Inbreng bij start­no­titie landschap


1 april 2021


Het Friese landschap wordt de komende jaren bloot gesteld aan vele uitdagingen. Nieuwe ruimtevragen als gevolg van de vraag naar woningen, zonneweides, windmolens en de inpassing van de Lelylijn, zullen zonder een deugdelijk inpassingsbeleid zorgen voor een verdere kaalslag van het landschap.

Verschillende stakeholders die zijn geraadpleegd bij de totstandkoming van de startnotitie Programma Landschap vragen de Provincie om meer te doen dan het huidige voorstel. Daarbij blijkt er sprake van brede consensus. Zowel de Friese Milieu Federatie, It Fryske Gea en de PCLG roepen de provincie op om meer te doen dan alternatief 2. De PCLG adviseert om een combinatie te zoeken tussen de alternatieven 2, 3 en 4. Dat vinden wij een goed advies.

De coalitie zet in op Geluk op 1. Dat houdt in dat naast economisch gewin ook aspecten als leefomgeving, schone lucht, gezondheid en immaterieel welbevinden wegingsfactoren zijn bij de beoordeling van de algemene staat van Fryslan.

Fryslân is een toeristisch aantrekkelijke provincie vanwege de talrijke kwaliteiten van het landschap. De staat van het landschap is de kurk van de Friese vrijetijdseconomie. Veel inkomens van Friezen hangen dus af van een aantrekkelijk en goed beheerd landschap.

Maar er zijn ook bedreigingen. Door de teloorgang van delen van het platteland wordt door veel inwoners landschapspijn gevoeld. De schaalvergroting van de landbouwsector met de monotone uitgestrekte raaigraswoestijnen blijft tegen de stroom in onverminderd doorgaan, ondanks het feit dat de signalen over de staat van de landbouw op rood staan. De klimaatopgave en de stikstofproblematiek zijn de grote landbouwthema’s, maar ook de teruglopende bodemkwaliteit en biodiversiteit is een groot probleem. Een goede bodemkwaliteit is de basis van ons bestaan en voorwaardelijk voor de kwaliteit van wat er op groeit. Daarmee hangt ook de dramatische terugval van de biodiversiteit samen. Een blijvende focus op de kwaliteit van natuur, landschap en leefomgeving is van groot belang voor de aantrekkelijkheid van Fryslân en daarmee ook voor het regionale economische rendement en voor het herstel van de biodiversiteit in onze mooie provincie.

We moeten in onze provincie toe naar een balans tussen ecologie en economie. De economische waarde van natuur en landschap is groot en wordt steeds groter. Dat wordt in de provinciale beleidsplannen en uitvoeringsagenda’s nog steeds onvoldoende onderkend. Is het college dat met ons eens?

Om de mooiste provincie te blijven zullen incidenteel extra middelen nodig zijn voor noodzakelijk landschapsherstel. Ook zal er zal meer structureel geld beschikbaar moeten komen voor het behoud en het beheer van het karakteristiek landschap, teneinde de kwaliteit van het landschap toekomstbestendig te kunnen maken. Het college geeft echter aan geen extra middelen landschapsherstel en landschapsbehoud te willen uittrekken. Teleurstellend en kortzichtig volgens de Partij voor de Dieren.

De Partij voor de Dieren wil graag het provinciale ambitieniveau voor landschapsherstel en landschapsbeheer nader gedefinieerd hebben. Ook willen we inzichtelijk krijgen hoeveel geld daarmee gemoeid is, waar dat uit gefinancierd zou kunnen worden en hoe je de financiering van het landschap structureler kunt maken. Parallel daaraan doen wij de suggestie om nader te onderzoeken welke externe geldstromen van het Rijk en/of de EU kunnen worden aangeboord. De inzet van provinciale middelen, bijvoorbeeld bij cofinancieringsvragen, kunnen dan, indien aan de orde, jaarlijks bij de Kadernota worden ingebracht.

Wij hebben daarvoor een amendement* opgesteld, samen met Grien Links, de SP, D66 en 50PLUS. Dit amendement biedt perspectief om het landschap aan de voorkant van opgaven en projecten meer gewicht te geven, waardoor een duidelijker en samenhangender perspectief ontwikkeld wordt voor het Friese landschap in de toekomst.

Partijen stellen voor om:

  • Het advies van de PCLG (een combinatie zoeken van alternatieven 2,3 en 4) samen met de stakeholders verder uit te werken, inclusief een analyse van de (structurele en incidentele) financiële consequenties, en:
  • Parallel daaraan te onderzoeken welke externe geldstromen van het Rijk en/of de EU kunnen worden aangeboord, en tenslotte:
  • Eventuele provinciale cofinancieringsvragen af te wegen bij de jaarlijkse Kadernotadiscussie

Het amendement beoogt dus primair een passender ambitieniveau vast te stellen en daarnaast de budgettaire consequenties inzichtelijk te maken.

De motie van de PvdA over onderzoek doen naar structurele budgetten voor landschap ligt in het verlengde van dit amendement en steunen wij dan ook. Datzelfde geldt voor de motie groen-blauwe dooradering van Grien Links en de motie van de SP over de waarde van het landschap.

Voorzitter, tot zover mijn inbreng.

*dit amendement is na breed overleg ingetrokken en samengevoegd met een motie van de PvdA en anderen. Deze is aangenomen.