Inbreng bij Motie Vreemd Tijde­lijke stop bedrijfs­matige geiten­hou­de­rijen


28 november 2018

Dank u wel, voorzitter.

In 2016 verscheen het rapport 'Veehouderij en Gezondheid Omwonenden' van het Rijks Instituut voor Volksgezondheid en Milieu), het RIVM. In 2017 is een tweede rapport uitgekomen met aanvullende analyses. Daarin zijn nieuwe analyses gedaan waarbij een aantal eerdere resultaten nog eens werden bevestigd. Dit onderzoek vond plaats In samenwerking met NIVEL, twee afdelingen van de WUR en de Universiteit van Utrecht. De volgende data zijn gebruikt bij het onderzoek dat in Noord-Brabant en Limburg plaats vond: Anonieme gegevens van 110.000 patiënten bij huisartsen, een vragenlijst bij ruim 14.000 mensen, medisch onderzoek bij bijna 2500 mensen naar antistoffen in het bloed, de longfunctie en de aanwezigheid van resistente bacteriën in de neus en de ontlasting.

Gemiddeld zijn er elk jaar 1650 mensen met een longontsteking op 100.000 inwoners. Daarvan worden ruim 200 longontstekingen veroorzaakt door het wonen in de buurt van een pluimveehouderij of een geitenhouderij.

Hoe het bij de geitenhouderijen precies komt is niet duidelijk en dus doet het RIVM nog weer nader onderzoek, waarvan de bevindingen medio 2019 worden verwacht.

Het Kabinet gaf op vragen van SP-Tweede Kamerlid Futselaar aan en ik citeer: “het wenselijk te vinden dat de bevoegde gezagen rekening houden met deze zorgelijke situatie”.

Het onderzoek bevestigt ook de eerdere conclusie dat mensen met COPD, die in de buurt van veehouderijen wonen, vaker en ernstiger klachten hebben dan mensen die op grotere afstand van veehouderijen wonen.

Rondom pluimveehouderijen hebben mensen een grotere kans op een longontsteking. Dit verband is tussen 2009 en 2013 elk jaar te zien. Dit is in 2016 in het hoofdrapport Veehouderij en Gezondheid van Omwonenden (VGO) ook al geconcludeerd, maar een nadere analyse van de gegevens met krachtige statistische technieken bevestigt deze conclusies en onderbouwt ze steviger.

Ook rondom geitenhouderijen hebben mensen een grotere kans op longontsteking. Eerder zijn hiervoor al aanwijzingen gevonden, die nu nader onderbouwd zijn over een langere periode. De onderzoekers zien deze toename over alle jaren van 2007 tot en met 2013, dus ook na de Q koortsepidemie, die van 2007 tot en met 2010 plaatsvond. Het aantal extra gevallen van longontsteking in het onderzoeksgebied dat kan worden toegeschreven aan de aanwezigheid van geitenbedrijven is gemiddeld over de jaren 2009-2013 ongeveer 89 patiënten per 100.000 mensen per jaar. Dat komt neer op ongeveer 5,4% extra patiënten.

Ondertussen is geitenmelk populair en komen er steeds meer geiten in ons land. Het aantal geiten is sinds het jaar 2000 meer dan verviervoudigd tot 588.000. In Friesland daalde het aantal bedrijven met geiten weliswaar van 25 naar 22, maar het aantal geiten steeg van ruim 12.000 naar ruim 16.000.

Volgens het Kabinet is het aan de provincies en gemeenten om maatregelen te nemen naar aanleiding van deze zorgelijke signalen.

Noord-Brabant en Gelderland hebben al in de zomer van 2017 en Utrecht, Overijssel en Zuid-Holland dit jaar een tijdelijke bouwstop voor geitenhouderijen afgekondigd.

Het risico voor de volksgezondheid is dermate verontrustend dat zij het niet verantwoord vinden om, voordat hier meer duidelijkheid over is, verdere vestiging of uitbreiding van bedrijfsmatige geitenhouderijen toe te staan.

Dit moeten we ook in Friesland niet willen. Het CDA heeft dit in oktober 2017 ook al aangekaart uit bezorgdheid dat geitenhouderijen dan misschien wel naar Friesland zouden komen.

De staten kunnen dit doen door middel van een voorbereidingsbesluit. Daarom vraag ik in mijn motie aan GS om hier een voorstel toe te doen, zodat PS dit in december nog kan bespreken. Dat voorbereidingsbesluit zou er voor moeten zorgen dat, zolang er geen duidelijkheid is over deze gezondheidsrisico’s, geen nieuwe bedrijfsmatige geitenhouderijen worden toegestaan, geen uitbreidingen van bestaande bedrijfsmatige geitenhouderijen toe worden gestaan, en geen overschakelingen van houderijen van andere diersoorten, zoals melkveehouderijen, naar bedrijfsmatige geitenhouderijen toe worden gestaan. Medio 2019 worden volgens de minister de uitslagen van het vervolgonderzoek verwacht. Ik denk dus dat het voorbereidingsbesluit enkel hoeft te gelden voor een halfjaar.

De motie is mee ondertekend door de SP, D66, de heer Schukking en de PvdA.

Lees de motie hier na.