch mestverwerking en voerbereiding' binnen de enkelvoudige

bestemming `agrarisch'.

Vraag 2:
Hoe wordt voorkomen dat ook op dit stuk grond op een later moment een nog verdere uitbreiding
van de veestallen plaatsvindt?


Antwoord vraag 2:
In het ontwerpbestemmingsplan is, in artikel 3.5.1, onder j, "het gebruik van gronden en
bouwwerken ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van agrarisch - mestverwerking
en voerbereiding' voor het houden van dieren" als strijdig gebruik aangemerkt. Dat maakt
dus binnen het kader van dit bestemmingsplan een uitbreiding van het aantal dieren in dit
deelgebied niet mogelijk.

Uitleg van de verordening Romte
Artikel 6.1.3 lid 1 van de verordening Romte luidt:
1. In een ruimtelijk plan kan een bestaand bouwperceel voor een niet grondgebonden veehouderij
een uitbreiding krijgen tot een max/male oppervlakte van 1,5 ha, dan wel de bestaande
oppervlakte behouden indien deze meer bedraagt dan 1,5 ha, met dien verstande
dat in geval op het bouwperceel bedrijfsactiviteiten plaatsvinden zoals bedoeld in artikel
6.2.1, eerste lid, van een extra oppervlak tot maximaal 0,5 ha mag worden uitgegaan.
En artikel 6.2.1 luidt, voor zover relevant:
1. In een ruimtelijk plan voor landelijk gebied kunnen bij agrarische bedrijven, met inachtneming
van het bepaalde in het derde lid, de volgende bedrijfsactiviteiten worden toegestaan:
a.mestverwerking, mestbewerking, mestvergisting;
b. verbranding, vergisting of vergassing van biomassa;
c. verwerking of bewerking van eigen agrarische producten,
of daarmee naar de aard vergelijkbare activiteiten.
(...)
3. De in het eerste lid genoemde bedrijfsactiviteiten kunnen worden toe gestaan, id/en:
a. deze ten dienste staan van of verband houden met de bedrijfseigen agrarische activiteiten,
b. deze worden gerealiseerd op het agrarisch bouwperceel, en
c. aan het gebruik en de bebouwing zodanige regels worden gesteld dat deze ondergeschikt
zijn aan de agrarische activiteiten en een zorgvuldige inpassing in de omgeving gewaarborgd
is.

Vraag 3:
is de extra 0.5 ha genoemd in artikel 6.1.3 van de Verordening Romte uitsluitend of in hoofdzaak
bedoeld voor activiteiten genoemd in artikel 6.2.1? Zoja, hoe kan u het huidige bouwplan
voor de veehouderij goedkeuren, nu op de extra 0.5 ha allerlei activiteiten plaatsvinden
die niets te maken hebben met de activiteiten genoemd in artikel 6.2.1, en die primair horen
bij intensieve varkenshouderij zoals het mengen van voer en transport van dieren?

Antwoord vraag 3:
In artikel 6.1.3. is niet expliciet geformuleerd dat de extra 0,5 ha uitsluitend of in hoofdzaak is
bedoeld voor activiteiten genoemd in artikel 6.2.1.
In het ontwerpbestemmingsplan is echter, overeenkomstig de bedoeling van de extra 0,5 haregeling,
specifiek bepaald dat in het gebied met genoemde aanduiding specifieke activiteiten
in de vorm van mestverwerking en -bewerking en voerbereiding mogen plaatsvinden en
is het houden van dieren daar als strijdig gebruik aangemerkt. Genoemde activiteiten van
mestverwerking en -bewerking en voerbereiding passen binnen de bedrijfsactiviteiten zoals
benoemd in artikel 6.2.1, lid 1 van de verordening.

