Inbreng bij Programma Herstel Biodi­ver­siteit


26 mei 2021


Voorzitter,

De Partij voor de Dieren kan het programma herstel biodiversiteit in grote lijnen onderschrijven. De opgave en de doelen staan helder geformuleerd. Ook de PCLG, de Provinciale Commissie Landelijk Gebied, adviseert positief over het programma.

Het uitgangspunt van het programma herstel biodiversiteit is dat in 2025 de neergaande lijn van de biodiversiteit is omgezet in een opgaande lijn. Ik constateer daarmee wel een discrepantie met het Bestuursakkoord. In het Bestuursakkoord staat op bladzijde 25 vermeld dat de provincie Fryslan streeft naar een duurzame, natuurinclusieve landbouw in 2025 die grondgebonden en circulair is, die bijdraagt aan het herstel van de biodiversiteit, maatschappelijk draagvlak heeft en, niet in de laatste plaats, duurzaam economisch renderend is.

Het doel van het biodiversiteitsprogramma sluit dus niet aan bij het streven zoals omschreven is in het Bestuursakkoord. Als het waarheid wordt dat de landbouw in 2025 duurzaam en natuurinclusief is, dan zou het biodiversiteitsprobleem zich toch binnen afzienbare tijd min of meer vanzelf oplossen en zou het voorliggende herstelprogramma dus overbodig zijn. Mijn analyse is dat de ronkende tekst van het Bestuursakkoord op dit onderdeel wishful thinking is en ver van de harde werkelijkheid verwijderd is. Kan de gedeputeerde dat onderschrijven en eventueel daarop reflecteren?

Bij het onderdeel weidevogelbeleid stelt het College dat er vanuit deze agenda zal worden ondersteund dat er kritische prestatie indicatoren (KPI’s) beschikbaar komen voor bodembiodiversiteit en insecten. Bij deze wil ik het grote belang van een goede bodemkwaliteit ten behoeve van de biodiversiteit benadrukken. Wel heb ik daarbij de vraag hoe het college de monitoring van de bodem denkt te gaan doen, welke indicatoren worden meegenomen en wanneer en in welke frequentie er zal worden gemonitord?

Met een motie* wil ik het college oproepen om nog in 2021 aan Provinciale Staten een monitoringsvoorstel te doen. GrienLinks en SP dienen deze motie mee in.

Voorzitter, op bladzijde 9 van het programma wordt uitgesproken om ook te werken aan de ecologische waterkwaliteit in wateren die niet zijn aangewezen als KRW-waterlichaam. De Nederlandse waterkwaliteit is zorgelijk. Vooral de kwaliteit van kleine wateren is slecht. Dit terwijl een goede waterkwaliteit cruciaal is voor de biodiversiteit. Een groot zorgpunt ligt bij de talloze sloten, beken en kleine plassen die Nederland kent, samen goed voor een derde van de wateren binnen Nederland. Zij vallen buiten de huidige metingen van waterkwaliteit. Vervuiling blijft daar tot nu toe ongeremd plaatsvinden.

We moeten veel beter zicht krijgen op ook deze waterkwaliteit: Wetterskip Fryslân zal ook in de kleinere wateren de kwaliteit moeten gaan meten. Zo krijgen we veel beter zicht op wat de huidige toestand is én welke aanpak zoden aan de dijk zet. Is het college bereid om met Wetterskip Fryslân in gesprek te gaan over de aanpak van de kwaliteit van de kleine wateren en nog in 2021 een concreet verbetervoorstel aan PS te doen? Graag een reactie.

Tot slot voorzitter, hebben we gelezen dat in de Noordelijke kleischil onder de noemer van de Regiodeal Natuurinclusieve Landbouw actie wordt ondernomen om tot een groen-blauw samenhangend en robuust netwerk te komen behoeve van biodiversiteit. Een aaneengesloten groen-blauw netwerk, waarbij groene linten en water heel Fryslân dooraderen, is van belang voor de biodiversiteit en het herstel daarvan. Wij dienen dan ook de motie van GrienLinks, om de groen-blauwe dooradering van heel Fryslân in kaart te brengen, mee in.

Tot slot dienen wij de motie van D66 mee in over het streven om de lijst met soorten van Fries belang in 2050 met 75% korter te doen zijn.

Voorzitter dank u wel.

* De motie hebben we ingetrokken na een toezegging van de gedeputeerde om de inhoud van de motie te betrekken bij de uitwerking van de monitoring van de biodiversiteitsontwikkeling.