Inbreng bij RES 1.0


26 mei 2021

Dank u wel voorzitter.

Voor de Partij voor de Dieren is de klimaataanpak en daarmee ook de Regionale Energie Strategie urgent. Er is een versnelling in de energietransitie nodig. Onze landelijke fractie mist die maximale inspanning in de huidige landelijke klimaatwet en heeft diverse aanpassingen voorgesteld om deze in lijn te brengen met de 1.5 graden doelstelling van het Parijsakkoord. In het verlengde daarvan, mist onze provinciale fractie ook die ambitie in het Friese RES bod. Wij missen de voortrekkersrol van de provincie. Het Friese RES bod zou op zijn minst in lijn moeten zijn met de ambitie van de FEA, om in 2030 in 100% van onze elektriciteitsvraag duurzaam te voorzien. Wij dienen daarom het amendement van D66 mee in, om het bod te verhogen tot minimaal 3.4 TWh.

Energiebesparing is verreweg het belangrijkste in de energietransitie. Wat je bespaart hoef je ook niet op te wekken. De PvdD mist ook hier een intensivering van de inspanning. Ons standpunt is dat Nederland in 2030 tenminste 50% minder energie moet gebruiken en wij vinden het huidige doel van het coalitieakkoord van 25% veel te weinig.

Zeker nu de nieuwe Europese Klimaatwet om méér actie vraagt, vinden wij dat ook meer inzet op energiebesparing en opwek moet worden gedaan. Wij missen een concrete aanpak en nadruk op energiebesparing in de voorliggende stukken en zullen een aantal moties indienen bij de behandeling van de Startnotitie Klimaat om dit in de uitvoering goed op te pakken

Wat betreft de hernieuwbare energiebronnen, vinden wij dat energie uit zon, wind, geothermie, aquathermie en waterstof ruim baan moet krijgen binnen de energietransitie. Wij zullen voorstellen op dit vlak steunen. De rem op wind op land vinden wij een gemiste kans. Ook op zee zou windenergie ruim gestimuleerd moeten worden. Wij wachten de resultaten van de systeemstudie en nadere uitwerking hiervan in de RES 2.0 af.

Wat zonne-energie betreft, vinden wij het belangrijk dat dit zo veel mogelijk op daken wordt gelegd. De realisatie van zon op dak blijft echter ver achter bij de potentie en wij gaan actief volgen of de zonneladder hier voldoende verandering in brengt.

Kan de gedeputeerde een inschatting geven of zon op dak door gemeenten voldoende is geregeld en of ze inschat of de huidige aanpak voldoende zal zijn om zon op dak fors te laten toenemen?

Voorzitter, het RES dossier heeft veel raakvlakken met andere beleidsvelden. Een integrale benadering kan volgens ons een belangrijke meerwaarde opleveren. Wij pleiten er bijvoorbeeld voor om de biodiversiteits- en klimaatcrisis in samenhang op te pakken. De Natuur en Milieu Federaties (NMF) laten in het Rapport Natuur en Landschap in de RES zien dat de versterking van de natuur en het landschap en de biodiversiteit heel goed kan samengaan met de energietransitie. Wij dienen daarom een motie in om bij de uitvoering van de RES dit rapport als leidraad te nemen, waarbij duurzame energieopwekking gecombineerd wordt met bijvoorbeeld natuurontwikkeling, recreatie, educatie, participatie en innovatie door middel van een integraal ontwerpproces.

Voorzitter, in de warmtetransitie missen wij duidelijke keuzes voor echt duurzame warmte. Wij verstaan daar onder: warmte van geothermie, aquathermie en groene waterstof en all elektric systemen op basis van zon of wind. Wij verstaan daar niet onder: warmte van mest, houtsnippers en andere biomassa.

De provincie zou volop moeten inzetten op de potentie van aquathermie om in 60% van de warmtevraag te voorzien. Wij dienen daarom de motie van de FNP mee in om als Fryslân stevig in te zetten op aquathermie.

In de Regionale Structuur Warmte is in verhouding veel aandacht voor groen gas, terwijl geothermie en aquathermie voor Fryslân veel potentie hebben. Wij vinden dat energie uit biomassa of mest niet thuis hoort in een duurzame energietransitie. In het bij de RES behorende onderzoeksrapport van New Energy Coalition worden diverse nadelen en bottlenecks genoemd bij het gebruik van collectieve vergisters, individuele vergisters en groen gas hubs.

Bij collectieve vergisters is bijvoorbeeld hygiënisatie van het digestaat nodig, dat volgens het rapport ‘behoorlijk wat energie kost’. Bovendien gaat aan mestproductie veel energieverspilling vooraf, terwijl het vergisten van mest zélf erg weinig energie oplevert. Wij dienen daarom een motie in, om geen medewerking te verlenen aan het ontwikkelen van groen gas uit mest, voordat uit nader onderzoek gebleken is wat het netto rendement is van mest als mogelijke energiedrager.

Tot slot nog een opmerking over het stroomnet: de netcapaciteit baart ons zorgen en zou rigoreus moeten worden aangepakt om oponthoud van de energietransitie te vermijden. Het kan niet zo zijn dat het tempo van de energietransitie zich aanpast aan het stroomnet. Dit zou andersom moeten zijn. Vanuit die visie vinden wij dat het net zo snel mogelijk aangepast moet worden. Hoewel er een omvangrijk investeringsplan ligt, zijn wij er niet gerust op dat Liander klaar zal zijn voor wat de energietransitie nodig heeft, nu ook vanuit de Europese Unie een versnelling van de energieopwek wordt opgelegd.

Hoe kijkt de gedeputeerde daar tegenaan en denkt zij met de Taskforce Energienetwerk Fryslân voldoende maatregelen te kunnen ondernemen om te bevorderen dat de capaciteit van het stroomnet niet de bottleneck wordt van de energietransitie?

Voorzitter, dank u wel.