Omvang bouwblok
Hieronder zijn twee afbeeldingen ingevoegd van de plannen uit de ontwerpvergunningen uit
2017 en 2018:
(...)
Deze plannen verschillen amper. Toch zijn de in de ontwerpvergunning vermelde maten heel
anders.
In de aanvraag bijlage ruimtelijke onderbouwing (op blz 8 resp. 10) behorende bij de op 14
september 2017 bekendgemaakte ontwerpvergunning staat: 'Het huidige bouwperceel heeft
een omvang van circa 1 hectare.' En: 'Met de voorgenomen uitbreiding komt het bouwperceel
uit op 2,9 hectare en het bouwvlak op 2,35 hectare.'
Echter, op blz 23 van het bestemmingsplan dat hoort bij de nieuwe ontwerpvergunning van
2018 staat in de 3e alinea dat het bedrijf nu een oppervlakte heeft van 1.3 hectare en dat 'het
technisch mogelijk is om alle bedrijfsonderdelen binnen 2 ha te houden'. De intensieve veehouderij
zou slechts plaatsvinden op 1,5 ha.
Uit de verbeelding van het bestemmingsplan blijkt dat het verschil van 0.35 ha deels is "gewonnen"
uit oppervlakten die ten onrechte niet zijn meegerekend: de bestaande verhardingen
ten behoeve van verkeer en parkeren aan de zuidzijde en de oostzijde op het bouwperceel
plus de groenstroken tussen deze verhardingen en de bestaande bebouwing.
Dat terwijI het begrip "Agrarisch Bouwperceel" in de verordening Romte is omschreven als:
"een aaneengesloten stuk grond, waarop ingevolge de regels van een ruimtelijk plan, zelfstandige,
bij elkaar behorende bebouwing, verharding en bijbehorende voorzieningen ten
behoeve van een agrarisch bedrijf zijn toegelaten."
Met andere woorden: volgens de verordening Romte moeten deze onderdelen wel degelijk
tot het bouwperceel worden gerekend.

Vraag 4:
Waarom heeft u geen actie ondernomen naar aanleiding van deze creatieve vorm van meten?


Antwoord vraag 4:
Wij baseren ons op de stukken die deel uitmaken van het ontwerpbestemmingsplan.
Daaruit blijkt dat het perceel met de functieaanduiding Intensieve veehouderij' waarop dieren
mogen worden gehouden 1,5 ha beslaat. Het deelgebied 'specifieke vorm van agrarisch -
mestverwerking en voerbereiding', waar genoemde toegevoegde activiteiten mogelijk zijn,
beslaat 0,5ha. In beide gevallen is dat inclusief de ten dienste daarvan benodigde behorende
infrastructuur/verharding. Dat voldoet aan de verordening.
De praktijk leert dat, als effect van het stellen van een oppervlaktenorm in de Verordening
Romte, in veel gevallen ook wordt toegewerkt naar het maximaal benutten van die norm. Dat
is hier ook het geval.
Aan de zuidoostkant van het perceel is een klein gedeelte verharding (ca 100m2) nabij de
woning kennelijk niet meegerekend binnen het vlak met de functieaanduiding Intensieve
veehouderij'. Daar staat tegenover dat kleine stukjes bestaand groen rond de woning met
ongeveer eenzelfde oppervlakte wel zijn meegerekend. Per saldo is het verschil marginaal
en heeft ons dat geen aanleiding gegeven voor een zienswijze.

Vraag 5:
Wat gaat u doen om deze fout te herstellen?

Antwoord vraag 5:
Zie antwoord 4.


Vraag 6:
Bent u bereid af te zien van het voomemen een verklaring van geen bedenkingen af te geven,
dan wel deze op te schorten, gezien het felt dat de aanvraag op de bovengenoemde
onderdelen op zijn zachtst gezegd rammelt?

Antwoord vraag 6:
In de procedure van het bestemmingsplan en de omgevingsvergunning hebben wij niet de
bevoegdheid tot het afgeven van een verklaring van geen bedenkingen. Omdat wij oordelen
dat het plan past binnen de bepalingen van de Verordening Romte hebben wij geen zienswijze
ingediend.